Kennisstad moest België met de wereld verbinden

De droom van universele kennis is niet beperkt tot het digitale tijdperk. Van de archieven van de Soemeriërs tot de bibliotheek van Alexandrië heeft de mensheid geworsteld met de overdaad aan informatie. De droom dook weer op in de Renaissance en kreeg flinke vaart tijdens de Verlichting. In de negentiende eeuw werd het idee omarmd door een aantal mensen die meenden dat hun ideaal nu binnen handbereik was.

De nu vrijwel vergeten Belg Paul Otlet (1868-1944) was één van hen. In Cataloging the World plaatst Alex Wright hem in een imposante rij van denkers als H.G. Wells, Melvil Dewey, Ted Nelson, Vannevar Bush en Steve Jobs. Dat Wright vergeet de Google-oprichters Serge Brin en Larry Page in die reeks op te nemen is een van de weinige missers in dit boek.

Hij toont wél aan dat de intellectuele erfenis van Otlet duidelijk te zien is de genetwerkte samenleving van vandaag.

De bibliothecaris Otlet begreep dat snelle technologische ontwikkelingen van zijn tijd het intellectuele landschap veranderden. Zijn antwoord was de cataloguskaart, de eerste informatiechip ter wereld. Vanuit die gedachte ontstond een universele fysieke bibliotheek met vijftien miljoen kaartjes, zeventigduizend kartonnen dozen, en leeskamers die België met de wereld moesten verbinden. Dit Mundaneum, een enorme kennisstad, die zelfs Borges verbaasd zou hebben, was een concept tussen de republiek der letteren van Voltaire en de global village van Marshall McLuhan in.

De deuren openden in Brussel in 1921, maar de visie van Otlet stopte hier niet; hij maakte plannen voor een netwerk met elektrische periscopen die overal ter wereld toegang zouden geven tot de verzamelde kennis van wat hijzelf noemde het reseau mondial of zoals de wetenschapper Charles van den Heuvel het noemde: het analoge world wide web. Otlet ontwikkelde zich tot één van de pleitbezorgers van een nieuw internationalisme en beschreef zijn Mundaneum op een haast transcendentale manier.

Terwijl Otlet dacht en werkte in deze verheven sfeer viel de schaduw van de nazi’s over Europa. Een poging om de collectie naar de VS te krijgen strandde op het bureau van Roosevelt. Na de Duitse bezetting van Brussel krijgt Otlet bezoek van de bibliothecaris van de nazi’s, Hugo Krüss, die de oude, fragiele man die hem tegemoet kwam meteen herkende. Een paar dagen later vernietigden de nazi’s 63 ton aan boeken en manuscripten. Het restant van de collectie werd verspreid over onverwarmde gebouwen in Brussel. Krüss pleegde in het omsingelde Berlijn zelfmoord op 28 april 1945 zelfmoord in de puinhopen van zijn bibliotheek. Otlet overleed op 10 december 1944, drie maanden na de bevrijding van zijn land.