Geen mening.

Koen Greven in Madrid

Stierenvechten. Je kunt er in Spanje niet geen mening over hebben. In een volle arena onder luid gejuich een dier langzaam ter dood brengen. Als Nederlander komt als eerste een gevoel van afkeuring naar boven. Dat kan toch eigenlijk niet meer in 2015?

Maar het kan wel. Sterker nog: het gebeurt in Madrid nu wekelijks. De monumentale Plaza de Toros de las Ventas staat nota bene in de straat waar ik woon. Op vrouw en dochter hoef ik niet te rekenen. Die zijn op voorhand al tegen en kijken vol afschuw naar de prachtige arena. Voor geen goud gaan ze daar naar binnen.

Als correspondent in Spanje kun je je zo’n houding niet veroorloven. Natuurlijk kun je het stierenvechten afwijzen, maar niet zonder je te verdiepen in wat Spanjaarden nu eigenlijk nog steeds zien in dit bloederige ritueel. Vraag is of een nuchtere Nederlander in staat is te voelen wat er door een Spanjaard heen gaat.

We wagen een poging. Conciërge Santos is graag bereid mee te gaan als gezelschap, gids en groot liefhebber van stierenvechten. We gaan aan het begin van de avond te voet over de Calle de Alcalá naar Ventas. Een klein uurtje voordat de eerste stier snuivend de arena binnen rent is het plein voor de reusachtige ingang al volgestroomd.

‘Sol’ of ‘sombra’? De eerste vraag is voor Santos niet iets om over na te denken. Schaduw. Al was het maar omdat hij zelf het kaartje niet hoeft te betalen. Geen offer is te groot, als een ander het maar brengt. Die wijsheid geldt ook in Spanje. Een verschil van circa dertig euro per kaartje is volgens Santos de investering meer dan waard. Al was het maar om de torero en de stier van dichtbij in de ogen te kunnen kijken.

We zitten tussen de crème de la crème van Madrid. Al snel tikt Santos me aan als we door de catacomben van de arena lopen. Hij wijst op een oudere grijze man. Dat is Sebastián Palomo Linares, fluistert hij. Het blijkt een heel beroemde stierenvechter uit het verleden te zijn. Net als El Soro, die even verderop wordt verwelkomd.

Wij moeten het doen met drie helden van vandaag de dag: Antonio Ferrera, Juan Bautista en El Capea. Geen topaffiche, oordeelt Santos. Maar het kan minder. Als de presidente van de arena met zijn witte doek zwaait gaat de poort voor de eerste stier open. Amoroso, 609 kilo zwaar. Het waait en het is koud. We hebben pech. Het grootste deel van het gevecht speelt zich af voor de neus van de mensen met de goedkoopste kaartjes, die bovendien genieten van de zachte avondzon.

Amoroso noch Antonio Ferrera krijgt het publiek op de banken. Het is het begin van een serie matige gevechten die steevast eindigen met het wegslepen van een dode stier. Hier verdient een torero niet zomaar een oor. Deze avond blijft dat eerbetoon uit. De strijd tussen leven en dood zien de Spanjaarden als kunst. Stierenvechten staat op de cultuurpagina’s van de kranten. Een ritueel dat al tijden onveranderd is. Federico Garcia Lorca schreef er over. Francisco Goya legde het schilderend vast. Madrid is het mekka van het stierenvechten. Het symboliseert het Spanje van weleer. Catalanen zijn vooral om politieke redenen mordicus tegen stierenvechten. Het is er zelfs al een paar jaar verboden. In Barcelona is de arena omgetoverd tot winkelcentrum.

Zon of schaduw? Madrid-Barcelona? Rechts of links? Stierenvechten, kunst of misdaad? Dit zijn pure statements. Laat de Spanjaarden zelf maar kiezen. Ik hou mijn mening als correspondent van heel Spanje liever nog even voor mezelf.