Opinie

    • Youp

Arendsoog

In mijn jeugd moest ik het doen met Arendsoog en zijn vriend Witte Veder. Zij losten voor mij de schoten in de prachtboeken van J. Nowee, die later werd opgevolgd door zijn zoon P. Nowee. Ik las de door mijn broers stuk gelezen exemplaren gloeiend van de spanning. Ik heb het over begin jaren zestig van de vorige eeuw. Mijn lagere schooltijd. Best wel behelpen toen. Geweerschoten in een boek. Was deze week dan ook jaloers op die Zaanse schoolkinderen, die tijdens het speelkwartier met hun eigen oogjes zagen hoe de buurman door vier mannen werd neergemaaid met kalasjnikovs. Dat is pas avontuur. Met zijn allen naar binnen vluchten en de bezemkast induiken. Weer eens wat anders dan die geestdodende computerspelletjes.

De dag na deze criminele afrekening was het Nationale Buitenspeeldag. Hoorde een muts op de radio op zo’n pedagogisch toontje vertellen hoe belangrijk het is dat kinderen buiten spelen. Week eerder hoorde ik een zelfde soort troela ons waarschuwen hoe gevaarlijk het is als kinderen te vaak buiten spelen. Ze worden dan blootgesteld aan te veel zon. De kans op huidkanker is enorm. Insmeermoeders moesten er komen. Kinderen van top tot teen in de zonnebrandcrème. En kogelvrije vesten dus!

Was deze week erg terug in mijn kindertijd omdat ik naar het magistrale concert van de buitenaardse Paul McCartney in de Amsterdamse Ziggo Dome mocht.

„Wat een leuke jongen”, lachte mijn vrouw halverwege de avond over de muzikant die volgende maand 73 wordt. Zij vindt alle mannen die hun haar verven ronduit zielig, maar van McCartney kan ze het hebben.

Leukste moment van de avond? Toen ik een meneer tegen een vriend hoorde neuzelen dat hij persoonlijk meer een John Lennonman was, waarop de ander antwoordde dat hij zich meer identificeerde met de Rolling Stones. Dat was meer rock-’n-roll. Die snoven nog wel eens wat.

Toen ik me omdraaide om te zien wie deze clichés kotsten, zag ik twee uitgestreken ambtenaren waarvan ik zeker wist dat ze een elektrieke fiets in hun doorzonschuurtje hadden staan. En een koelkast vol Radler. Dat is die alcoholvrije bejaardenlimonade. Zo lief om dat soort decafé-mannen over Mick Jagger en John Lennon te horen praten. Daarna voegden ze zich bij hun vrouwen, die hun haar korter hadden dan The Beatles toen.

Vergeet je mening niet te twitteren, dacht ik en luisterde verder naar Sir Paul, die drie uur achter elkaar hit op hit op hit speelde en niet een slok water nam.

En hij heeft ook nog dertig miljoen moeten aftikken aan een eenbenige heks met wie hij een tijdje getrouwd was en die zich onlangs afvroeg wie die Paul McCartney nou eigenlijk was. Tsja, wie is Paul McCartney? Hij gaf maandagavond zelf het antwoord en ik herhaal: het was buitenaards!

Later deze week volgde ik een discussie over een Topper die een hit heeft met een liedje van Claudia de Breij. Geloof dat Claudia er niet blij mee is. Maar ik las ook dat de deze week van de aarde vertrokken James Last nummers van Lennon en McCartney met zijn Duitse schnabbelorkestje speelde. Dat lijkt me toch echt veel erger. Zal niet treuren om James, terwijl er wel een weemoedig schokje door me heen ging toen ik hoorde dat de grote Fred Anton Maier niet meer onder ons is. Hij was een held in de tijd dat schaatsen nog schaatsen was en geen slaapverwekkend televisiebehang.

Het vrolijkst werd ik deze week van de ophef in columnistenland. Kleine krabbelaars waren verbaasd over het voetballersgage dat collega Jan Mulder jaarlijks in België gaat vangen voor een stukje per week in Het Laatste Nieuws. Een Vlaamse vriend legde mij uit dat met dit blaadje vergeleken De Telegraaf een soort Pravda is. Hij voegde er ook nog aan toe dat de lezers van deze Belgische krant niet eens kunnen lezen. En hij wilde onmiddellijk weten wat ik voor dit wekelijkse stukje in de NRC vang.

„Veel”, lachte ik.

„Hoeveel?”

„Heel veel”, hield ik hem nieuwsgierig, „laat ik het zo zeggen: voor het luizige bedrag van Jan klapt deze vedette niet eens zijn laptop open!”

Verbaasd vroeg hij hoe het kan dat ik zo buitenproportioneel betaald word in economisch best moeilijke tijden.

Mijn antwoord was klip, klaar en simpel: Belgische hoofdredacteur!