Streven begrotingsevenwicht wordt nu wel erg snel vergeten

Er was een akkoord. Er was alleen een akkoord op hoofdlijnen. Er was eigenlijk geen akkoord, maar een voornemen. Het tactische spel rond de belastingherziening is begonnen, nu de plannen door budgettaire meevallers levensvatbaar zijn geworden.

Er worden allerlei politieke overwegingen losgelaten op de noodzaak van een belastinghervorming: zingeving voor het kabinet-Rutte II, levensverlenging van de coalitie, het laten meedelen van de burger in het herstel na jaren van recessie.

Maar er is ook een praktische reden. Belastingstelsels groeien na verloop van tijd dicht. Het huidige systeem is alweer veertien jaar oud, en de tijd nadert dat er moet worden gewied. De voorstellen die circuleren klinken op papier goed: lagere belasting op werk, een hogere belasting op consumptie. Een verandering van het doorgeslagen systeem van toeslagen. En een vermindering, of verandering, van de vermogensrendementsheffing die nu te star is en onder de huidige omstandigheden zeer nadelig is voor spaarders.

De discussie is in een stroomversnelling geraakt omdat er, door de gunstige economische vooruitzichten, 7,5 miljard euro aan begrotingsruimte is ontstaan. Door de economische meevallers ligt het begrotingsbeleid nu voor op het traject dat in het regeerakkoord is afgesproken. Van dat bedrag, acht miljard euro, kan vijf miljard worden gebruikt als ‘smeergeld’ om te voorkomen dat groepen er op achteruit gaan en zo de politieke en maatschappelijke acceptatie van het plan te vergroten.

Om daarvan gebruik te kunnen maken, kan er niet zomaar tot grootschalige lastenverlichting over worden gegaan. Dat zou in strijd zijn met de Europese regels, die een verdere afbouw van het begrotingstekort vergen. Dispensatie is enkel mogelijk als een lastenverlichting wordt verpakt als ‘structurele hervorming’.

Dat is mooi, maar toch past hier, tussen het breed gedeelde enthousiasme, terughoudendheid. Wat is er gebeurd met het streven naar een begroting die in evenwicht is of een klein overschot vertoont? Die uitgangspositie kan er voor zorgen dat een volgende crisis beter wordt opgevangen, en beschermt economie en samenleving tegen overhaaste en schadelijke bezuinigingen.

Een begroting die ‘automatisch’ klappen kan opvangen is het nastreven waard. Maar dat vergt óók discipline in goede tijden: als het begrotingssaldo verbetert moet het extra geld niet meteen worden uitgegeven. Nu, bij de eerste de beste meewind, lijkt de verleiding meteen al te groot. Een belastingherziening kan ook toe met minder smeergeld. Een gezonde en weerbare begroting blijft het beste cadeau dat de burger kan worden gegeven.