VN staan machteloos in verdeeld Burundi

De onrust in het land houdt aan. De oppositie wil de president weg hebben, maar weet geen vuist te maken.

De Algerijnse diplomaat Said Djinnit, onderhandelaar van de VN in het gewelddadige conflict in Burundi, is gisteren opgestapt. De oppositie in het land heeft het vertrouwen in hem opgezegd omdat hij geen veroordeling wilde uitspreken over het controversiële plan van president Pierre Nkurunziza zich voor een derde ambtstermijn verkiesbaar te stellen.

Hoe het nu verder moet, is nog onduidelijk. Gisteren liet een oppositieleider weten dat zeventien partijen zullen oproepen tot een boycot van de presidentsverkiezingen, die eerder werden uigesteld tot 15 juli. De oppositie is het eens over de eis dat Nkurunziza geen kandidaat mag zijn, maar is voor het overige verdeeld. Na weken van demonstraties is ze er niet in geslaagd een volksopstand te bewerkstelligen, zoals vorig jaar in Burkina Faso wel gebeurde.

De regering stelt zich onwrikbaar op. „Over de kandidatuur van Nkurunziza valt niet te onderhandelen”, zei een woordvoerder. Oppositieleider Agathon Rwasa bracht daartegen in: „Hoe kunnen er verkiezingen plaatsvinden als burgers worden vermoord, een pro-regeringsmilitie wordt bewapend en onafhankelijke media worden gesloten? Het is duidelijk dat de regering de wereld en de staatshoofden in de regio voor het hoofd stoot.” De Katholieke Kerk in Burundi en internationale organisaties hadden Nkurunziza eerder al opgeroepen af te zien van een derde ambtstermijn.

Het conflict in Burundi brak uit nadat Nkurunziza zich vorige maand officieel kandidaat stelde. Hij lapte daarmee het vredesakkoord van Arusha uit 2000 aan zijn laars. Dit bepaalt dat een president slechts twee ambtstermijnen mag aanblijven. Het akkoord maakte een einde aan een cyclus van geweld tussen de Hutu’s (85 procent van de bevolking) en Tutsi’s. Het huidige conflict gaat niet om rivaliteit tussen die bevolkingsgroepen maar over een president die zijn macht niet wil opgeven. Nkurunziza presenteert zich als volkse president, een herboren christen en eigenaar van de voetbalclub Alleluia FC. Hij is populair op het platteland, waar 80 procent van de bevolking leeft. Bij bezoeken neemt hij altijd zakken vol rijst mee .

Zijn partij beschikt over de jeugdmilitie Imbonerakure, wat in het Kirundi betekent ‘Zij die ver kunnen kijken’. Ongeveer 100.000 Burundezen ontvluchtten de afgelopen tijd hun land uit angst voor deze militie. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Zeid Ra’ad al-Hussein, zei deze week: „Leden van Imbonerakure opereren onder instructies van de regeringspartij en met hulp van de politie en geheime diensten, die hen voorzien van wapens, auto’s en soms uniformen.” Mensen die de afgelopen weken demonstreerden in de hoofdstad Bujumbura zeggen te zijn aangevallen door deze militieleden, die soms gekleed gaan in politietenues. Er vielen zeker twintig doden.

De vrees is dat de tegenstelling tussen Hutu’s en Tutsi’s opnieuw een strijdpunt wordt in het Gebied van de Grote Meren. Bij de genocide in Rwanda in 1994 kwamen 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s om, in Burundi sinds de onafhankelijkheid ruim een half miljoen. De crisis staat hoog op de agenda van de top van de Afrikaanse Unie in Zuid-Afrika dit weekend. In Oost-Afrika wil president Kagame van Rwanda zich ook herkiesbaar stellen voor een derde ambtstermijn, en president Museveni van Oeganda ambieert een vijfde termijn.