‘Een Grexit is voor de Grieken een prachtige bruidsschat’

Volgens de euro-kritische directeur van het Duits economisch instituut IFO is Griekenland slim bezig „te halen wat er te halen valt”. De Griekse minister Varoufakis van Financiën wordt dus onderschat, vindt Sinn. Hij is juist een „zeer, zeer goede econoom.”

De Duitse econoom Hans-Werner Sinn: „Wie zegt dat de Griekse minister Varoufakis een slechte politicus is, begrijpt het niet.”
De Duitse econoom Hans-Werner Sinn: „Wie zegt dat de Griekse minister Varoufakis een slechte politicus is, begrijpt het niet.” Foto Hermann Bredehorst/Polaris

De Griekse regering onderhandelt met de Europese Unie over noodsteun en dat zij voor een dilemma staat is zacht uitgedrukt. Buigen voor de eurozone betekent meer bezuinigen en politieke zelfmoord voor de links-radicale premier Alexis Tsipras. Niet buigen betekent failliet gaan, de drachme herinvoeren en devalueren. Ook geen pretje.

Wat doe je in zo’n situatie? Je accepteert dat het hoe dan ook pijn zal doen en haalt wat er te halen valt. Volgens Hans-Werner Sinn is dat precies wat Tsipras en diens minister van Financiën Yanis Varoufakis aan het doen zijn. En ze zijn er steengoed in, zei de Duitse topeconoom deze week tijdens een lezing in Brussel voor EU-correspondenten. Sinn schat de Griekse ‘vangst’ tot nu toe op maar liefst 142 miljard euro.

Huh? Maar het hele punt is toch dat Griekenland al maanden géén geld krijgt? Inderdaad, de eurolanden, het IMF en de ECB weigeren 7,2 miljard euro over te maken als Griekenland zich niet vastlegt op stevige hervormingen en bezuinigingen. Zonder die noodsteun kan Griekenland ECB- en IMF-leningen niet terugbetalen. De gesprekken hierover duren al maanden en bereikten afgelopen week een nieuw dieptepunt nadat Tsipras de jongste voorstellen als „absurd” van tafel had geveegd. Intussen gaan er wel degelijk véél grotere bedragen naar Athene. Griekse banken worden met ‘noodliquiditeit’ (Emergency Liquidity Assistence) van de ECB overeind gehouden. Volgens Sinn is het geld nog niet binnen of het wordt opgenomen en verdwijnt voor een belangrijk deel naar het buitenland, op rekeningen of in vastgoed, en onder matrassen. Wat er vervolgens ook in Griekenland moge gebeuren, dáár verliezen die euro’s hun waarde niet.

„De Grieken hebben op deze manier 142 miljard euro aan welvaart verzameld”, zegt Sinn. „Wie zegt dat Varoufakis een slechte politicus is, begrijpt het niet.” De Griekse minister wordt door zijn hippe kledingstijl en altijd wat hautaine manier van praten vaak weggezet als een politieke nitwit. Volgens Sinn wordt de ex-speltheoreticus Varoufakis zwaar onderschat. „Hij is een zeer, zeer goede econoom. Ik begrijp veel van zijn argumenten.”

Tijdrekken

Sinn is minder lovend over de ECB. Die zou de EU blootstellen aan een groot risico. Dat werkt zo: noodliquiditeit wordt alleen gegeven als er onderpand tegenover staat. Die leveren Griekse banken dan ook. De vraag is: wat is dat onderpand nog waard als Griekenland uit de eurozone stapt en de drachme herinvoert? Niet zoveel, door de te verwachten sterke devaluatie van de Griekse munt. De ECB, en dus de landen in de eurozone, zouden met een extra, tot nu toe wat verborgen verliespost worden opgezadeld. Grieken die tijdig hun harde, geleende euro’s hebben veiliggesteld, ontspringen de dans.

Volgens Sinn verklaart dat ook waarom de onderhandelingen tergend langzaam gaan. „Je vraagt je af: waarom hebben de Grieken zo weinig haast? Dat komt dus door die kapitaalvlucht: met elke dag die voorbijgaat, wordt een Griekse exit uit de eurozone voor Europa duurder en verbetert de Griekse onderhandelingspositie.” De Grieken komen volgens Sinn niet voor niets steeds weer met te vage of onacceptabele plannen, zoals het kwijtschelden van schulden. „Tijdrekken is in deze situatie erg aantrekkelijk.” Natuurlijk: voor de Grieken zou een Grexit óók uitermate pijnlijk zijn, zegt Sinn. „Maar ze hebben hun situatie dan in ieder geval weten te verbeteren met een prachtige bruidsschat.” Kortom: ze halen wat er te halen valt.

Het cruciale probleem van Griekenland is dat het land niet meer concurrerend is. Om dat te worden, moeten de lonen en pensioenen omlaag, zodat investeren weer aantrekkelijk wordt. Dat is tot nu toe maar mondjesmaat gebeurd: een Griekse pensioengerechtigde krijgt gemiddeld meer geld dan een Duitse (geen 766, maar 958 euro per maand volgens het weekblad Der Spiegel). In de maakindustrie is het uurloon 14,70 euro, twee keer zoveel als in Polen. „Dat is niet vol te houden”, zegt Sinn. „Ik schat dat de Grieken nog tweederde van de weg te gaan hebben om weer concurrerend te worden.”

Hollandse ziekte

Waarom gaat dit zo moeilijk? Sinn wijst naar Europa. Dat besloot om zijn eigen grondregel – dat failliete landen nooit worden gered (geen bailout) – tijdens de eurocrisis te schenden. Uit angst over het voortbestaan van de euro kreeg Griekenland financiële injecties, volgens Sinn zo’n 325 miljard euro sinds 2010. En nu leidt het aan de ‘Hollandse ziekte’: het fenomeen dat geldexplosies leiden tot verlies aan concurrentiekracht (in Nederland veroorzaakt door de ontdekking van gas in de jaren vijftig van de vorige eeuw). Omdat lonen te snel stijgen of, in het Griekse geval, niet hard genoeg dalen.

„Griekenland, Italië, Oost-Duitsland, ze lijden allemaal aan de Hollandse ziekte en hebben geld nodig, transfers, om een inkomensniveau te handhaven dat hoger ligt dan wat de concurrentiekracht rechtvaardigt.”

Onlangs beweerde Varoufakis dat 90 procent van de internationale noodsteun die naar Griekenland is gegaan, is gebruikt voor het redden van Noord-Europese banken die tot hun nek in Griekenland zaten – en dat het geld dus niet ten goede is gekomen aan de Griekse samenleving zelf. Varoufakis heeft een punt, maar hij overdrijft, zegt Sinn. De Duitse econoom schat dat eenderde van de noodsteun ten goede van Noord-Europese banken is gekomen. Nog eenderde verdween naar het buitenland of onder matrassen – naar de bruidsschat dus.

Met het laatste deel is de (te) hoge Griekse levenstandaard zoveel mogelijk gestut. De Grieken consumeren tot op heden nog steeds flink meer dan hun nationale inkomen bij elkaar. „Dat is uitzonderlijk en het betekent dat ook de Grieken van het geld hebben geprofiteerd.”

Hoe dan ook: het Europese strooigoed, in ruil voor harde bezuinigingen, heeft de problemen niet opgelost, maar eerder verergerd. „Toen Lehman omviel was er 8 procent werkloosheid, in 2010 was dat 10 procent en nu is dat 26 procent. We hebben vijf jaar een experiment gedaan met catastrofale resultaten. Als we rationeel zijn, accepteren we dat het niet heeft gewerkt.”

Dit is ook iets wat Varoufakis zelf consequent zegt: dat de EU-politiek grandioos heeft gefaald. Maar in de eurozone is dát erkennen een taboe. Politici in Spanje, Ierland en Portugal hebben al hun geloofwaardigheid in de strijd gegooid om dat EU-beleid uit te voeren. Nu zeggen dat het toch niet zo’n goed idee was, is voor hén politieke zelfmoord. Dan liever doormodderen.

De Grieken, zegt Sinn, dreigen er door die angst „met de pot vandoor te gaan”, want die Grexit wordt intussen alleen maar duurder. De oplossing: draai de ECB-geldkraan dicht. Dan groeit de bruidsschat niet meer. „Dat zou de Grieken dwingen om heel snel écht te gaan onderhandelen.”

Het probleem: de Grieken kunnen dan altijd nog dreigen met een ‘Grexit’. Ze hebben een plan A (maximale concessies) en een plan B (Grexit). Die stap zou voor onzekerheid over de euro zorgen (wie volgt?) en heel duur zijn. Niet alleen door de bruidsschat die de Grieken voor zichzelf bouwen, maar ook doordat Europese politici keer op keer hebben beloofd dat Griekenland alles tot de laatste cent zal terugbetalen.

Toegeven aan de Grieken is ook niet aanlokkelijk. „Andere landen zullen dan ook zo’n behandeling willen. Je loopt het risico van politieke besmetting en dat is veel gevaarlijker voor de stabiliteit van het europroject.” De Grieken mogen tussen twee vuren zitten, de eurozone zit dat ook. Sterker nog: eurolanden hebben vooralsnog géén plan B om de Grieken de stuipen mee op het lijf te jagen. Niemand snapt dat volgens Sinn beter dan speltheoreticus Varoufakis.