De superspuit

Het kankeronderzoek met een uitstrijkje maakt plaats voor een simpeler methode. Maar de man die dit mogelijk maakte had niet alleen wetenschappelijke belangen.

Microbiologen uit de hele wereld hebben zich in de Spaanse stad Valencia verzameld voor hun grote congres. Chris Meijer, klinisch patholoog van het VU medisch centrum, spreekt hen toe. Het is 24 september 2014.

Hij vertelt over iets dat alle vrouwen aangaat: het uitstrijkje. Nederlandse vrouwen tussen de 30 en 60 jaar worden elke vijf jaar gecontroleerd op baarmoederhalskanker. Het is een goedlopend bevolkingsonderzoek waar andere landen jaloers op zijn. Maar deze emeritus hoogleraar (Leiden, 1945) denkt daar met al zijn ervaring anders over, houdt hij zijn collega’s voor.

Drie op de tien vrouwen komt nu namelijk niet opdagen na een oproep. Zij zouden óók gecontroleerd moeten worden. Sheet: een foto waarop onder meer een lichtblauwe spuit is te zien waarmee vrouwen zelf thuis celmateriaal kunnen afnemen. Naast de nieuwe methode van ‘zelfafname’ stelt Meijer óók voor om het materiaal anders te beoordelen dan nu gebeurt. Sheet: twee tests zijn daar volgens hem uitermate geschikt voor. Ook voor een mogelijk vervolgonderzoek noemt hij een passende test.

Na twintig minuten sluit Meijer af, met applaus. De volgende spreker wacht. Wat niemand in de zaal weet: Meijer heeft zelf zakelijke belangen bij de producten die hij zojuist belichtte. Híj heeft het hun in elk geval niet laten zien, zoals gebruikelijk is.

De aanpak van baarmoederhalskanker verandert in Nederland razendsnel. Meisjes kunnen sinds 2010 worden gevaccineerd. De beoordeling van uitstrijkjes verandert. En vrouwen die geen uitstrijkje willen, hoeven straks ook niet meer naar de huisarts. Die kunnen zelf thuis materiaal afnemen. Juist onder wegblijvers komt relatief meer baarmoederhalskanker voor.

CDA’er Ab Klink zette al die veranderingen in 2007 in gang, krap een maand na zijn aantreden als minister van Volksgezondheid. Klink vroeg de Gezondheidsraad, zijn belangrijkste adviesorgaan, of het huidige bevolkingsonderzoek anders moest worden opgezet. In 2011 bevestigde de raad dat. Dat advies is in de tussenliggende jaren voorbereid door de raadscommissie Bestrijding baarmoederhalskanker.

Maar spil in de grote veranderingen is noch de minister, noch de Gezondheidsraad. Het is, zo blijkt uit onderzoek van deze krant, een klinisch patholoog met onbetwist grote wetenschappelijke verdiensten. Maar óók met zakelijke belangen die hij niet alleen in Valencia verzweeg.

Onderzoeksgeld

Chris Meijer werd al jong hoogleraar en hoofd van de afdeling pathologie van het VUmc. Hij leidde een generatie artsen op, begeleidde ruim honderd promovendi en heeft meer dan 800 publicaties op zijn naam staan. Voor het ziekenhuis haalde hij miljoenen aan onderzoeksgeld op.

Hij is níét degene die begin jaren tachtig als eerste een relatie tussen baarmoederhalskanker en een virus, het Humaan Papillomavirus (HPV) aantoont. Een Duitser wint daar een Nobelprijs mee. Meijer en zijn collega’s ontdekken wel dat vrijwel alle vrouwen met baarmoederhalskanker dat virus bij zich dragen. En ze ontwikkelen een test die de aanwezigheid van de belangrijkste virustypes kan aantonen. Sindsdien is hij ervan overtuigd dat je baarmoederhalskanker beter kunt screenen op dat virus. En niet, zoals nu, op afwijkende cellen. Biochemische detectie van het virus versus het bekijken van cellen onder de microscoop.

Het wordt zijn missie anderen hiervan te overtuigen. Met veel en langdurige onderzoeken toont hij het nut van de screening aan. Internationaal groeit hij uit tot dé deskundige op het gebied van screening op baarmoederhalskanker. Hij doet de belangrijkste onderzoeken, valideert tests van andere bedrijven en ontwikkelt daar internationale eisen voor die zelfs naar hem worden vernoemd – de Meijer criteria. Hij is consultant bij farmaceutische bedrijven, zit in commissies en is recensent bij belangrijke wetenschappelijke tijdschriften. Ook is hij lid van de Gezondheidsraad en adviseur van haar belangrijkste commissie op dit gebied.

Het komt vaker voor dat een medisch specialist een veelvoud aan rollen heeft. Nederland is klein en soms is er gewoon maar een enkele arts die echt verstand van een bepaald onderwerp heeft.

Maar dit is uitzonderlijk: Meijer had en heeft zakelijke belangen bij producten en bedrijven waarnaar of waarmee hij onderzoek doet, en waarover hij publiceert en adviseert. Die belangen verzwijgt hij.

Dat is ernstig. Wetenschappers moeten transparant zijn over hun belangen. „Mogelijke schijn van belangenverstrengeling wordt altijd vermeden dan wel vermeld in publicaties”, staat in De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Dit geldt bij uitstek voor artsen. „Hoe weten patiënten anders of ze de beste, of de meest lucratieve behandeling krijgen?”, zegt Jan Sixma, emeritus hoogleraar Hematologie en oud-voorzitter van de Gezondheidsraad. „Medisch hoogleraren kunnen wel een bedrijf hebben, maar dat vereist volledige transparantie.”

Aandelen

In de jaren negentig ontwikkelt Meijer met collega’s een test op het HPV-virus. Het bedrijf waarin die test is ondergebracht wordt in 1998 voor 1,5 miljoen dollar verkocht aan het Amerikaanse farmaceutisch bedrijf Digene. De opbrengst gaat naar het ziekenhuis. Meijer profiteert ook persoonlijk van de verkoop. Hij wordt adviseur en krijgt aandelen. Dat meldt hij niet bij artikelen. Zo publiceert hij een onderzoek waarin de test centraal staat, in het prestigieuze wetenschappelijk tijdschrift British Medical Journal (BMJ) in 2002. Bij zijn belangen staat wel vermeld dat hij adviseur is van Digene. Maar niet dat hij aandelen in het bedrijf heeft.

In een recent, ruim twee uur durend gesprek met deze krant zei Meijer dat niet als een probleem te zien. „Ik denk dat ik heel onafhankelijk ben.” Hij verkocht zijn aandelen naar eigen zeggen net voor het farmaciebedrijf in de zomer van 2007 opging in een groter bedrijf. Het farmaciebedrijf heeft de test nooit op de markt gebracht, is zijn verklaring. Daarom meldde hij zijn aandelenbezit niet.

Injecteersysteem

De spuit waarmee vrouwen zelf celmateriaal kunnen afnemen, en die Meijer in Valencia in 2014 liet zien, kwam niet uit de lucht vallen. Op 17 januari 2008 voeren enkele artsen, zakenlui en lobbyisten in de bossen van Zeist een indringend gesprek. Een van hen, een gynaecoloog uit Veldhoven, heeft met collega’s iets slims bedacht: een spuit waarmee een vrouw vaginaal een vloeistof kan inbrengen. Na vijf tellen laat ze het injecteersysteem los waarna de vloeistof met cellen en al wordt teruggezogen in het apparaat. Ze stuurt een monster naar een laboratorium dat de cellen op afwijkingen controleert. Zo kan baarmoederhalskanker worden vastgesteld, is het idee.

De spuit is een ogenschijnlijk simpel maar ingenieus apparaat. Het duurt even voor de juiste vorm, diameter en kleur zijn gevonden. De mannen nemen prototypes mee naar huis om ze door hun eigen vrouwen te laten testen. Ook studentes proberen de spuit. Het levert belangrijke informatie op. De een lekt vloeistof, bij de ander is de interne veer te slap en een derde trekt juist de vagina vacuüm. Zo mailt een directeur zijn zakenpartners: „Het vacuümprobleem is opvallend en trad ook op bij mijn eigen vrouw.”

Lobby-actieplan

De zakenlieden aan tafel zijn Herjan Coelingh Bennink (voormalig hoofd R&D bij farmaceut Organon), Michiel Meurs (ex-CFO van Ahold) en directeur René Hol (voormalig consultant Ernst&Young). Ze geloven heilig in de spuit en richten er een apart bedrijf voor op. Het gaat uiteindelijk Delphi Bioscience heten. Bekende bestuurders als Anthony Ruys (Heineken) en Wim van der Leegte (autofabrikant VDL) investeren mee. >>

>> De lobbyisten zijn van het bekende kantoor Public Matters dat om de hoek van het Binnenhof in Den Haag zit. Ze weten als geen ander hoe je de politiek beïnvloedt. In Zeist leggen ze het begin van een „lobby-actieplan” op tafel.

Er is veel voor de spuit te zeggen. Hij is gebruiksvriendelijk, niet duur en volgens Chris Meijer, vooraanstaand hoogleraar klinische pathologie in Amsterdam, werkt hij goed. Dat zijn de „Kansen”, noteren ze.

Nadeel is dat de spuit in Nederland niet op de markt gebracht kan worden. Testen op kanker mag alleen via het bevolkingsonderzoek. „Nederlands screeningsbeleid staat goed aangeschreven” komt daarom in exact die bewoordingen onder het kopje „Bedreigingen” van het lobbyplan terecht. Het „ultieme doel” dat de mannen formuleren is dit: de spuit voor zelfafname moet het uitstrijkje volledig gaan vervangen. Kortom: het bevolkingsonderzoek moet radicaal anders.

Strategische boodschap

Dat doel blijft op advies van de lobbyisten geheim. Morrelen aan een goedlopend bevolkingsonderzoek zou maar weerstand oproepen. Wat ze de jaren erna tegen de minister, Kamerleden, de Gezondheidsraad en in de media zullen zeggen, is dat ze niet tégen het uitstrijkje zijn, maar wel vóór een hogere deelname van vrouwen aan het bevolkingsonderzoek. Wie wil dat nou niet? „We kunnen het als land ‘niet maken’ om niets te doen” aan de vrouwen die nu niet komen opdagen voor het uitstrijkje. Dat wordt de strategische boodschap.

Ze weten: de spuit aanbieden aan vrouwen die niet komen opdagen, zal op termijn „een aanzuigende werking” hebben op álle vrouwen.

Opmerkelijk is dat de naam van Chris Meijer in alle vertrouwelijke lobbystukken opduikt. Als mogelijk ambassadeur van Delphi. Als ‘auteur’ van een door lobbybureau Public Matters te schrijven opinieartikel waaronder hij alleen nog zijn naam hoeft te zetten. En als onderzoeker.

Maar Meijer doet bij voorkeur onderzoek naar, en met, de spuit van Delphi. Al is er ook een alternatief. Een Brabants bedrijf heeft ook een product – een borsteltje – waarmee vrouwen zelf celmateriaal kunnen afnemen. Het doet niet onder voor de spuit, is gebleken.

Navraag bij de Gezondheidsraad over betrokkenheid van de patholoog bij Delphi levert niets op. Aan de raad meldde hij alleen dat hij geld kreeg voor een studie met de spuiten, waarover hij in 2010 in, alweer, BMJ publiceerde. Aan het tijdschrift zelf meldde hij ook slechts deze betrokkenheid.

Mede-eigenaar

Opnieuw verzweeg hij een zwaarwegender belang. Meijer is namelijk mede-eigenaar van Delphi. Via een stichting bezit hij een klein percentage van de aandelen. Daarmee stemt en stuurt hij mee. Dat blijkt uit contracten, briefwisselingen en andere documenten. Zo prijst directeur Hol in een interne e-mail de hoogleraar: „Ik heb Chris Meijer ons zien promoten op grote conferenties.” De verkoop van de spuit in bijvoorbeeld Finland en Slovenië „zijn een direct gevolg van zijn interventies”.

De introductie van de zakenmannen van Delphi bij de minister was al gemaakt. „Beste Ab”, schreef de gynaecoloog die de spuit bedacht op 12 december 2007 aan minister Klink. De twee kennen elkaar van een boottocht een jaar eerder in Rotterdam. Klink was toen nog directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Hij organiseerde de tocht voor innoverende ondernemers. De uitvinder mocht er met directeur Hol de spuit presenteren.

Of de minister een half uur tijd heeft.

Op 3 september 2008, een half jaar na de lobbybijeenkomst in Zeist, zijn de twee van harte welkom op het ministerie. Dat is opvallend. Terwijl de Gezondheidsraad op Klinks verzoek nadenkt over de rol van het zelf afnemen van cellen door vrouwen en de bijbehorende testmethodes in het bevolkingsonderzoek, ontvangt Klink slechts één belanghebbende partij.

De mannen van Delphi vertellen dat de spuit het best gebruikt kan worden in combinatie met de nieuwste virustests van VUmc. De minister is enthousiast. Kan de methode „niet standaard, onder alle vrouwen in het bevolkingsonderzoek ingevoerd worden?”, vraagt hij, getuige de notulen van Delphi. Toezeggingen doet Klink het tweetal niet. Hij wacht eerst de adviezen van de Gezondheidsraad af.

Een half jaar later, op 16 februari 2009 zitten de twee weer bij de minister. Ditmaal hebben ze hoogleraar Meijer meegenomen. Die presenteert zelf zijn grote studie met de spuit. Klink vraagt, zo noteren de mannen van Delphi, of ze snel zouden kunnen leveren als er een nieuw bevolkingsonderzoek is. „We zijn er klaar voor”, beamen de directeuren namens het bedrijf. Meijer knikt namens het VUmc.

Wetenschappelijke motieven

De contacten met Klink blijven goed. Wist de CDA’er dat de hoogleraar heimelijk ook namens het bedrijf sprak? „Nee, dat wist ik niet”, zegt Klink desgevraagd. „Ik ging er blind vanuit dat de heer Meijer daar alleen zat vanuit wetenschappelijke motieven.” Waarom hij slechts één marktpartij ontving? Klink: „Ik kende ze toevallig. Daar moet je absoluut geen bevoordeling van een partij in zien.”

Intussen zijn de lobbyisten druk met het „bewustzijn creëren” bij de „primaire” en „secundaire” doelgroepen. Tot de eerste behoren de minister („de meest effectieve weg”) en Kamerleden („minimaal drie politieke partijen”). Tot de tweede de verzekeraars die de spuit moeten vergoeden en de lezers van een damesblad. Als die in hun blad lezen over een vrouw die geen uitstrijkje wil, maar wel die spuit, zal een „maatschappelijke vraag” ontstaan, hopen de lobbyisten. Ook BNN-presentatrice Sophie Hilbrand, bekend van het programma Spuiten en Slikken, wordt ingehuurd. In een spotje zet ze de voordelen van de spuit af tegen de nadelen van het uitstrijkje: „Spoelen in plaats van schrapen”.

Machiavelli

Maar terwijl de politiek vanaf 2008 warmloopt voor de spuit, komt Delphi financieel niet van de grond. Het bedrijf kan de spuit nog niet en masse verkopen, zolang er geen nieuw bevolkingsonderzoek is. Het wachten is op een positief advies van de Gezondheidsraad en dat blijft uit. Het salaris en de reiskosten van de directeur zijn hoog en de opbrengsten uit het buitenland vallen tegen. In 2014 gaat het bedrijf aan ruzie, wantrouwen en mismanagement ten onder. In een interne e-mail noemt de president-commissaris Chris Meijer „onze Machiavelli uit Amsterdam (…) aan wie de afgelopen jaren irrelevant veel aandacht en discussie is besteed.”

Tot ieders verrassing neemt de concurrent uit Brabant – de fabrikant van het borsteltje – het failliete (maar nog altijd veelbelovende) Delphi over.

Meijer ontkent zich ooit met het bedrijf te hebben bemoeid. Precies daarom heeft hij zijn financieel belang bij de spuit niet gemeld bij VUmc, de Gezondheidsraad, op congressen en in tijdschriften, zegt hij. „Ik beschouwde Delphi als een belegging. Er moest gewoon een doorbraak komen, als je wist waar zelfafname naartoe moest. Daar heb ik bij geholpen.”

Self-Screen

Terug naar 2009. Als het financieel slecht gaat met Delphi ontstaat een nieuw plan. Wat als dat andere bedrijf van Meijer de spuiten nu ook eens gaat verkopen? De patholoog is immers ook aandeelhouder en bestuursvoorzitter van Self-Screen. Dat bedrijf zetelt op zijn eigen ziekenhuisafdeling. VUmc heeft lange tijd een minderheidsaandeel. Self-Screen valideert virustests van andere bedrijven, doet onderzoek naar het virus en ontwikkelt en verkoopt HPV-tests. Het heeft net weer andere contacten en klanten dan Delphi.

Namens zijn ene bedrijf sluit de hoogleraar een contract met ‘zijn’ andere bedrijf. De twee bedrijven leggen vast dat ze klanten voortaan benaderen met hun eigen én elkaars producten. Zo beschikken ze beide over het hele pakket ‘HPV-producten’ en >> >> sluiten ze concurrentie uit.

De afspraak is als volgt. Self-Screen mag voortaan ook de spuiten verkopen. Maar wat schiet Delphi ermee op? Die firma krijgt er „wetenschappelijke [...] publicaties” – lees: erkenning – voor terug, belooft de hoogleraar. Het is hoogst opmerkelijk dat een hoogleraar toezegt wetenschappelijke publicaties te verzorgen in ruil voor extra handel. Het is vastgelegd in een contract dat hij tekende en in het bezit is van deze krant.

Meijer: „Ik kan me geen contract herinneren.”

Buitengewone expertise

Op 24 mei 2011 verschijnt het langverwachte rapport van de Gezondheidsraad over een nieuwe opzet van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Meijer heeft als adviseur formeel geen stem, wel de grootste expertise. De raad wist dat hij ondernemend was en belangen had. Toch werd hij adviseur, „met inachtneming van zijn buitengewone expertise”.

De raad adviseert dat er een nieuw bevolkingsonderzoek moet komen. Ze baseert zich voor een belangrijk deel op onderzoeken van Meijer. Hij deed die naar, of met, tests en producten van hemzelf. Daarbij verzweeg hij zijn betrokkenheid.

„Hoe kun je een oordeel vellen over iemands advies over iets wat zo belangrijk is als een bevolkingsonderzoek, terwijl je de belangen van zo’n deskundige niet kent?”, vraagt emeritus hoogleraar Medisch-wetenschappelijke verslaglegging John Overbeke zich af, als hem de feiten worden voorgelegd. „Deze informatie had moeten worden gemeld. In wezen is het wetenschappelijk wangedrag.”

De Gezondheidsraad wil dat vrouwen getest worden op het virus en niet op afwijkende cellen. Het vervolgonderzoek moet beter. En de opkomst „onder bepaalde subgroepen” kan worden vergroot. Precies zoals de Amsterdamse hoogleraar al jaren betoogt.

Er zijn op dat moment 30 commerciële tests beschikbaar. Het in het rapport besproken onderzoek „betreft echter vrijwel uitsluitend onderzoek” met twee van die tests, schrijft de raad. Bij beide tests is Meijer zakelijk betrokken. Eén is van een farmaceutisch bedrijf waarmee hij zakelijk verbonden is. De ander wordt gemaakt door zijn eigen bedrijf in Rijswijk. Ook daar weet de raad niet van.

Familieleden

Biotechbedrijf Diassay zit op een industrieterrein in Rijswijk. Het bedrijf produceert en verkoopt HPV-tests. Meijer is via een constructie van bv’s met familieleden voor de helft eigenaar van het bedrijf. De andere eigenaar is zijn vriend Wim Quint. Deze moleculair bioloog was samen met Meijer adviseur van de Gezondheidsraad. Beiden meldden hun aandeel in dit bedrijf niet. „We verkopen de test al jaren. Maar alleen voor wetenschappelijk gebruik”, zegt Quint. „Daarom heb ik Diassay niet apart bij de Gezondheidsraad opgegeven.”

Meijer is nog altijd 2,5 dag per week in dienst van het ziekenhuis en doet belangrijke onderzoeken.

Eerst ontkent Meijer zijn betrokkenheid bij Diassay. Na doorvragen zegt hij: „Oh, bedoelt u dát?” Het is „een privézaak”, zegt hij, vandaar dat hij het nergens meldde. Tenminste, niet officieel. „Ik denk dat ze het bij de Gezondheidsraad ergens wel weten, maar dat is een veronderstelling.”

Eén groot onderzoek dat hij nu doet, vindt plaats op advies van de Gezondheidsraad. Die schreef namelijk dat voor „het direct aanbieden van een thuistest aan alle vrouwen” – het ultieme doel van de lobbyisten in Zeist – nog wat meer onderzoek nodig is. Dat onderzoek wordt gedaan met een test van Meijers Diassay.

Die studie is nu in volle gang. Alle vrouwen die dezer dagen een oproep krijgen voor het bevolkingsonderzoek krijgen er een brief bij. Ze mogen kiezen: een uitstrijkje bij de dokter of thuis zelf aan de slag.

Terwijl Meijer in opdracht van de raad onderzoekt of zelfafname het uitstrijkje kan vervangen, is hij alweer een stap verder. Een ander bedrijf van hem ontwikkelt met Europese subsidie een verbeterd middel voor zelfafname.

Onder pathologen klinken al tijden harde grappen, dat meer mensen leven van het HPV-virus dan eraan doodgaan. Meijers naam wordt altijd genoemd. Ze zeggen dat hij handig en zakelijk is. En dat hij „nu u het zegt” belangen soms niet meldde. Die lezing op dat en dat congres? „Ja, dat was wel gek”. Of: „Tja, dat is Chris”. Iedereen verwacht ooit nog eens met hem te maken te krijgen. Daarom willen ze niet bij naam genoemd worden.

Inmiddels raken steeds meer wetenschappers op basis van eigen onderzoek overtuigd van het nut van screenen op het virus.

Maar juist nu het in Nederland bijna zover is, zijn er veel open vragen. Had of heeft de wetenschapper Meijer nog meer zakelijke belangen? En heeft hij vaker belangen verzwegen bij zijn wetenschappelijke publicaties?

En ook: kan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker in de nieuwe opzet wel doorgaan, nu de grondlegger en wetenschappelijke adviseur deze commerciële belangen blijkt te hebben?

En welk oordeel velt de politiek, aan de vooravond van de invoering van het nieuwe bevolkingsonderzoek?

Maar eerst wordt een dezer dagen bekend wie al de HPV-tests voor het nieuwe bevolkingsonderzoek mag gaan leveren. Met 800.000 vrouwen per jaar een lucratieve klus. Zeker omdat Nederland gidsland is. Andere landen zullen spoedig volgen.

Een van de deelnemers aan de besloten aanbesteding? Self-Screen, bevestigt Meijer. <<

Reageren? onderzoek@nrc.nl