Hoogleraar hield belangen stil bij kankeronderzoek

Patholoog VUmc verzweeg belangen bij bevolkingsonderzoek. Ziekenhuis stelt onderzoeken in.

Een hoogleraar van het VU medisch centrum die de drijvende kracht is achter het nieuwe bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, heeft zakelijke belangen bij dat onderzoek verzwegen. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant.

Het betreft klinisch patholoog Chris Meijer, sinds 2010 emeritus hoogleraar van VUmc en daar nog altijd in dienst. In een reactie stelt het ziekenhuis dat de patholoog zijn belangen had moeten melden. Het ziekenhuis doet nu onderzoek. Het is onduidelijk wat een en ander betekent voor het bevolkingsonderzoek.

Ook in zijn wetenschappelijke publicaties meldde Meijer niet al zijn belangen. VUmc heeft daarom zijn ombudsman wetenschappelijke integriteit gevraagd de publicaties van de patholoog hierop nader te onderzoeken. Emeritus hoogleraar Medisch-wetenschappelijke verslaglegging John Overbeke die de bevindingen van deze krant inzag, spreekt van „wetenschappelijk wangedrag”.

Het nieuwe bevolkingsonderzoek is gebaseerd op een advies van de Gezondheidsraad in 2011. Dat leunt sterk op wetenschappelijk werk van Meijer, die ook adviseur was van de raad. Ook hier meldde hij zakelijke belangen niet. Voorzitter Pim van Gool noemt die handelswijze „absoluut onjuist”. „Het is op geen enkele manier in overeenstemming met onze regels.”

Vanaf april 2016 wordt getest of vrouwen het virus bij zich dragen dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Nu wordt er nog gescreend op afwijkende cellen. Ook eventuele vervolgonderzoeken veranderen. Bovendien kunnen vrouwen die liever niet voor een uitstrijkje naar de dokter gaan, straks zelf materiaal afnemen en dat opsturen voor onderzoek.

De hoogleraar bezat jarenlang aandelen in het bedrijf Delphi Bioscience dat een product voor deze zelfafname maakte. Hij stemde en stuurde mee en promootte de spuit op congressen, blijkt uit documenten. Dit belang verzweeg hij voor de Gezondheidsraad, VUmc, in studies met het product in medische tijdschriften, en in gesprekken (in 2008 en 2009) met toenmalig minister van Volksgezondheid Ab Klink (CDA) over dit onderwerp.

Delphi huurde al in 2008 Haagse lobbyisten in om het traditionele uitstrijkje te laten vervangen door hun eigen product. De lobbyisten noemden in interne documenten het huidige „goed aangeschreven” bevolkingsonderzoek een „bedreiging” voor de eigen commerciële plannen.

Verder is Meijer mede-eigenaar van biotechbedrijf Diassay dat een van de twee virustests maakt die de raad in zijn advies naar voren bracht. De andere eigenaar van het bedrijf is een moleculair bioloog die eveneens adviseur was van de raadscommissie. Ook hij meldde dit belang niet.

In een reactie zegt Meijer: „Ik beschouwde Delphi als een belegging.” Diassay ziet hij als „een privézaak”. Ook zegt hij: „Ik denk dat ik de discussie over wetenschappelijke integriteit die opkomt wel aankan.”

Wetenschappers moeten transparant zijn over hun belangen. Dit geldt zeker voor artsen. „Hoe weten patiënten anders of ze de beste, of de meest lucratieve behandeling krijgen?”, zegt Jan Sixma, oud-voorzitter van de Gezondheidsraad. „Medisch hoogleraren kunnen een bedrijf hebben, maar dat vereist volledige transparantie.”