Heksenjacht

Kun je beschaving afdwingen? Afgelopen week sneuvelden twee mooie carrières door foute uitspraken: de Litouwse dj Ten Walls en de Britse biochemicus en Nobelprijswinnaar Tim Hunt. De eerste had op zijn Facebookpagina homoseksuelen „een andere soort” genoemd waarmee men vroeger wel raad wist, homoseks vergeleken met kindermisbruik en zich daarna nog wat verlekkerd aan zijn eigen weerzin. Nieuws gaat razendsnel – het ene na het andere festival zegde hem af, Ten Walls kan zijn carrière wel vergeten.

De 72-jarige Tim Hunt houdt zo veel van vrouwen, dat hij ze liever niet om zich heen heeft. Tijdens een conferentie monkelde de Britse oude baas vrolijk over de drie problemen van vrouwen in het lab: „Je wordt verliefd op ze, ze worden verliefd op jou en als je kritiek op ze levert, gaan ze huilen.” Daarom, fantaseerde hij er vrolijk op los, kon je maar beter aparte laboratoria voor mannen en vrouwen hebben. De man had kennelijk geen weet van Twitter – inmiddels heeft hij afscheid moeten nemen van het University College London, waar hij honorair hoogleraar was.

Er was nog een derde gevalletje: Ahmet Akgündüz, rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam had vooraf aan de Turkse verkiezingen op Facebook een helder stemadvies doen uitgaan: „Moslimbroeders die gaan stemmen, denk na! Stem niet op homo’s en Armeniërs!” Het was het zoveelste onverlichte akkefietje van deze rector en minister Bussemaker wil nu van hem af. Maar zij gaat daar niet over, want de ‘Islamitische Universiteit’ wordt niet met overheidsgeld overeind gehouden. De woordvoerder van de instelling, Ertugrul Gökçekuyu stelt in het AD: „Onze rector houdt zich volledig aan de wet. Ja, hij heeft een uitgesproken persoonlijke mening. Dat mag toch?”

Ja, dat mag toch? Kun je deze gevallen afdoen als het bewijs van een toenemende intolerantie van onwelgevallige opvattingen, zoals je vaak verongelijkt hoort mopperen – van onverdraagzaamheid die wordt beantwoord met een minstens zo grote onverdraagzaamheid? Krijgen we steeds meer te maken met een digitaal volksgericht, een trial by Twitter? Waar de wet tekort schiet, grijpt tegenwoordig de commercie in – wie iets onverlichts waagt te roepen of te posten, krijgt razendsnel een boycot aan zijn broek, of kan fluiten naar zijn opdrachten en optredens.

Toen het ontwerpersduo Dolce & Gabbana onlangs verklaarde tegen kinderen voor homostellen te zijn, riep gay dad Elton John meteen op tot een boycot. Op zich begrijpelijk: waarom zou je klant blijven bij iemand die op je spuugt? Maar dat virtueel opjutten krijgt snel iets onverkwikkelijks, ook al gebeurt het uit naam van de goede zaak: tegen vrouwenhaat, homofobie, racisme. Voor je het weet wordt #ophef tot hetze tot heksenjacht. Dat voelt net iets te lekker.

Hebben we een overwinning op de homofobie behaald wanneer Ten Walls voortaan zonder werk zit? Zo’n algemene verkettering lijkt te veel op exorcisme, het uitdrijven van het kwaad. Wat bereik je ermee, behalve een goed gevoel over jezelf?

Maar het gaat wel om meer dan de vrijheid van meningsuiting alleen. In de drie gevallen waarmee ik deze column begon, hoe verschillend ze op het eerste gezicht ook lijken, raakt die vrijheid van meningsuiting wel degelijk aan een echt heet hangijzer – de groeiende reactie tegen het gelijkheidsdenken. Er is de sterker wordende intolerantie jegens de gelijkstelling van homo’s, wat buiten het Westen (maar ook daarbinnen) steeds vaker beschouwd wordt als een teken van verwording en verval (Ten Walls beschouwde een pleidooi voor tolerantie van homo’s van een collega van hem als een poging tot „hersenspoeling”). Er is de haperende emancipatie van vrouwen in beroepen waar mannen vanouds de dienst uitmaken. En er is een welbewuste afkeer van reactionaire moslims van het westen; volgens Lily Sprangers van het Turkije Instituut is de Islamitische Universiteit (IUR) niet opgericht om integratie te bevorderen: „Sterker, de IUR is opgericht om te voorkomen dat jongeren te veel in aanraking komen met de westerse samenleving en gaan twijfelen aan het geloof.’’

Het gaat dus niet om loslopende meningen, hier en daar een achtergebleven exotisch vooroordeel van een enkeling, het gaat om vitale, reactionaire tendensen. Die vragen om meer dan het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting alleen, die vragen vooral om flink tegengas. Maar door je tegenstander monddood te maken, heb je – jammer genoeg – de zaak zelf niet gewonnen.

    • Bas Heijne