New Delhi laat je stikken

Indiase steden hebben de smerigste lucht ter wereld. Het lijkt de bewoners van New Delhi niet veel te interesseren. „Ze denken dat ze ijzeren longen hebben.”

Vuil wordt in India in de openlucht verbrand.
Vuil wordt in India in de openlucht verbrand. Foto Rafiq Maqbool/AP

Elke ochtend wordt Mohammed Rafiq (70) buiten adem wakker. Dat komt door zijn leeftijd, denkt hij. Ook al zegt de dokter dat Delhi’s slechte lucht de oorzaak is. Buurtgenoten in de sloppenwijk luisteren nieuwsgierig mee. Na de begroeting vraagt Rafiq hijgend of hij weer kan gaan zitten.

„Ik wil hier niet weg. Als ik de dokter moet geloven is dat de enige manier om mijn adem terug te krijgen. Maar waar moet ik heen? Naar de maan?”, vraagt hij.

Rafiq is slachtoffer van de snel oprukkende luchtvervuiling. In de toptwintig van steden met de sterkst vervuilde lucht ter wereld staan dertien Indiase steden. Vorig jaar zette de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) New Delhi op nummer één. Volgens Amerikaans onderzoek van begin dit jaar leven 660 miljoen Indiërs in gebieden waar de luchtvervuiling zo hoog is dat hun gezondheid in gevaar is en dat het jaren van hun leven kost.

Mohammed Rafiq komt uit Bijnor, 150 kilometer ten noorden van Delhi in de deelstaat Uttar Pradesh. Als tiener werkte hij daar op de velden. Later vertrok hij naar Delhi, waar hij in de bouw ging werken. Dertig jaar geleden werd hij riksjarijder. Hij kende de weg in Delhi goed en was bereid lange dagen te maken. Eindelijk een baantje waarbij hij niet gebroken thuiskwam. Dat hij dag in, dag uit uitlaatgassen inademde, deerde hem niet, dacht hij.

De ernstige luchtvervuiling in Delhi heeft vier oorzaken: het verbranden van loof in de omringende regio’s en van plasticafval in de stad zelf; het verwaaien van stof van bouwplaatsen, vaak vermengd met schadelijke stoffen; de giftige rook van schadelijke industrieën, waaronder vier oude kolencentrales; en de uitlaatgassen van het onstuimig groeiende verkeer.

Ik leek wel een vieze aap

„Ik kreeg pas echt last in 2008. Toen was de ergste luchtverontreiniging allang verleden tijd”, zegt Rafiq. Hij doelt op Delhi’s eerste periode van luchtverontreiniging. Vooral door het groeiende verkeer nam de vervuiling eind jaren tachtig snel toe. „Ik zat te hoesten in mijn wagentje. Als ik thuiskwam, was ik helemaal bruin van de uitlaatgassen. Ik leek wel een vieze aap”, herinnert Rafiq zich. Zijn buren lachen. Geen spoor van bezorgdheid.

Toen vanaf 2002 drastische maatregelen werden genomen, verbeterde de luchtkwaliteit aanzienlijk. Schadelijke industrieën werden uit de stad geweerd, het verbranden van afval werd verboden. Vooral het verplichte overschakelen van de 55.000 riksja’s en de tienduizenden stadsbussen en taxi’s op autogas, CNG, leverde een geweldige bijdrage aan verbetering. „Dat hebben we toen fantastisch gedaan. Probleem opgelost”, zegt Rafiq.

Maar de vervuiling keerde snel terug. Het verbod op het verbranden van bladeren en plastic werd niet nageleefd. Mede door subsidie op de brandstof groeide het aantal dieselauto’s explosief. Het wegennet werd verbreed en uitgebreid. De geplande ringweg rond Delhi, om het vervuilende vrachtwagenverkeer om te leiden, liep vast in bureaucratie.

De verbeterde luchtkwaliteit tussen 2002 en 2005 bleek slechts een korte adempauze. De schade was groot, blijkt uit een studie die lang buiten de publiciteit bleef. Drie jaar lang werden 11.000 schoolkinderen tussen 4 en 17 jaar onderzocht. 43,5 procent van hen bleek longschade te hebben. Kinderen uit Delhi hadden twee keer zo vaak astma en drie keer zo vaak ernstige longafwijkingen als kinderen uit schonere gebieden.

Toch lijken de verontrustende cijfers niet tot inkeer te leiden. Delhiërs blijven dieselauto’s kopen. En hoe sterk de vervuiling met stofdeeltjes ook omhoogschiet, niemand draagt een beschermend mondkapje. Hoe kan dat toch?

„Indiërs zijn eigenwijs. Ze denken dat ze ijzeren longen hebben. Maar luchtvervuiling is een onzichtbare moordenaar. Je merkt de gevolgen pas na jaren. De echte bewustwording laat nog zeker een jaar of vijf op zich wachten”, voorspelt Barun Aggarwal, verantwoordelijk voor de luchtkwaliteit in een van de grote bedrijfsgebouwen bij Nehru Place.

Nehru Place, waar twee grote wegen samenkomen, is een van de vuilste plekken van Delhi. Maar in het gebouw dat Aggarwal beheert, voelt het alsof je in de bergen bent. Davos in Delhi. Diep inademen is hier hemels.

In het zes verdiepingen tellende gebouw staan 1.200 planten van drie zorgvuldig geselecteerde soorten. Ze produceren zuurstof en zuiveren de lucht. Onafhankelijke onderzoekers, onder meer van het vermaarde Lawrence Berkeley National Laboratory uit de VS, stelden vast dat Aggarwals lucht nauwelijks schoner kon. Delhi’s Central Pollution Control Board, een onderzoeksbureau van de overheid, volgde twee jaar lang kantoorpersoneel dat in het gebouw werkte en stelde vast dat ze gezonder en productiever waren dan andere werknemers in Delhi.

Een paradijs van schone lucht

Aggarwals paradijs van schone lucht kwam er omdat één man er belang bij had: de directeur. Begin jaren negentig raakten zijn longen aangetast. Hij had dezelfde symptomen als Mohammed Rafiq. En kreeg hetzelfde advies van de doktoren: ‘Vertrek uit Delhi.’ In plaats daarvan ging de directeur op zoek naar een oplossing binnen het gebouw waar hij vrijwel al zijn tijd doorbracht.

Tegenover de vieze buitenlucht stond de directeur machteloos. De kwaliteit daarvan wordt bepaald door het beleid van de bestuurders en politici van Delhi, en die laten hun oren liever hangen naar economische belangen dan dat ze ten strijde trekken tegen een onzichtbaar gevaar. Van de onverschillige bevolking hebben ze wat dat betreft weinig te duchten.

Toch lijkt er verandering op til. Net als eind jaren negentig is het de rechterlijke macht die redding brengt. Het Indiase Hooggerechtshof – dat in theorie en praktijk hoog boven de politiek uittorent – dwong in 2002 de overschakeling op CNG af. In 2005 bepaalde het dat er een ringweg rond Delhi moest komen om de vervuilende dieseltrucks buiten de stad te houden. En in 2009 voerde het een verbod door op de afvalverbranding in open lucht. Omdat de rechters zich volledig stortten op het afdwingen van de CNG-operatie, bleven de laatste twee verordeningen dode letters. Maar dat gaat veranderen, want de rechters buigen zich er weer over.

De aanzet daartoe werd gegeven door een serie artikelen in The Indian Express over de ernst van de vervuiling en het laakbare gedrag van bestuurders en politici. In april bepaalden de rechters dat alle dieselvoertuigen van tien jaar en ouder in Delhi van de weg moeten worden gehaald. Zonder compensatie en zonder uitstel. „We zijn er eerder al duidelijk over geweest dat er strenge maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de inwoners van Delhi niet met elke ademtocht zieker worden”, zeiden de rechters. De politieleiding en andere topbestuurders, bang hun positie te verliezen, togen meteen aan het werk. Al de volgende dag vonden de eerste dieselcontroles plaats. En er werd ook maar alvast een commissie opgericht om de gestagneerde bouw van de ringweg vlot te trekken.

„Niets aan te doen”, zegt chauffeur Arvind Kumar over het feit dat hij met zijn oude watertankwagen Delhi niet mag binnenrijden. De avond is gevallen en een rij van ronkende dieselvrachtwagens staat bij de tolpoorten op de grens tussen Delhi en de deelstaat Haryana. Ze mogen pas na negen uur ’s avonds de stad in. Er hangt een giftige mist van uitlaatgassen.

Arvind drinkt een kop chai (thee met melk en kruiden) aan het einde van zijn werkdag. Vervuiling? Hij heeft nergens last van. Hij gaat Delhi niet in. Dat kost hem zijn wagen.

„Ik krijg er 3.000 euro voor bij de oudijzerboer. Een nieuwe kost meer dan tien keer zo veel. Ik heb gehoord dat ze deze wet ook hier in Haryana gaan doorvoeren. Mijn baas heeft geen geld voor een nieuwe wagen en deze is dan onbruikbaar. Hij zal me wel ontslaan. ”