Opinie

Horizonvernieling

Amsterdam houdt van toeristen. Daarom komen er steeds meer hotels bij, in alle soorten en maten. Van particulieren die al dan niet clandestien hun huisje voor een paar dagen verhuren, tot megahotels met tientallen verdiepingen. Soms ontdek je op een wandeling langs enkele geliefde punten dat er opeens weer enkele hotels bij zijn gekomen.

Onlangs liep ik over de Westerdoksdijk, een lange, drukke weg langs het IJ die naar het Centraal Station voert; aan de overkant ligt het gebouw van Eye trots te blinken in het licht. Aan die Westerdoksdijk staat het nieuwe Paleis van Justitie vanwaar je een schitterend uitzicht hebt op het IJ. Dat uitzicht is er gelukkig nog steeds, ook al is er vlak achter het Paleis een gigantisch hotel – Aitana – verrezen.

Nu is daar even verderop in enkele weken tijd nog een hotel bijgekomen; het ligt er rustig, maar brutaal op het water te dobberen. Het benam mij even de adem omdat het ook daar altijd zo’n mooie plek was om over het IJ te kijken. Dat kan nu niet meer vanwege dit nieuwe hotel dat ook nog – macabere spot? – Good Hotel blijkt te heten.

Het is van een onthutsende lelijkheid, te vergelijken met systeembouw uit het Oost-Duitsland van de vorige eeuw. Boven de begane grond twee verdiepingen met tientallen rechthoekige ramen onder een plat dak; een soort noodgebouw met een grijsgrauwe kleur.

Het project – 100 meter breed, 144 kamers – moet in een maandje in elkaar zijn geflanst, want mij was op een eerdere wandeling nog niets opgevallen. Mijn god, kreunde ik, wie heeft zoveel wansmaak op zijn geweten?

Later kwam ik te weten dat het hotel een initiatief is van de Good Hospitality Group, een organisatie die het runnen van hoogwaardige hotels combineert met het opleiden van hotelpersoneel. In dit hotel aan het IJ zullen 100 werkloze, jonge Amsterdammers hun opleiding krijgen. Met de gemeente Amsterdam is afgesproken dat het hotel na een jaar van deze plek verdwijnt; het vertrekt dan naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro om daar als opleidingshotel te functioneren.

Een goed initiatief, maar toch blijft er iets knagen: waarom zo’n lelijk geval en uitgerekend op zo’n mooie plek? Het is geen horizonvervuiling meer, maar horizonvernieling – je zult er maar aan de overkant van de weg een appartement hebben gekocht. „Het is verschrikkelijk”, zei een bewoner in Het Parool, „mensen betalen geld om hier te wonen en dit was niet bij de prijs inbegrepen.” De krant merkte bovendien op dat het uitzicht over een jaar niet hersteld zal worden – er zullen dan riviercruiseboten aanmeren.

De Amsterdamse gemeenteraad heeft ook de bezwaren van het stadsdeel Centrum en van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad naast zich neergelegd. Het versterkt de indruk dat Amsterdam soms te gemakkelijk zwicht voor de belangen van de toeristenindustrie.

Ik sprak de huismeester van een klein wooncomplex, ook in het centrum van Amsterdam. Officieel mag je er alleen voor een periode van minimaal zeven nachten – de zogeheten short stay – huren, maar hij gaf toe dat daarmee volop gesjoemeld werd: je kon bij hem ook voor enkele dagen een kamer huren. Hij vertelde het alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.

Dus wéér een hotelletje erbij, clandestien nog wel, en ook op een fraaie plek, net als die groteske drijvende doos aan de Westerdoksdijk.