Iemand die een liquidatie wil uitvoeren? Die vind je zo

Deze week was het weer raak: in Zaandam werd op klaarlichte dag iemand geliquideerd, vlak bij een school. Wat doet de overheid om de publieke ruimte veilig te maken? En lukt dat?

Voor het oog van tientallen kinderen op een speelplaats werd deze week in Zaandam ‘beroepscrimineel’ Lucas Boom (43) geliquideerd. Foto Olaf Kraak/ANP
Voor het oog van tientallen kinderen op een speelplaats werd deze week in Zaandam ‘beroepscrimineel’ Lucas Boom (43) geliquideerd. Foto Olaf Kraak/ANP

Zomaar opgepakt terwijl je naar de finale van de Champions League kijkt, erger kun je een crimineel niet treffen. Het overkwam zestien jongens vorige week bij een politie-inval in drie horecazaken in Amsterdam. De opbrengst was mager – vooral jongens zonder identiteitsbewijs – maar het doel was bereikt: drie criminele hang-outs die vrezen voor hun vergunning en lastpakken mokkend in de rij om te worden gefouilleerd.

‘Verstoren’ is één kleur van het palet aan maatregelen bedoeld om de liquidatiegolf in de hoofdstad tegen te gaan. Geen kogelregen in de openbare ruimte s.v.p. Op het spel staat de heerschappij in het publieke domein. De crimineel versus het gezag.

Amper drie dagen later blijkt hoe moeilijk de overheid die strijd kan winnen. Voor het oog van tientallen kinderen op een speelplaats wordt in Zaandam ‘beroepscrimineel’ Lucas Boom (43) geliquideerd, volgens media een vertrouweling van Holleeder. „Ninja’s” noemen omwonenden de vier mannen gehuld in zwart die met automatische vuurwapens schietend door de straat trekken. De daders ontkomen en hun vluchtauto wordt uitgebrand gevonden.

Hoe is de golf nog tot deining terug te brengen? De hoofdstad heeft al extra agenten gekregen, er hangen extra camera’s, er zijn extra wapencontroles en de recherche doet haar best. Zes TGO’s (Team Grootschalige Opsporing) met ieder twintig man werken in Amsterdam voortdurend aan zulke zaken, bij capaciteitsgebrek ondersteund door anderen. Bij dreiging worden potentiële slachtoffers van een liquidatie gewaarschuwd – de politie ziet er nu veel tijdelijk vertrekken.

Maar het gezag heeft het tij niet mee. In de Amsterdamse onderwereld spelen nu drie ruzies tegelijk: een Nederlands, een Marokkaans en een Turks conflict. Allemaal komen ze voort uit de handel in coke, heroïne, wapens. En al kennen sommige netwerken elkaar, een verband tussen de conflicten is er volgens de politie niet. Samen creëren ze een vloedgolf: deze week een liquidatie in het oude ‘Hollandse’ conflict (Boom), vorige week in het Turkse (weduwe van de eerder geliquideerde crimineel Önder; ze overleefde) en drie weken geleden in de ‘Mocro War’ (El Kahtaoui, mogelijk per vergissing).

Een bivakmuts steek je in de fik

Het laatste conflict, de Mocro War, illustreert goed hoe moeilijk het voor de overheid is om er grip op te krijgen. In april stonden twee jongens terecht voor de dubbele liquidatie in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt in 2012. Ze waren eindeloos getapt, geobserveerd. Maar schimmige zaakjes, is de code, bespreek je niet over de lijn. Dat doe je tijdens een wandeling zonder telefoon op zak. Wapens, vertelde één de rechter, gebruik je hooguit eenmalig. Elke vingerafdruk poets je weg met ammoniak, bivakmutsen steek je na gebruik in de fik, leven doe je op het paspoort van een ander. Met dank aan tachtig ordners vol indirect, technisch bewijs – glassplinters, DNA – konden de jongens toch worden veroordeeld tot levenslang.

Maar met alleen het strafrecht kan de overheid de strijd om de openbare ruimte niet winnen. Dat besef groeide eind jaren 90 toen vooral een ander soort overlast speelde: straatterreur door criminele jeugdgroepen. Er was een plein in Amsterdam-West waar passanten ‘tol’ moesten betalen om erover te mogen, postbodes bezorgden in sommige wijken niet meer. Gemeenten en jeugdzorg gingen zich ermee bemoeien en probeerden alles – van zeilkamp tot zero tolerance –om de doorgroei naar zware criminaliteit te voorkomen.

Voor een deel van de jonge criminelen van toen kwam die overheidsbemoeienis te laat, zegt criminoloog Henk Ferwerda van Bureau Beke. „Die jongens zitten nu in de drugshandel, wapenhandel, liquidaties.” Ferwerda heeft recent onderzocht wat er van drie destijds ‘beruchte’ criminele jeugdgroepen vijftien jaar later geworden is. Van de 89 leden is nu één derde op het rechte pad (of gedood), één derde zit nog in de kleine criminaliteit en één derde is doorgegroeid naar de georganiseerde misdaad.

Inmiddels is het aantal ‘overlastgevende’ en ‘criminele’ groepen volgens tellingen sterk gedaald. Wie nu het rechte pad verlaat, maakt al snel kennis met een systeem vol ‘gedragsinterventies’ compleet met ‘arrangementen’ en ‘beheersinstrumenten’. Jongens die nog te veranderen zijn worden gescheiden via de ‘plusminmee-methode’ waarna de overheid de ‘kopstukken’ stelselmatig hindert met de ‘hufteraanpak’, de ‘VIP-aanpak’ (Very Irritating Police) of de ‘STOC-aanpak’ (Stelselmatig Tackelen Overlastgevende Criminelen).

Criminele zzp’ers

En toch gaat de liquidatiegolf rustig door. Want al is het aantal criminele groepen volgens officiële statistieken afgenomen, een deel werkt nu gewoon onder de radar, zegt criminoloog Eric Bervoets, die vooral Marokkaanse jeugdgroepen onderzoekt. „Je kunt als groep beter niet als ‘overlastgevend’ bekendstaan, dat is niet goed voor de handel. Dus gaan ze werken vanuit koffiehuizen met afschermde ramen, shishalounges, bij mensen thuis.”

Het zijn gelegenheden die in de nieuwe Amsterdamse liquidatieaanpak ‘sleutelplaatsen’ worden genoemd. Er zijn er vijftig volgens de gemeente. Ze probeert er sinds kort actief op te handhaven door vergunningen van uitbaters middels het bestuursrecht in te trekken.

De sleutelplaatsen zijn volgens Bervoets een soort „Barretjes Hilton” waar vraag en aanbod elkaar feilloos vinden. Straatjongens („de lammeren”) hangen er de hele dag rond – tv-kijken, drinken, gokken, blowen – en als er een beroepscrimineel binnenkomt („de wolf”) is er altijd wel iemand aanwezig die even „een klusje” (wiet knippen, roofoverval, liquidatie) wil doen. Veel jongens hebben gokschulden, die kunnen het geld goed gebruiken. „In feite zijn het allemaal criminele zzp’ers”, zegt Bervoets.

Criminele ‘groepen’ zijn dit volgens Ferwerda niet meer te noemen. Eerder ‘fluïde’ netwerken waarin sommige straatjongens doorcriminaliseren tot beroeps. En de ene keer werk je voor de één, dan weer voor de ander. De vele verbanden die zo ontstaan creëren een waas: wie heeft nu ruzie met wie?

In de ‘Mocro War’ blijkt bovendien de animo onder uitvoerders om opengevallen plaatsen bij liquidaties op te vullen zo hoog dat sommige (opvallend jonge) jongens in de politieregisters nog nauwelijks bekendstaan. Zie die maar eens te stoppen.