Enquête Fyra is gouden kans voor bijdrage aan gezonde NS

Klagen over de Spoorwegen lijkt soms een nationaal tijdverdrijf. Het spoor is van ons allemaal. NS ook. Maar wie de afgelopen vier weken klaagde tijdens de hoorzittingen in de parlementaire enquête naar de Fyra, de gestaakte snelle trein van Amsterdam naar Brussel, moest dat onder ede doen. Daarmee stijgen de antwoorden en inzichten uit boven het gebruikelijke rumoer, zoals blaadjes op de rails.

Uit de hoorzittingen vallen drie hoofdlijnen te destilleren. Allereerst de verhouding tussen de rijksoverheid en NS. Beide partijen weten niet goed raad met hun relatie en hun rollen, en hebben opvattingen en beelden van elkaar die tot ingesleten rivaliteit leidden. De aanbesteding van het snelle spoor aan het eind van de vorige eeuw en de aanschaf en het daaropvolgende echec van de Fyra beslaan een periode van vijftien jaar. Daarin wisselden politieke opvattingen en politieke meerderheden over onderwerpen als privatisering (‘NS naar de beurs’), aanbestedingen, concurrentie op het spoor en de functie van NS als staatsbedrijf. Is NS een ‘melkkoe’ voor de overheid, met de betaling van een concessievergoeding en dividend in de staatskas? Of is NS een maatschappelijke dienstverlener, die schone mobiliteit met zoveel mogelijk zitplaatsen in de spits moet bevorderen?

Het tweede onderwerp is de onderneming NS en haar interne verhoudingen en bedrijfscultuur. De bijna smalende opmerkingen van gedelegeerd bestuurder Descheemaecker van het Belgische spoorbedrijf NMBS dat hij het wel zo gemakkelijk had omdat hij zaken deed met vier onderdelen van NS die hij tegen elkaar kon uitspelen, is bijzonder pijnlijk. Daar komt bij dat de interne verhoudingen bij NS verziekt zijn. Vorige week moest bestuursvoorzitter Huges aftreden toen uitkwam dat hij de raad van commissarissen onvolledig en niet steeds naar waarheid had geïnformeerd over zijn rol in het verkrijgen van een concessie in Limburg. Los daarvan bleek uit onderzoek van NS zelf dat de top van het betrokken dochterbedrijf op onethische wijze had gehandeld.

Het derde onderwerp is de aankoop van de Fyra-treinstellen zelf, met name de tekortschietende kwaliteitscontrole. Reden die treinen eigenlijk wel goed? Deugde het materiaal? De controles lijken uiteindelijk papieren tijgers. Een industriële cultuur waarin vlekkeloze uitvoering de norm moet zijn, was kennelijk onvoldoende geworteld. Gemakzucht en haast wonnen. De parallellen met publieke diensten waarin besluitvorming en uitvoering niet sporen (denk aan de betaling van persoonsgeboden budgetten in de gezondheidszorg, denk ook aan de NZa) liggen voor de hand. Uit sommige verhoren kreeg je ook de indruk dat het wel heel lang duurde voordat informatie over falen van de trein de directie in Utrecht bereikte.

Het Fyra-debacle is de laatste weken ingehaald door de frauduleuze verwerving van de concessie in Limburg, die NS inmiddels is ontnomen. Het kabinet heeft naar aanleiding hiervan, bij monde van minister Dijsselbloem die het staatsaandeelhouderschap bij NS uitvoert, al een verreikend initiatief aangekondigd. Dat moet duidelijk maken wat voor gevolgen het fiasco in Limburg heeft voor de publieke belangen die met NS zijn gemoeid, voor de structuur van het bedrijf en voor de binnen- en buitenlandse commerciële ambities.

Dit geeft de enquêtecommissie een gouden kans om op basis van de ontdekte feiten en verworven inzichten een bijdrage te leveren aan de toekomstige verhouding tussen de rijksoverheid en NS en het adequaat functioneren van het bedrijf.