Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Mubarak moet snel de slaapkamer uit

Na haar essay ‘Why Do They Hate Us’ kreeg Mona Eltahawy veel kritiek. De Egyptische breidde het essay uit tot een boek, Hoofddoek en maagdenvlies. „Zonder sociale en seksuele revolutie zal de politieke revolutie nooit slagen.”

Eltahawy: „Noem mij een Arabisch land en ik laat je een litanie horen van misdaden die daar tegen vrouwen worden begaan.”
Eltahawy: „Noem mij een Arabisch land en ik laat je een litanie horen van misdaden die daar tegen vrouwen worden begaan.” Foto Roger Cremers

Toen Mona Eltahawy in november 2011 deelnam aan de protesten tegen president Mubarak in Egypte, werd ze bruut mishandeld en aangerand door de oproerpolitie. Het gebeurde tijdens een demonstratie in de Mohamed Mahmoud-straat in Kairo. Vier agenten sleepten haar mee naar een verlaten plek, waar ze haar probeerden te verkrachten. Ondanks een gebroken arm en een gebroken hand wist ze de daders van zich af te slaan.

„Ik was niet bang, het was alsof het iemand anders overkwam”, vertelt de Egyptische journalist en feminist in het Ambassade Hotel in Amsterdam. Ze was vorige week in Nederland ter promotie van haar boek Hoofddoek en maagdenvlies, dat in Nederlandse vertaling verscheen. Na het voorval werd Eltahawy twaalf uur lang door de militaire inlichtingendienst vastgehouden op het ministerie van Binnenlandse Zaken. „Ik beloofde mezelf dat ik tatoeages zou nemen en mijn haar rood zou verven als aandenken aan mijn overlevingsdrang.”

Op haar rechterarm liet ze Sekhmet zetten, de Egyptische godin van vergelding en seks met het hoofd van een leeuw en het lichaam van een vrouw. „Ik wil beide”, zegt Eltahawy met een grijns. Op haar linkerarm staat in het Arabisch ‘Mohamed Mahmoud’, inmiddels een icoon van de Egyptische revolutie, en daaronder ‘vrijheid’. „Omdat we zijn bevrijd op straat.”

Een jaar na het incident schreef Eltahawy het essay ‘Why Do They Hate Us’ over misogynie in de islamitische wereld, dat na publicatie viral ging en tot een storm van kritiek leidde. Eltahawy zou ten onrechte spreken uit naam van alle Arabische vrouwen, ze zou een eendimensionale karikatuur van hen maken, ze zou geen oog hebben voor verschillen tussen landen.

Desondanks heeft ze het essay nu uitgebreid tot een boek. Het is een woedend boek, deels feministisch pamflet, deels memoires. Ze schrijft: ‘Noem mij een Arabisch land en ik laat je een litanie horen van misdaden tegen vrouwen die daar worden begaan, misdaden gevoed door een giftige mix van cultuur en religie die maar weinig mensen willen of kunnen scheiden, uit angst heiligschennis te plegen of anderen te beledigen.’

Waarom wilde u het essay uitbreiden tot een boek?

„Na publicatie van ‘Why Do They Hate Us’ beschuldigden veel mensen mij ervan te generaliseren. Dus ik wilde de tijd en de ruimte nemen om uit te leggen dat elk land verschillend is. Ook wilde ik benadrukken dat zonder een sociale en seksuele revolutie de politieke revolutie nooit zal slagen. Want in Egypte is er simpelweg een stoelendans gespeeld: de ene sterke man is vervangen door de andere. Maar er is nog altijd geen politieke vrijheid. Deze klerezooi zal voortduren als we niet de helft van de samenleving bevrijden: de vrouwen.”

Hoe bedoelt u?

„De cultuur van gehoorzaamheid blijft niet beperkt tot de politiek, maar strekt zich uit tot de slaapkamer en de straat. Zoals we op nationaal niveau Mubarak hebben afgezet, moeten we hem op persoonlijk niveau ook verwijderen uit de slaapkamer. Jonge vrouwen komen in opstand tegen hun familie. Dat deden ze door te protesteren op het Tahrirplein, want het is taboe voor meisjes om de nacht buitenshuis door te brengen. De revolutie heeft ze geleerd ‘ik eis’ te zeggen. Ineens vroegen ze zich af: hoe kan ik ook persoonlijk vrij zijn?”

Toch heeft de Arabische Lente de positie van de vrouw niet verbeterd.

„De revolutie die begon in Tunesië ging nooit over de positie van vrouwen. Het ging alleen over het regime. Dat is aan het veranderen, maar het begint klein. Toen ik in 2005 van New York naar Kairo verhuisde om deel te nemen aan de protesten, waren die niet groter dan een paar duizend mensen. Zo worden revoluties geboren. Ik geef in het boek voorbeelden van vrouwen die morrelen aan de bestaande orde. In Saoedi-Arabië dagen ze de staat uit door auto te rijden. In Tunesië is er onder druk van vrouwen een clausule in de grondwet gekomen die stelt dat mannen en vrouwen gelijk zijn. In Marokko voeren vrouwen campagne om seks buiten het huwelijk niet langer strafbaar te maken. Zij vormen de voorhoede die anderen het goede voorbeeld geeft.”

In het boek bent u zeer openhartig. Vond u het moeilijk om te schrijven?

„Zeker. Ik ben soms letterlijk weggelopen van mijn laptop. Ik schreef voor het eerst uitgebreid over mijn ervaringen met de hijab. Waarom ik ervoor koos een hoofddoek te dragen, waarom ik hem heb afgedaan, en waarom dat zo moeilijk was. Ook schreef ik over het vinden van mijn seksualiteit. Waarom ik zo lang gewacht heb en waarom ik me daarna zo schuldig voelde. Het schrijfproces heeft me geholpen mijn ervaringen op afstand te houden, maar maakte het wel moeilijker om ze een plek te geven. Toch wilde ik die persoonlijke verhalen vertellen. Want ik geloof dat de sociale en seksuele revolutie alleen in gang kan worden gezet als vrouwen zich uitspreken en de barrière van schaamte doorbreken. Net als de betogers in Egypte de barrière van angst doorbraken. Het is een vergelijkbaar proces.”

U schrijft dat trauma’s van u een feminist hebben gemaakt. Hoezo?

„Ik verhuisde op mijn vijftiende naar Saoedi-Arabië. Als meisje wier hormonen opspelen was het verstikkende conservatisme verschrikkelijk. Er waren geen jongens, niets. Ik had grote moeite me aan te passen en belandde in een depressie. Totdat ik het feminisme ontdekte in boeken van de bibliotheek. Als vrouw in Saoedi-Arabië word je of gek of feminist.”

Toch duurde het nog jaren voordat u besloot uw hoofddoek af te doen.

„Ik begon een hoofddoek te dragen toen ik zestien was, maar had al snel door dat het niets voor mij was. Toch heeft het me acht jaar gekost om hem af te zetten. Waarom? Dat is de vraag die we moeten stellen. Ik droeg een hoofddoek zodat ik werd beoordeeld op mijn intelligentie en niet op mijn lichaam. Later realiseerde ik me dat mannen sowieso respect moeten hebben voor het vrouwelijke intellect. Hoe meer we ons bedekken, hoe minder mannen verantwoordelijk zijn voor hun gedrag.”

Waarom zijn religies zo geobsedeerd door vrouwelijke seksualiteit?

„Om vrouwen te controleren. In onze baarmoeders leeft de toekomst. Lang geleden, toen er nog matriarchale gemeenschappen bestonden, maakte het niet uit wie de vader van een kind was. Het ging om de moeder. Maar dat is omgedraaid door de monotheïstische religies, die patriarchaal en misogyn zijn. Omdat het veel makkelijker is vast te stellen wie de moeder van een kind is dan wie de vader is, willen mannen de vagina en de baarmoeder van vrouwen controleren.”

Uw werk roept heftige reacties op in de regio. Wat vindt u daarvan?

„Dat is precies wat ik beoog, want daardoor voeren we de discussies die we moeten voeren. Na de aanranding realiseerde ik me hoeveel geluk ik heb. Ik ben een publiek persoon. Mijn stem wordt gehoord. Als anonieme Egyptische vrouw was mijn situatie veel erger geweest. Maar ik ben al getrouwd geweest, ik ben geen maagd meer, ik kan de barrière van schaamte doorbreken. Voor andere vrouwen.”