Perfect geschapen voor het kwaad

Christopher Lee (1922-2015)

Filmacteur

In 281 rollen speelde hij bijna altijd de booswicht. Als cowboy, vampier, of tovenaar. „Rotzooi? Dan maken we de best mogelijke rotzooi.”

The Scars of Dracula, 1970
The Scars of Dracula, 1970

Christopher Lee leefde lang genoeg om Dracula te overleven. De tikker stopt op 281 rollen. Binnenkort zou hij in een 9/11-drama spelen met Uma Thurman, maar gisteren maakte Birgit Kroencke, een halve eeuw zijn echtgenote, bekend dat Lee zondag op 93-jarige leeftijd was overleden.

Voor een hele nieuwe generatie is niet Dracula, maar tovenaar Saruman uit Lord of the Rings overleden. Want hoewel Lee nooit stopte met werken, begon zijn tweede jeugd zo rond zijn 80ste, toen hij ieders favoriete gemene opa werd. De man die bekend werd met door het establishment verachte horrorfilms was in 2009 ook al tot ridder geslagen.

Sir Lee werd in 1922 geboren in Londen, zijn vader was officier, zijn moeder gravin Estelle Marie Carandini di Sarzano, van afgezakte Italiaanse adel. Hij ging op kostschool op het chique Wellington College, diende in de oorlog als inlichtingenofficier van de RAF in Noord-Afrika en Italië en dreef in 1947 de Britse filmindustrie in.

Daar was hij tien jaar lang veroordeeld tot de marge. „Te lang, te buitenlands”, kreeg hij naar eigen zeggen steevast te horen. Maar Lee was dol op de filmset en nam elke rol aan, totdat hij in 1957 alsnog doorbrak toen de Hammerstudio besloot horrorklassiekers uit de jaren dertig in kleur te herfilmen. Hij speelde in 1957 het monster van Frankenstein en in 1958 Dracula, telkens tegenover Peter Cushing, zijn brave nemesis in tientallen films.

Voor de rol van Dracula leek Christoper Lee geschapen, met zijn rijzige gestalte (1,93 meter), zijn magere gezicht en zware wenkbrauwen, zijn zware bariton. Beter is te zeggen dat hij Dracula herdefinieerde. Was de klassieke Dracula van Bela Lugosi een creepy latin lover, Lee maakte hem tot een viriele en doortastende aristocraat.

Toch hield Lee na dat geslaagde debuut acht jaar de boot af tot hij in 1965 voor de druk van de studio bezweek en in Dracula: Prince of Darkness speelde, waarin hij slechts gromde en siste - naar eigen zeggen omdat de dialoog te slecht was. Toen was het hek van de dam: hij speelde Dracula nog achtmaal, in 1970 zelfs driemaal op rij.

Hij was überhaupt veroordeeld tot schurken: sinistere aristocraten in gotische kastelen, Fu Manchu (vijfmaal), de Mummy, Lucifer en Rasputin. In de jaren zeventig kreeg hij wat memorabele rollen in cultklassieker The Wicker Man en als elitemoordenaar Scarmanga - met drie tepels - in de James Bond-film The Man with the Golden Gun (1974). Zonder echt aan de B-film te ontsnappen. Lee probeerde dat ook niet fanatiek, pakte alles aan om zijn favoriete levensstijl voort te kunnen zetten: reizen, filmen en golfen. Rotzooi? Dan maken we de best mogelijke rotzooi, zo vatte hij zijn werkhouding samen.

Soms zat Dracula hem in de weg. Zo speelde hij in 1997 Mohammed Ali Jinnah, oprichter van Pakistan, in een nationalistisch epos. Toen de Pakistaanse pers begreep dat Dracula de vader des vaderlands vertolkte, was de ophef zo groot dat hij met twaalf lijfwachten naar de set moest. Lee kon er wel op wel om lachen. „Voor mijn soort rollen is een groot gevoel voor humor en het ridicule vereist.”

Cristopher Lee bleef zo gezond en energiek: als tovenaar Saruman etaleerde hij vorig jaar nog zijn oude trucjes als zwaardvechter. En altijd beschikbaar, zodat hij in de 21ste eeuw het gezicht van het oeroude kwaad speelde in blockbusters als Star Wars, Lord of The Rings en vrijwel elke Tim Burton-film. Nog altijd onder de schaduw van Dracula, maar met hem had hij zich allang verzoend. Hoe hij herinnerd wilde worden? „Als acteur die zijn sporen naliet”, grapte Lee.