Hondsdolle station voor het circuit

Bas van Putten waarschuwt sportieve vaders voor de Seat Leon ST Cupra. Hun kroost houdt het ontbijt niet binnen.

Foto Peter de Krom

We moeten het over Seat hebben, maar ik begin met een Golf en wel hierom. Van een collega hoorde ik dat hij met VW uit racen was geweest op een Spaans circuit. Leuk zeg, zei ik, is er een nieuwe GTI op komst? Nee, hij had kennis mogen maken met een nieuwe stationwagen, de Golf R Variant.

Die heeft namelijk 300 pk, en waar komt zo’n praktische familiewagen beter tot zijn recht dan op de racebaan? Het mooie van zo’n sneltransporter is dat er vier reservecoureurs in passen, en de reservebanden kunnen in de kofferbak. Beest van een auto!, hoorde ik de collega nagloeien. Pikant compliment voor een vervoermiddel waarvan ik dacht dat het bedoeld was om tenten en Billy-boekenkasten mee te verplaatsen. Ik word oud.

Toen herinnerde ik me het persbericht dat ik in ernst had aangezien voor een vervroegde 1 april-grap. Ik vond het terug en nam gelaten kennis van de absurd onwrikbare verkoopargumenten voor „de sportiefste station ooit in de Golf-reeks”. Daar stond hij, 52.000 euro, met het cijferlijstje dat de Porsche-man een orgasme zou bezorgen: van nul naar honderd in 5,1 seconden, topsnelheid van 250, en vierwielaandrijving is inbegrepen bij de prijs. Daarmee bewijst VW bankrovers en huisvaders een enorme dienst. Ze zijn nu nog sneller pleite of bij de IKEA. Ik stel voor dat VW dit usp tot speerpunt maakt van de pr-campagne.

Bijna bezorgd stelt Volkswagen ons gerust over zijn kerncompetenties. Zo blijft de race-Golf „handig als altijd”: „De bagageruimte heeft een inhoud van maar liefst 605 liter, met neergeklapte achterbank zelfs 1.620 liter. Er is dus volop ruimte voor het hele gezin en bagage – ideaal voor bijvoorbeeld (sportieve) vakanties”. Als de schrijver van het persbericht goed bij zijn hoofd is, heeft hij een schaterlach niet kunnen onderdrukken. VW weet deksels goed wat er gebeurt wanneer de sportieve vakantievader zijn beminden in de Alpen aan zijn rijstijl blootstelt. Na drie haarspeldbochten hangen zijn kroost en echtgenote dood of kotsend in de vangrail. Maar dat is lifestyle hè?

Zo’n achterlijke stunt haal je één keer uit. Niet VW. Want nu blijkt dochter Seat ook al zo’n terror-station aan te bieden: de Leon ST Cupra 280. Met 280 pk heeft hij iets minder steroïden en vierwielaandrijving ontbreekt, maar verder is het dezelfde auto; zelfde motor, zelfde techniek. Wie dat terecht een beetje vreemd vindt, begrijpt net als ik niets van VW’s marketingstrategie. VW heeft wel vier van die supersonische berghokken in de etalage. Je koopt ze bij Skoda met 220, bij Audi met 225, bij Seat met 280 en bij VW met 300 pk. Vier keer dezelfde prak op vier verschillende borden. Van de op papier significante vermogensverschillen merk je toch niets. Loeihard gaan ze allemaal.

Snelste Stationwagen Ooit

Anderzijds kost de Leon wel dik 13.000 euro minder dan de Golf. Bijna 39 mille lijkt voor een opgedofte leasebak veel, het is een spotprijs voor een familiesprinter die door Seat uiteraard direct naar het circuit werd uitgezonden voor een onvervalste boekenkastenrace. En met een rondetijd van 7:58 minuten kon het hem vorige week stijlvol uitroepen tot Snelste Stationwagen Ooit op de Duitse Nürburgring. De Cupra 280 „verenigt de kwaliteiten van een sportwagen met de praktische eigenschappen van een gezinsauto”, verklaarde een tevreden Seat-topman.

Gelukkig weigeren mijn kinderen een sportieve familielift naar school. Ze hadden de ochtendboterham niet binnenboord gehouden, en Seat had het vast niet gewaardeerd als ik de kampioen met ontbijtkleurige achterbank had ingeleverd.

Met een knopje op de middenconsole, dat „de rijervaring naar wens personaliseert”, zet ik het adaptieve onderstel zo mannelijk mogelijk in de Cupra-stand, de allerruigste. De ST reageert nog hondsdoller op het gaspedaal en de automaat blijft zo lang mogelijk in één versnelling hangen om het tijdverlies van schakelacties tot zo hoog mogelijke snelheid uit te stellen. Hij gaat ondoenlijk, weerzinwekkend hard. Je voelt je de piloot die op een voetbalveld probeert een Boeing op te laten stijgen. Men is zo pijnlijk buiten de orde, zo zielig sportman met de hand op de knip, zo koopjesjager.

De Cupra-koper zal mij één keer nadoen. Het wow! van zijn zoons zal hem kortstondig elke euro waard zijn. Daarna wenste hij dat hij voor 28.000 euro een kleinburgerlijk normale Leon ST 1.4 TSI 150 FR had gekocht; 130 pk minder, maar nog steeds watervlug en al met al een stuk minder gênant, als u begrijpt wat ik bedoel.