Iedereen kan afwassen

Inge Steenhuis reisde door Afrika als tekenlerares.

In mijn dorp was een groot feest dat werd gegeven door een extreem rijke man. Hij had een villa gebouwd die bijna klaar was. Mijn buurvrouwen en ik togen erheen in onze kerkpakjes met in het vooruitzicht een geslachte geit, grote vaten vol rijst, een dj en een band.

De villa was monstrueus: elk cliché over imposante architectuur was er in verwerkt: witte zuilen, een gevelbreed balkon en in de hal zo’n hoefijzervormige trap in twee delen die boven bij elkaar kwamen. De eigenaar was mister Whitecliff die mij in perfect Nederlands welkom heette. Hij was 30 jaar geleden naar Nederland verhuisd en had al die tijd één baan gehad die hij angstvallig behouden had: afwassen bij Joop van den Ende. Nooit ziek, nooit vakantie, nooit promotie. Alleen sparen.

Nu was hij 60 en waanzinnig rijk: een jonge vrouw, een villa, en maar showen. Iedereen werd gek van de gedachte dat deze rijkdom alleen van afwassen kwam. Het was een geweldig feest, maar ik heb nog wel een half jaar mensen aan mijn deurtje gehad die met mij naar de Nederlandse ambassade wilden voor een visum. En maar bleven roepen: „Afwassen kan toch iederéén?”