Langs zerk en graf

Loop eens voor de lol over een kerkhof. John Jansen van Galen wandelt langs Hollandse begraafplaatsen.

Illustratie Nanne Meulendijks
Illustratie Nanne Meulendijks

Heden ik, morgen gij. Hoe vaak licht ik niet, te voet onderweg over het Nederlandse platteland, de klink van het hek rond een begraafplaats? Boven de poort staat, in zilveren smeedijzeren letters, die tekst: Hodie me, cras tibi. Je dwaalt er langs perken en zerken, leest met zwarte palmtakken omgeven bijbelspreuken voor gestorvenen, datum en plaats van hun geboorte en sterven. Nederland mag dan niet de uitbundige doodscultuur hebben van andere landen, met hun grafmonumenten als paleisjes, portretten in zoetelijke tinten van dierbare doden, weelderige plastic boeketten, maar ook hier is de dodenakker het ‘stenen archief’ van het nabijgelegen dorp. Het legt in grafstenen de geschiedenis vast: waar de bewoners vandaan kwamen, hoe lang zij leefden, en hoe zij tegenover de dood staan. Niet licht vergeet ik de lange rijen sobere zerken aan de rand van de brede zeearm, die in Oude Tonge de slachtoffers van de Watersnoodramp gedenken.

Op een fraaie voorjaarszondag maken we de ‘funeraire wandeling’ van Haarlem naar Driehuis, langs een snoer van begraafplaatsen, uitgezet door de vereniging De Terebinth, die zich beijvert voor de Nederlandse grafcultuur. Op reis in het buitenland bezoek je al gauw een bezienswaardig kerkhof – Père-Lachaise in Parijs, het Zentralfriedhof in Wenen, Recoleta in Buenos Aires –, maar in Nederland is dat geen gebruik. Weerhoudt ons een gevoel van piëteit? De ingetogen vereniging echter beveelt in haar wandelgids Over de groene zoden het wandelen over begraafplaatsen van harte aan.

Op de begraafplaats aan de Kleverlaan in Haarlem-Noord zit een vrouw stil in haar vouwstoeltje bij het graf van een geliefde, dat bekroond wordt door een grote, metalen vlinder. Langs het mausoleum voor grafkelders en wandgraven gaan we naar het schiereilandje dat de joodse doden herbergt. Een half uur later gluren we bij Overveen door de spijlen van het gesloten hek naar weer een joods begraafplaatsje: Neie Kille. Sierlijke verwaarlozing, een oud lijkenhuisje, een verroeste waterpomp en scheefgezakte zerken met namen als Meijer, Hamburger, Polak en Hebreeuwse jaartallen. Verderop waakt in de duinen een klokkentoren over de laatste rustplaats van Hannie Schaft en 373 andere verzetslieden: ,,Geheiligd is de grond dien gij betreedt.’’

Vanaf hier is het een hele tippel naar begraafplaats Westerveld, langs velden van daslook en weiden op de geestgronden (duinzand vermengd met klei en/of veen) die de duinen van Kennemerland begrenzen. De begraafplaats strekt zich golvend uit tegen de binnenste duinenrij, een triomf van grafkunst en parkarchitectuur. In het Petit Café (jawel, er is op moderne begraafplaatsen soms horeca) vragen we naar een gidsje met vindplaatsen van beroemde doden. In het buitenland tref je zo’n plattegrond onveranderlijk bij de ingang aan: waar ligt Marx, Chopin, Eva Peron? Westerveld heeft er één gemaakt die de weg wijst naar de monumenten voor onder meer Multatuli (de eerste Nederlander die zich liet cremeren) Slauerhoff en Fortuyn, maar de funeraire public relations zijn niet op orde: het foldertje is uitverkocht.

Op goed geluk dwalen we over de duintoppen, onder bloeiende rode kastanjes, langs boshyacinten. De vogels kwinkeleren er op los, er heerst een diepe rust, de wereld lijkt ver weg. Er zijn grafmonumenten met klapwiekende engelen, grafkelders in duinheuvels met streng vergrendelde deuren en jachthonden bovenop zerken. En zowaar vinden we het eenvoudige graf van Amsterdams oud-burgemeester Gijsbert van Hall en van W. H. Vliegen, grondvester van de sociaaldemocratie in Nederland, ‘die onze kracht ontwaken deed’.

Over de groene zoden slenter ik op Westerveld naar een wit paviljoentje met een plafond van blauw mozaïek waarin een stralende zon schijnt, een groots monument voor een kleine schrijver van Indische romans, Henri van Wermeskerken. Zulke graftomben zullen niet veel meer gebouwd worden. Twee op de drie Nederlanders laten zich tegenwoordig cremeren en voor hun laatste resten volstaat een urnenveld of, zoals in Haarlem-Noord, een urnenvijver. Zijn begraafplaatsen op hun retour? Wandel er eens heen, in alle eerbied.