Hij leefde lang genoeg om Dracula te overleven

Christopher Lee (93) overleed gisteren. Voor de een was hij Dracula, voor de ander tovenaar Saruman.

Christopher Lee speelde Bondschurk Scaramanga. Russell Boyce/Reuters
Christopher Lee speelde Bondschurk Scaramanga. Russell Boyce/Reuters

Christopher Lee leefde lang genoeg om Dracula te overleven. De tikker stopt op 281 rollen. Binnenkort zou hij in een 9/11-drama spelen, maar gisteren maakte Birgit Kroencke, een halve eeuw zijn echtgenote, bekend dat Lee zondag om half negen ‘s ochtends op 93-jarige leeftijd was overleden aan long- en hartfalen.

Voor een hele nieuwe generatie is niet Dracula, maar tovenaar Saruman uit Lord of the Rings overleden. Want hoewel Lee nooit stopte met werken, begon zijn tweede jeugd rond zijn 80ste, toen hij ieders favoriete gemene opa werd. De man die bekend werd met door het establishment verachte horrofilms was in 2009 ook al tot ridder geslagen.

Christoper Lee werd in 1922 geboren in Londen. Zijn vader was officier, zijn moeder gravin Estelle Marie Carandini di Sarzano, van afgezakte Italiaanse adel. Hij ging op kostschool op het chique Wellington College, diende in de oorlog als inlichtingenofficier van de RAF in Noord-Afrika en Italië en dreef in 1947 de Britse filmindustrie in.

Daar was hij tien jaar lang veroordeeld tot de marge. ‘Te lang, te buitenlands’, kreeg hij naar eigen zeggen steevast te horen. Maar Lee was dol op de filmset en nam elke rol aan, totdat hij in 1957 alsnog doorbrak toen de Hammerstudio besloot horrorklassiekers uit de jaren dertig in kleur te herfilmen. Hij speelde in 1957 het monster van Frankenstein en in 1958 Dracula, telkens tegenover Peter Cushing, zijn brave nemesis in tientallen films.

Voor de rol van Dracula leek Christoper Lee geschapen, met zijn rijzige gestalte, zijn magere gezicht, zware wenkbrauwen, zijn zware bariton. Beter is te zeggen dat hij Dracula herdefinieerde. Was de klassieke Dracula van Bela Lugosi een creepy latin lover, Lee maakte hem tot een viriele en doortastende aristocraat.

Toch hield Lee na dat geslaagde debuut acht jaar de boot af tot hij in 1965 voor de druk van de studio bezweek en Dracula: Prince of Darkness speelde, waarin hij slechts gromde en siste – naar eigen zeggen omdat de dialoog te slecht was. Toen was het hek van de dam: hij speelde Dracula nog achtmaal, in het jaar 1970 zelfs driemaal op rij.

Soms zat Dracula hem in de weg

Hij was überhaupt veroordeeld tot schurken: sinistere aristocraten in gotische kastelen, Fu Manchu (vijfmaal), de Mummy, Lucifer en Rasputin. In de jaren zeventig kreeg hij wat memorabele rollen in cultklassieker The Wicker Man en als elitemoordenaar Scarmanga – met drie tepels – in James Bond-film The Man with the Golden Gun. Zonder echt aan de B-film te ontsnappen. Lee probeerde dat ook niet fanatiek, pakte alles aan om zijn favoriete levensstijl voort te kunnen zetten: reizen, filmen en golfen. Rotzooi? Dan maken we de best mogelijke rotzooi, zo vatte hij zijn werkhouding samen.

Soms zat Dracula hem in de weg. Zo speelde hij Ali Jinnah, oprichter van Pakistan, in een nationalistisch epos. Toen de Pakistaanse pers begreep dat Dracula de vader des vaderlands vertolkte, was de ophef zo groot dat hij met twaalf zwaarbewapende lijfwachten naar de set moest. Lee kon er wel op wel om lachen.

Lee bleef zo gezond en energiek: als tovenaar Saruman etaleerde hij vorig jaar nog zijn trucjes als zwaardvechter. En altijd beschikbaar, zodat hij in de 21ste eeuw het gezicht van het oeroude kwaad speelde in blockbusterfilms als Star Wars, Lord of The Rings en vrijwel elke Tim Burton-film. Nog altijd onder de schaduw van Dracula, maar met hem had hij zich allang verzoend. Hoe hij herinnerd wilde worden? „Als acteur die zijn sporen naliet”, grapte Lee.