Munt en Kalverstraat – toen nog aangenaam geordend

De Munt – een van de drukste plekken in de stad. Alleen de Dam en de omgeving van het Centraal Station, de oude haven, zijn drukker.

Zo was het al toen Hermanus Schouten in 1778 deze gedetailleerde tekening maakte, op een prachtige zomernamiddag, de lucht boven de stad vol vogels en een aangenaam zonlicht van rechts, van het Singel. Het torenuurwerk wijst half vijf. Voor de wijzerplaat draait alleen een uurwijzer. Minuutwijzers verschenen pas rond 1870 op de openbare klokken in de stad, onder invloed van de spoortijd – stationsklokken hadden wel minuutwijzers.

Het leven in de stad zoals Schouten dat uittekende is een aangenaam geordende, overzichtelijke wereld. Over de rijweg, met keienbestrating, lopen twee heren, ieder met een witte pruik en een steek op het hoofd – de mode voor welvarende burgers. Ze worden tegemoet gelopen door een deftig echtpaar, waarvan de man zijn wandelstok zelfbewust van zich afhoudt, terwijl zijn vrouw een enorm haarwerk torst. Van de brug over het Singel komt juist een koets aangereden, met daarachter de gevels in de Reguliersbreestraat.

Op de voorgrond, op een van de voetgangersstroken uit klinkerstenen, zijn jongens aan het bikkelen. De bewegende botjes trekken de aandacht van twee nieuwsgierige honden. Achter hen loopt een turfdrager, de grote mand in zijn nek gekromd. In de zonverlichte straat, het Schapenplein – nu een deel van het huidige Muntplein – staan vrouwen te praten, een kruier passeert met een gemerkt kistje, een man sjokt met een zak over zijn schouder, een vrouw loopt met twee manden.

Zo is de tekening vol van details, die steeds iets nieuws vertellen over het Amsterdam van meer dan tweehonderd jaar geleden.

De Kalverstraat was – ook toen al – een drukke winkelstraat. De hoekhuizen waren ideale, duurbetaalde winkelpanden. Van het linkerhuis wordt de hoge houten onderpui geschilderd. Aan de overzijde, waar twee dames lijken uit te zien naar klandizie, verkoopt men mutsen, aan het bord boven de deur te oordelen. Zo’n drukke straat trok onvermijdelijk ook anderen, zoals de arme man die met zijn twee jonge kinderen op de lage stoeptreden is beland, de onderste voorzien van een zwierig rococoprofieltje. Tegenover de Munttoren is een tabakswinkel, ‘Alle Soorte van Varinas Suiessanten in Tabak en Snuif’, staat er te lezen. Varinas is een tabakssoort, genoemd naar de stad Barinas in Venezuela.

Hermanus Petrus Schouten (1747-1822) was een veelzijdig tekenaar en schilder die veel Amsterdamse stadsgezichten heeft vastgelegd. Vaak betrof het markante, historisch relevante locaties. Daarbij ging hij, zoals andere topografisch tekenaars uit deze tijd, zeer nauwkeurig te werk. Zo wordt de open globe, een sfeer, op de geveltop rechts genoemd in een verkoopakte uit 1779: „een huis en erve (…) op het einde of westhoek van den Kalverstraat bij den Regulierstoorn daar oudstijds ’t Vergulden Kalf uitgehangen heeft en nu een Spheer op den geevel staat”. In 1868 schreven J. van Lennep en J. ter Gouw in De uithangteekens: „En nog tegenwoordig zien wij de Sfeer op menigen geveltop, waar een koopman haar, met toepassing op den wereldhandel, die hem verrijkt had, had doen pronken.”

Aan de overzijde van het Schapenplein herbergt het gebouw met de regelmatige raamverdeling ‘Het Logiment dMunt’, zoals boven de deur staat. De Munttoren was in oorsprong een zijtoren van de 15de-eeuwse Regulierspoort. Het poorthuis stond op de plaats van de doorrit. In 1619-1620 werd de stenen onderbouw verhoogd met een houten opbouw naar ontwerp van Hendrick de Keyser. De dichte bol in de top werd pas in 1819 veranderd in de huidige open bol. In het Rampjaar 1672, toen de munthuizen in de Republiek bedreigd werden door de Franse legers, werd een tijdelijk muntatelier gevestigd in het wachthuis naast de toren. Een jaar later was de dreiging afgenomen en vertrok de munt weer, maar de Amsterdammers hebben de naam gehouden. De rest van de poort was toen al afgebroken en vervangen door woonhuizen, waarvan Schouten er twee tekende. Die huizen zijn weer verdwenen in de 19de eeuw, toen het verkeer in de stad steeds meer ruimte opeiste, zodat ten slotte het moderne verkeersplein ontstond, waar elke seconde lijkt te tellen.