Dure campagne

Wat kost het om president van Amerika te worden?

Foto AFP

Het begint nu echt voor Hillary Clinton. Morgen trapt ze officieel haar presidentscampagne af in New York. En daarna hoopt ze 16 maanden lang campagne te voeren - eerst voor de Democratische nominatie en dan voor het presidentschap.

Dat is niet alleen een fysieke uitputtingsslag, je hebt er ook een heel diepe buidel voor nodig. Nog nooit is het zo duur geweest om Amerikaanse president te worden. Clintons campagneteam mikt op 2,5 miljard dollar voor de strijd om het Witte Huis, een ruime verdubbeling van Obama’s campagnebudget in 2012.

Van de Republikeinen wordt tenminste eenzelfde bedrag verwacht. De eerste 900 miljoen is al binnen met een toezegging van oliemagnaten Koch en hun politieke lobbyclub.

Waar komt het geld vandaan?

Bij een typische presidentscampagne zijn er drie geldstromen aan het werk. Bijdragen uit de partijkas, het geld dat de kandidaat persoonlijk ophaalt en de dollars van super-PAC’s. Super-PAC’s zijn een soort actiecomités waaraan ongelimiteerd mag worden gedoneerd, maar die geen rechtstreekse banden hebben met de kandidaten. Zo zag de eindafrekening van de presidentsverkiezingen in 2012 eruit:

Nog even over die super-PACs. Vóór de vorige presidentsverkiezingen mochten Amerikanen niet onbeperkt geld geven aan een campagne. Zo wil de overheid de invloed van vermogende personen en bedrijven op de verkiezingen beperken. Nog steeds mag je maximaal 2.700 dollar overmaken naar een individuele kandidaat. Maar sinds een uitspraak van het Hooggerechtshof in 2010 kun je aan een Super-PAC zoveel geven als je wilt. Dat comité mag vervolgens campagne voeren, zo lang het maar niet overlegt met een kandidaat.

Toch zijn veel super-PACs nauw verbonden met de kandidaten. Zo wordt de super-PAC Ready for Hillary geleid door een goede vriend van de Clintons die al ruim tien jaar campagne voor Hillary voert. Met zijn bus rijdt hij door het land om vrijwilligers te charteren en donaties op te halen.

Wie zijn de grootste donateurs?

Bedrijven en belangengroepen mogen via actiecomités maximaal 5.000 dollar doneren. Maar via gelieerde comités of super-PACs kunnen ze - geheel volgens de wet - grotere bijdragen te doen. Zo spekte vliegtuigfabrikant Lockheed Martin bij de vorige verkiezingen de partijkas van zowel Obama als Romney met meer dan een miljoen dollar. Traditioneel geven vakbonden meer aan de democratische kandidaat en heeft de financiële sector een voorkeur voor een Republikeinse president.

Ook individuele Amerikanen mogen niet onbeperkt doneren, maar een enkeling weet zijn persoonlijke invloed op een andere manier te gelde te maken. Zogeheten ‘bundlers’ halen grote bedragen op bij individuen, een lucratieve functie. Uit een studie van het Center for Public in 2011 bleek dat 80 procent van de bundlers die meer dan 500,000 dollar voor de Democraten ophaalden werden beloond met een baan voor henzelf of een familielid in de eerste regering-Obama. Of neem topadvocaat Timothy Broas. Hij werd vorig jaar de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, nadat hij meer dan een half miljoen dollar voor Obama had opgehaald.

En waar geven ze het aan uit?

Advertenties, op tv, radio en internet zijn verreweg de grootste kostenpost. Een reclame-offensief op televisie in één enkele staat kost al gauw een miljoen dollar per week, schrijft de Wall Street Journal. The Washington Post zette bij de vorige verkiezingen alle uitgaven door campagneteams op een rij.