Nooit zomaar herhalen, altijd vernieuwen

Ornette Coleman (1930-2015)

Jazzsaxofonist

De zonderlinge architect van de freejazz bleef een leven lang muziek maken buiten de gebaande paden.

Ornette Coleman in zijn appartement in New York, 2007.
Ornette Coleman in zijn appartement in New York, 2007. Foto Andreas Terlaak

Onverstoorbaar was Ornette Coleman in zijn muzikale overpeinzingen. Altijd ondoorgrondelijk in een autonome rol van creatieveling, architect van de avant-garde jazz.

De saxofonist stierf gisteren, op zijn 85e, in zijn woonplaats New York aan een hartstilstand. Bij een bezoek in 2007 aan zijn huis, een groot, modern en minimalistisch ingericht loft, bleek hoezeer hij een liefhebber was van kunst. Op diverse plaatsen hingen en stonden kunststukken, zoals realistisch werk van Tom Blackwell en een Rietveldstoel. Kunst was hem net zo heilig als muziek, zei Coleman. Hij associeerde vliegensvlug, was cryptisch en filosofisch over de evolutie van de mens, religie en relaties. Hij leidde een teruggetrokken bestaan. Alleen zijn band, met zijn drummende zoon Denardo, kwam af en toe langs om te jammen. Relaties aangaan vond hij lastig; sinds jong dacht hij dat seksuele driften zijn muziek zouden blokkeren.

Coleman, aartsvader van de freejazz, was toen 77 jaar en werd plots alom gelauwerd voor zijn revolutionaire, confronterende jazz. In dat jaar, 2007, ontving hij belangrijke onderscheidingen: als tweede jazzmusicus ooit kreeg hij de Pulitzer Prize for Music, hij ontving de Grammy Lifetime Achievement Award en de Jazz Journalists Association koos hem tot saxofonist van het jaar om de cd Sound Grammar.

Wacht, Coleman de grote jazzinspirator? Dat lag lang wel anders. Tegenstanders vonden zijn atonale spel en gebrek aan een melodische of harmonieuze lijn verwerpelijk. Verwarrend en provocerend, eerder. En dat hij een witte speelgoedsaxofoon van plastic bespeelde – dat was toch idioot!

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig werd uit het keurslijf van strikt harmonisch improviseren gestapt door onder meer Miles Davis. Na hem zou John Coltrane nog vrijere paden inslaan op het terrein van tempo, ritme en akkoordenschema’s. In 1958 verscheen de debuutelpee Something Else! van Ornette Coleman, een zonderlinge nieuwkomer uit Texas die de boel minstens zo opschudde. De in 1930 in Fort Worth, Texas geboren Randolph Denard Ornette Coleman leerde zichzelf als kind saxofoon spelen. Hij had geen idee van techniek en noten. Pas laat ontdekte hij bijvoorbeeld dat de saxofoon een transponerend instrument is. Dat met ‘dezelfde noten’ muziek werd gemaakt in verschillende stijlen verbaasde hem, liever wilde hij juist iets nieuws bedenken.

Something Else! toonde een talentvol componist, maar musici lieten hem vaak niet toe tot jamsessies. Tegen deze krant vertelde hij hoe men hem raar vond spelen. „Dat probeerde ik me niet aan te trekken. Muziek roept emotie op, en elke emotie is goed. Dat hoort bij de mens. Ik heb mijn hele leven willen spelen buiten gebaande paden. Stijlen zijn geen ideeën. Muziek is voor mij een idee, zoals wat intelligentie is voor kennis.”

Coleman bleef met bands in Texas, in Los Angeles, en later New York afstand nemen van de traditionele jazzprincipes op gedurfde, hiërarchieloze wijze. Bijvoorbeeld door akkoorden los te laten in improvisaties, en melodie en ritmes de vrijheid gevend. Baanbrekende albums als The Shape of Jazz to Come in 1959 and Free Jazz in 1960 zijn achteraf meer op waarde geschat. Het was freejazz in zijn sterkste en snijdende vorm met dubbelkwartet.

Zijn jazzfilosofie, die hij in ’71 op het met het London Symphony Orchestra opgenomen Skies of America ontvouwde, heette ‘harmolodics’. Spontane interactie tussen spelers was belangrijker dan jazzregels. Geen egotrips, geen sterrol. Dat werd van enorme invloed op de Europese avant-gardebeweging. Zeker toen hij midden jaren zeventig ook funkinvloeden ging gebruiken (freefunk) in Prime Time, een band met een dubbele ritmesectie. Later ging hij van akoestisch naar elektrisch, van symfonisch naar kamermuziek.

Zijn dwarse kant toonde hij hier nog eens in 2010 op North Sea Jazz. Als 80-jarige zette hij in een veelkleurige pyjamapak bij het eerste concert als ‘artist in residence’ ieder op het verkeerde been. Hij zou met bassist Charlie Haden terugblikken op This is Our Music Now uit 1960. Maar Coleman wilde niet herhalen, altijd vernieuwen. Dus bleef Haden lang in de coulissen, en maakte Coleman zijn ongrijpbare en razende omzwervingen op sax en trompet.