‘Namenlijst geëxecuteerden Sulawesi opgedoken in Nationaal Archief’

De heer Halik, de heer Monji en mevrouw Paturusi tijdens de schorsing van de rechtszaak in augustus vorig jaar tegen de staat om de executie van duizenden Indonesische mannen in 1947 in Zuid-Sulawesi door Nederlandse militairen.
De heer Halik, de heer Monji en mevrouw Paturusi tijdens de schorsing van de rechtszaak in augustus vorig jaar tegen de staat om de executie van duizenden Indonesische mannen in 1947 in Zuid-Sulawesi door Nederlandse militairen. Foto ANP/Remko de Waal

Een aantal namenlijsten met daarop namen van ongeveer 180 Indonesiërs die in 1947 op het eiland Sulawesi zijn geëxecuteerd, zijn opgedoken in het Nationaal Archief. Dat meldt De Correspondent. De lijsten kunnen een doorbraak betekenen in de rechtszaken die door nabestaanden van de slachtoffers zijn aangespannen tegen de Nederlandse Staat.

Het gaat om in in totaal ongeveer zestig getuigenverklaringen en een aantal lijsten die nooit eerder zijn vermeld, met daarop de namen van zo’n 180 Indonesiërs die standrechtelijk zijn geëxecuteerd. Van dergelijke documenten werd altijd aangenomen dat ze achter waren gebleven in Indonesië nadat Nederland zich terugtrok uit het land en de soevereiniteit overdroeg.

Schadevergoeding van 20.000 euro

In maart oordeelde de rechter dat kinderen van slachtoffers recht hebben op een schadevergoeding van de Staat. Eerder werd al aan een tiental weduwen een schadevergoeding toegekend. De nabestaanden moeten echter wel voor uiterlijk 17 juni aan kunnen tonen dat hun vader, of in het geval van weduwen hun echtgenoot, daadwerkelijk is geëxecuteerd. Het gaat om vijf kinderen en acht weduwen. Als zij weten te bewijzen inderdaad nabestaanden te zijn van slachtoffers kunnen zij tot 20.000 euro schadevergoeding krijgen van de Nederlandse Staat.

Drie namen op de dodenlijsten zijn van Indonesiërs van wie de nabestaanden wel een rechtszaak hebben aangespannen maar nog geen schadevergoeding hebben gekregen. De nabestaanden van twee andere mannen op de lijst hebben wel al geld ontvangen van de Nederlandse Staat. Van de overige 175 vermoorde mannen hebben zich nog geen nabestaanden gemeld.

Hoe de lijsten en getuigenissen in Nederland terecht zijn gekomen is volgens De Correspondent niet meer te achterhalen. Er duiken steeds weer nieuwe documenten of foto’s uit die periode op. Het vinden van documentatie is moeilijk gebleken vanwege de chaotische situatie in Indonesië destijds. Getuigenverklaringen en dodenlijsten kunnen dienen als overtuigend bewijs voor de rechter.

Bolwerk van verzet

Sulawesi, vroeger Celebes geheten, was een bolwerk van verzet tegen de Nederlandse kolonisten. Uit angst dat de lokale bevolking de verzetslieden zou helpen, staken Nederlandse militairen dorpen in brand en werden Indonesische mannen standrechtelijk geëxecuteerd. Volgens De Correspondent zou het in één maand - 14 januari 1947 tot 14 februari 1947 - gaan om zeker 1.200 vermoorde mannen.

In 2013 werden al schadevergoedingen uitgekeerd aan een aantal weduwen van Indonesiërs die op Sulawesi waren vermoord. Ook bood Nederland toen officieel excuses aan. In 2011 gebeurde hetzelfde voor de weduwen uit het Javaanse dorp Rawagade van wie de mannen daar het leven hadden gelaten.