Drentse Neanderthalers

Het ligt er nog in Drente, voor wie zorgvuldig gaat zoeken: vuistbijlen, klingen, afslagen, een mes van helleflint, en zelfs een trainingskampje. Allemaal van Neanderthalers, tienduizenden jaren oud. Drie archeologen gingen spoorzoeken in Drenthe.

Vondsten van Neanderthalers uit het noorden van Nederland, merendeels uit 2014. Het grootste stuk (rechts) is een 50.000 jaar oude 'kern', de basissteen waarvan een werktuig wordt gemaakt.
Vondsten van Neanderthalers uit het noorden van Nederland, merendeels uit 2014. Het grootste stuk (rechts) is een 50.000 jaar oude 'kern', de basissteen waarvan een werktuig wordt gemaakt. Foto boven M. Niekus, foto onder R. Boxem

Ruim vijftigduizend jaar geleden liepen Neanderthalers door wat nu een akker in Noord-Drenthe is. Werktuigen die ze achterlieten liggen sinds kort in twee vitrines van het Noordelijk Archeologisch Depot in het Groningse Nuis (bezichtiging op afspraak). Keurig op een rij, zonder dat eraan is af te zien hoeveel regen, wind, kou en frustratie de ontdekkers van de werktuigen de afgelopen acht jaar hebben moeten doorstaan. Voor dat verhaal moet je bij steentijddeskundige en zelfstandig archeoloog Marcel Niekus zijn.

Begin 2007 vatte hij samen met Dirk Stapert van de Rijksuniversiteit Groningen en Jaap Beuker van het Drents Museum het plan op om met collega’s en studenten in de noordelijke provincies op zoek te gaan naar een min of meer onverstoorde Neanderthalerresten.

Door losse vondsten van vuurstenen werktuigen was al bekend dat Neanderthalers hadden rondgelopen in het noorden van Nederland. Een heuvelachtige toendra vormde tussen 130.000 tot 30.000 jaar geleden hun noordelijkste leefgebied. Ze kwamen er om te jagen op rendieren, mammoeten en wolharige neushoorns, en om vuursteen te verzamelen. Hun sporen zijn daarna bedekt geraakt onder een laag dekzand.

Door ploegen komen die sporen soms naar boven. Vandaar dat de akkers in het noorden al meer dan een eeuw het werkterrein zijn van amateurarcheologen. Steentjeszoekers werden ze vroeger ook wel genoemd. Meestal waren kleine schrapers en mesjes de vrucht van hun zoektochten. Een enkeling vond de Heilige Graal: een vuistbijl, zoals timmerman Hein van der Vliet in 1939 bij Wijnjeterp (nu Wijnjewoude, Friesland). Onvermijdelijk in dit verband is ook Tjerk Vermaning, die in de jaren zestig onverstoorde Neanderthalervindplaatsen zou hebben ontdekt, maar wiens ontdekkingen in de wetenschap nu te boek staan als vervalsingen.

Terwijl dicht bij het noorden, bij Mander in Overijssel, sinds eind jaren zeventig meer dan honderd artefacten zijn gevonden, bleef het noorden zelf zonder Neanderthalervindplaatsen. Toch had Niekus het idee dat ook daar zo’n vindplaats te ontdekken moest zijn.

Vrijwilligers

Hij stond daarin niet alleen. Archeoloog Dick Brinkhuizen en amateurarcheoloog Henk Paas hoorden bij de groep vrijwilligers die regelmatig hun vrije tijd in een weekeinde opofferden om net als gewone steentjeszoekers urenlang systematisch akkers af te lopen. Altijd in de periode van september tot april, want dan waren de akkers kaal en nog niet ingezaaid. Het beste moment was als er net was geploegd en een regenbui de akker had schoongespoeld. Met een beetje tegenlicht vielen de glanzende stenen werktuigen dan het beste op. Er was één probleem: door het ploegen waren talloze, ook gewone, natuurlijk gevormde stenen in de ondergrond naar boven gewoeld.

Het was zoeken naar een speld in de hooiberg, maar Niekus zocht de ‘hooiberg’ wel met zorg uit. Bij de keuze voor een akker liet hij zich leiden door het vroegere landschap en dat betekende dat ze eerst op geologische kaarten op zoek gingen naar akkers met in de ondergrond keileemlagen, die tijdens de op een na laatste ijstijd waren gevormd en het leefoppervlak van de Neanderthalers hadden gevormd. Verder liepen ze vooral akkers af die in de buurt van (vroegere) beekdalen lagen, want daar plachten Neanderthalers hun kampen te maken.

Zo besloten Niekus en de groep op 10 maart 2007 een akker bij Assen te onderzoeken. Ze hadden er al een keer voor niets gelopen, maar terwijl de zon scheen, besloten ze nog een poging te wagen. Binnen tien minuten vonden ze een afslag, korte tijd later gevolgd door een vuistbijl en een kling. Bij latere bezoeken, waarbij de akker een paar keer in vakken van 50 bij 50 meter werd verdeeld, vonden ze nog meer werktuigen. Vier jaar na de eerste vondst ontdekte Niekus zelf een vuistbijl – de eerste in zijn leven. Deze en de andere vondsten werden allemaal met GPS ingemeten en op een kaart ingetekend. Van lieverlee was op één punt in de akker een concentratie te zien.

Reden in 2011 voor een opgraving en geologisch onderzoek te plekke, die bevestigde dat er sprake was van een nog niet erg verstoorde Neanderthalervindplaats met werktuigen. Het team vond zelfs meerdere vuistbijlen met passende minuscule afslagen. Verschillende stenen tonen sporen van onbeholpen bewerking; dezelfde die studenten als beginners maakten tijdens een experiment met vuursteenbewerking. Het zou dus zo maar kunnen dat op de plek een of meerdere jonge Neanderthalers ‘les’ hebben gekregen of hebben geoefend.

Zwaard van Geert

Ook bijzonder: een in twee stukken gebroken en incompleet vuurstenen mes, zó groot dat ze het Het Zwaard van Geert hebben genoemd, naar de vinder, amateurarcheoloog Geert Venema. Verder ontdekten ze een mes van ‘helleflint’, donker gesteente dat veel voorkomt in Drenthe, maar iets minder goed is te bewerken dan vuursteen en dat Neanderthalers blijkbaar gebruikten als alternatief. Het glanst minder, en daarom worden artefacten van helleflint zelden op akkers herkend. Omdat er verder nauwelijks afslagen waren, denken ze dat dit een slachtkamp is geweest waar Neanderthalers werktuigen die ze van elders hadden meegenomen aangescherpten.

Vijfhonderd meter verder heeft de groep begin dit jaar een tweede vindplaats ontdekt. Hier waren juist weinig werktuigen, maar veel vuursteenkernen en afslagen.

De teller staat inmiddels op meer dan 440 artefacten, waaronder dertig vuistbijlen. Dat maakt de vindplaats, waarvan ze de precieze locatie zolang het onderzoek loopt geheim willen houden, volgens Niekus van internationaal belang. Vandaar dat ze nu een stichting hebben opgericht (Steentijd Onderzoek Nederland, oftewel STONE) en een academisch comité van aanbeveling hebben met Neanderthalerspecialist Wil Roebroeks van de Universiteit Leiden, Philip Van Peer uit Leuven, Jürgen Richter uit Keulen en Paul Pettitt uit Durham.

Verder hebben collega’s uit Denemarken, waar nog geen Neanderthaler-vindplaatsen zijn ontdekt, interesse getoond om een vergelijkbaar onderzoeksproject te beginnen. Zelf heeft Niekus nog zeker vijf vindplaatsen in het noorden van Nederland op het oog die nader onderzoek verdienen. En het zou mooi zijn als ze de vindplaats bij Assen helemaal kunnen opgraven voor hij door ploegen te erg verstoord raakt.