Napoleon was ook een beetje van ons

In de Slag bij Waterloo deden Nederlandse en Belgische soldaten veel van het vuile werk. Maar de Britten deden net alsof zíj de helden waren. Historicus Jeroen van Zanten schreef een boek om de zaken recht te zetten.

Een verklede Napoleon in het Belgische plaatsje Malle.
Een verklede Napoleon in het Belgische plaatsje Malle. Foto Katrijn Van Giel

Van alle hoofdrolspelers op het slagveld was er achteraf maar één die de waarheid onder ogen wilde zien: Napoleon zelf. „Als de heldhaftige Prins van Oranje, het genie, er niet was geweest, zou ik de Britten hebben overrompeld”, aldus Napoleon in 1817, twee jaar na zijn definitieve nederlaag bij Waterloo.

Maar over die rol van de jonge Nederlandse prins, tijdens de veldslag slechts 22 jaar oud, kom je in de historische standaardwerken over Waterloo weinig tegen, zegt historicus Jeroen van Zanten.

„Voor Britten is Waterloo de overwinning van hun Iron Duke, de ‘IJzeren’ Hertog van Wellington. Punt uit. Kanttekeningen die daar later bij zijn geplaatst verschenen in het Duits, Frans of Nederlands, daar kunnen de meeste Britse historici weinig mee.”

Aan de vooravond van de viering van de 200ste verjaardag van de Slag bij Waterloo, op 18 juni, publiceert Van Zanten Waterloo – 200 jaar strijd, waarin hij met collega-historici zaken rechtzet. De rol van de prins, en van de 20.000 Nederlandse en Belgische soldaten die in 1815 meevochten, was volgens de auteurs wel degelijk cruciaal.

Verontwaardiging is de motor achter het boek, vandaar de provocerende titel. ‘Waterloo’ is nog altijd goed voor strijd. De botten van de soldaten zijn weliswaar vergruisd, maar historici kruisen ook nu nog de degens in het gevecht om de waarheid. In 1846 ging zelfs het gerucht dat een Britse en een Nederlandse historicus om Waterloo met elkaar wilden duelleren.

Bent u in gevaar?

Van Zanten, lachend: „Nee. Maar het blijft een explosieve kwestie. Ik moest me laatst nog verdedigen tegen een Brit die mij in een krant verweet de waarheid niet te willen aanvaarden. Hij schreef: ‘Wees blij dat jullie prins al snel gewond van het slagveld werd weggedragen, dat heeft nóg meer onnozele fouten en doden voorkomen’. Dat Britse beeld van de prins als slapjanus, met in zijn kielzog laffe deserterende soldaten, is hardnekkig.”

Welk belang hadden de Britten erbij om die mythe – zij alléén versloegen Napoleon – in stand te houden?

„Het was het begin van Groot-Brittannië als grootmacht. Tot dan hadden de Britten in de strijd tegen Napoleon op het continent een bescheiden rol gespeeld. Dat werd ze op het gelijktijdige Congres van Wenen, waar de kaart van Europa werd hertekend, door de andere mogendheden ook onder de neus gewreven. Maar met Wellingtons overwinning konden ze eindelijk hun borst breed maken. De Britten wilden gaan dicteren hoe het Europese continent eruit zou gaan zien.”

Hebben in die eerste jaren na Waterloo Franse politici en historici nooit vraagtekens gezet bij die Britse mythe?

„De Britse versie van het verhaal is dat Napoleon fouten maakte waar Wellington optimaal van profiteerde. ‘Napoleon had zijn dag gewoon niet’. Dat was een opvatting waar de Fransen wel mee konden leven. Dat Napoleon zélf achteraf toegaf dat hij al twee dagen vóór Waterloo was verslagen door de positie die de prins van Oranje bij het Brusselse knooppunt Quatre-Bras had ingenomen, deed en doet voor Britten niet ter zake.”

Napoleon omschreef de prins zelfs als génie de la guerre?

„Vergeet niet dat Napoleon een politiek dier was. Door een 22-jarige snotneus uit Nederland als genie te prijzen veegde hij de verdiensten van grote gezagvoerders als Wellington en de Pruisische generaal Von Blücher van tafel. Een bewuste, pesterige streek. Maar hij had wel gelijk.”

Want?

„Feit is dat Wellington op 16 juni op een galabal in Brussel te horen kreeg dat bij Quatre-Bras de beslissende strijd werd geleverd. De prins, ook op dat bal, vertrok meteen naar Quatre-Bras waar hoge Nederlandse militairen inmiddels op eigen houtje hun manschappen hadden geformeerd. Dáár is Napoleons opmars al gestopt. Napoleon wist dat hij daags na de nederlaag bij Quatre-Bras verzwakt op het Waterloo-strijdtoneel zou verschijnen. ‘The essential English hero’, jubelen Britse historici nog altijd. Ze omschrijven Wellingtons galabalbezoek als het summum van cool Britishness. In werkelijkheid vloekte de onaangenaam verraste Wellington op het bal tegen zijn boodschappers: „Ik ben belazerd.” Niet híj, maar de Nederlanders hadden het initiatief bij Quatre-Bras naar zich toegetrokken.”

Nederlandse en Belgische soldaten hebben dus het vuile werk opgeknapt?

„Ze hebben veel van het vuile werk gedaan, maar het was een gezámenlijke overwinning. Eén land eruit lichten, en je doet net als de Britten aan geschiedsvervalsing. Europa als geheel was gewoon klaar met Napoleon.”

Maar intussen gaan de Britten er met ‘Waterloo’ vandoor?

„Ze hebben zich de Slag inderdaad ongestraft toegeëigend. ‘Waterloo’ is niet een plaats van herinnering, maar van verbeelding. Een canvas waarop je projecteert wat je wilt. De Britten hebben dat canvas volgekleurd met romantisch nationalisme. En wij, Nederlanders en Belgen, hebben het gelaten voor wat het is. Het is de kleine-landen-paradox: landen als België en Nederland kunnen zich slechts in bescheiden mate nationale trots veroorloven, omdat ze in het internationale krachtenveld afhankelijk zijn van grote landen.”

Silly Billy, noemen de Britten de Prins van Oranje…

„Een beledigende verwijzing naar zijn oorspronkelijke bijnaam Slender Billy – de slanke, rijzige prins die onder Wellington eerder al had gevochten in Portugal en Spanje. Soldaten en officieren keken tegen hem op. In een brief aan zijn moeder schreef de prins ooit over de geur van buskruit die hem ‘volmaakt gelukkig’ maakte. Je kan hem zien als die generaal in de legendarische Vietnam-film Apocalypse Now, die zegt: ‘I love the smell of napalm in the morning’. De prins was een genie met licht-maniakale trekjes.”