Als de nieuwe belastingpolitiek het product van reclame wordt

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Eric Wiebes en de slapstick van de belastinghervorming. Ofwel: waarom politici zelden een goed zicht hebben op de gevolgen van hun hervormingen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer
Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Hervormen – ik ken weinig Haagse begrippen die zo overschat zijn. Bekijk de recente beleidsgeschiedenis en je ziet globaal twee dingen. Onooglijke wetjes die de Kamer zonder fanfare passeerden, terwijl ze achteraf een ware omwenteling inleidden.

En groots aangekondigde hervormingen, voer voor de dramademocratie, die achteraf amper invloed hadden.

Je kon ervan leren dat je bij hoogoplopende debatten over zo’n hervorming altijd even moest checken wat je precies zag: was het spel, of was het echt?

Dus ik had zo mijn vragen toen deze week, voor de zoveelste keer, dat hele circus over hervorming van het belastingstelsel voorbijkwam.

Politiek-technisch was het natuurlijk een vertoning. Coalitie als kippenhok. Iedere bewindsman elke dag zijn eigen feiten. Met als dieptepunt staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD), die woensdag nog zei dat de coalitie „eruit” was en donderdag terugviel op de hoop dat mogelijk komend najaar „een eerste stap” voor de belastinghervorming gezet kan worden. Vandaar dat sommige coalitiepolitici woensdagmiddag de aandrang niet konden onderdrukken om Wiebes, met zijn nerdy McKinsey-gedrag, even de waarheid te zeggen.

Logisch, kon je zeggen, want het gaat om een hervorming, en hervormingen, u weet het, heten enorm belangrijk te zijn. Maar als je even afstand nam, en je blikte nog eens terug, dan kon je evengoed een andere werkelijkheid waarnemen.

Politiek is, zoals bekend, steeds meer reclame. Fracties en partijen hechten aan message control: de heldere boodschap die het merk van hun partij bevestigt. Vandaar dat nu volwassen politici, lid van een regeringsfractie, schielijk naar de voorlichter verwijzen als je ze belt. En dat veel leden van fracties naamloos blijven omdat hun fractievoorzitter bij elk politiek wissewasje het woord voert. Dit voor de beeldbevestiging.

In ditzelfde stramien past dat partijen eigen begrippen uitdragen. Zet een D66-Kamerlid voor een camera en ‘hervormen’ valt. In het verkiezingsprogramma voor 2012-2017 komen de woorden hervormen c.q. hervorming opgeteld tweeëntwintig keer terug. In de context van de zorg (vier keer), de woningmarkt (zes keer), de arbeidsmarkt (twee keer), het onderwijs (twee keer), etc.

Boeiend detail: hervorming van het belastingstelsel ontbrak in 2012. Maar verder was er geen twijfel mogelijk: D66 was de ware hervormingspartij.

Je kunt gerust zeggen dat de partij hiermee behoorlijk invloed had: Rutte II voerde op veel van dezelfde terreinen hervormingen door. Bovendien was het ook D66 dat, aangevuld met CU en SGP, Rutte II najaar 2013 over de brug hielp, zodat het kabinet zijn hervormingen door de Eerste Kamer kon loodsen.

Gevolg was dat Rutte II voorjaar 2014 zo'n beetje klaar was. De coalitie probeerde nog wel een nieuwe beleidsagenda te ontwikkelen, onder meer door voort te borduren op een advies (juni 2013) waarin ABN Amro-bestuurder Kees van Dijkhuizen hervorming van het belastingstelsel aanbeval.

Vereenvoudig het stelsel (minder toeslagen), zei hij. Verlaag de belasting op arbeid in ruil voor hogere lasten op consumptie (btw). Dat is goed voor de werkgelegenheid, aldus Van Dijkhuizen.

Maar de coalitie werd het er niet over eens. Schrappen van toeslagen gaat ten korte van de laagste inkomens, en geld om dit op te vangen was er niet. De coalitie trad naar buiten met de boodschap dat het even mooi was geweest met hervormen: uitvoering van de afgesproken maatregelen was al moeilijk genoeg. De burger had recht op beleidsrust.

Maar Pechtold, meester van de politieke politiek, gaf zich niet gewonnen, en met zijn message control hield hij de noodzaak van belastinghervorming op de Haagse agenda. Als de werkloosheid zo hoog is, zei hij in elk interview, mag een kabinet niet bij de pakken neerzitten. Dan móet de belasting op arbeid omlaag.

Ik zeg niet dat hier geen overtuiging uit sprak – zeker niet. Maar nu zijn eigen verkiezingsprogramma deze hervorming in 2012 niet nodig achtte, kon je evengoed zeggen dat dit paste in een bepaalde Pechtold-aanpak: een hervorming eisen met als subdoel coalitiepartijen uiteen drijven. En zoals vaker speelde de D66-voorman het vaardig. CDA-leider Buma trok met hem op. Samen wisten ze vorig najaar af te dwingen dat de coalitie uiterlijk deze zomer een belastinghervorming zou presenteren: precies het stadium waar we nu zijn aanbeland.

Maar sinds 2014 is veel veranderd. De economie groeit ineens fors, zodat er nu wel geld is om negatieve inkomenseffecten van het schrappen van toeslagen op te vangen. Reden waarom ze nu in de coalitie verwachten dat er uiterlijk midden volgende week een coalitieakkoord ligt – al zal, begrijp ik, het zwaartepunt op belastingverlaging liggen, aangevuld met een bescheiden belastinghervorming. Dit laatste ook omdat kabinet en C3 geen meerderheid in de senaat meer hebben, zodat het lot van alle wetgeving tot ver in het najaar onzeker blijft.

Dus alle opwinding van deze week was politiek boeiend, maar inhoudelijk niet vanzelfsprekend belangwekkend. Het hele zaakje kon nog mislukken. De echte vraag leek me: zou dit werkelijk een ramp zijn?

Anders gezegd: leren politici van het verleden? Ik keek in de archieven nog eens terug naar de vorige belastinghervorming, die van 2001. Ook Zalm (VVD, nu ABN Amro) en Vermeend (PvdA, nu fiscaal omnivoor) vereenvoudigden destijds het stelsel – al merkte de burger daar later niet veel van. Maar zelf vonden zij het revolutionair dat ze een vermogensrendementsheffing introduceerden – een vast percentage belasting op beleggings- en spaaropbrengst.

„Mijn collega’s (-) in andere landen vinden het mooi hoor”, zei een trotse Zalm februari 2000 in deze krant. En: „Over tien jaar hebben we hem nog.”

Dat mag je wel zeggen: als partijen nu ergens een einde aan willen maken, is dat precies deze vermogensrendementsheffing. Het vaste belastingpercentage bleek veel te hoog voor de winst die mensen sinds 2008 op beleggen en sparen maken. Anders gezegd: wat een spectaculaire hervorming leek, was in feite een blijk van gebrekkig inzicht en overmoed.

En wat meer is: terwijl ook in 2000 en 2001 erg veel aandacht ging naar de belastinghervorming, werd gelijktijdig, vrijwel onopgemerkt, een hervorming ingevoerd die wel een omwenteling teweegbracht.

Voor 2000 vond ik de ‘zzp'er’ één keer In Kamerstukken terug: in onderzoek uit 1996 over georganiseerde misdaad in de bouw. Pas na een brief van het kabinet-Kok II in mei 2000 werd het begrip vaker in de databank van de Kamer opgeslagen. Destijds stelde de regering een wetswijziging voor (‘de gemodificeerde WAZ-variant’) die een einde moest maken aan onhelderheid over afdracht van premies en belastingen door (en voor) zzp’ers. Dan wist een zzp’er voortaan op voorhand wat hij van zijn inkomen overhield.

En de maatregel die toenmalig staatssecretaris Hans Hoogervorst (Sociale Zaken, VVD) daarvoor 4 oktober 2001 moeiteloos door de Kamer kreeg, gaf achteraf volgens onderzoek een eerste grote impuls aan de spectaculaire groei van het aantal zzp’ers in Nederland. De werknemer kon voortaan ook ondernemer zijn.

En het bijzondere was, zo zag ik in het archief, dat hier destijds niet één krant over schreef. En dat destijds, zo zag ik in de parlementaire monitor, niet één fractievoorzitter of minister in de Kamer er het woord over nam. Ergo: de meest indringende hervorming die de politiek de laatste vijftien jaar doorvoerde, kwam in de Kamer vrijwel in stilte tot stand.

Het onderstreept, samen met het effect van de belastinghervorming 2001, hoe moeilijk gevolgen van hervormen zijn te voorzien: ook de knapste politici hebben vaak geen idee wat ze in werking stellen.

Dus nu je kunt voorzien dat de belastinghervorming van Rutte II geen groots resultaat oplevert, is het misschien zinvol hier niet meteen groot alarm over te slaan.

De recente geschiedenis van zzp-beleid en belastinghervormingen zou politici bescheiden mogen stemmen over de effecten van al die hervormingen. En vooral: over de kennis die zij zelf van die effecten hebben.