Heersen over een rijk van afgeleefde voorwerpen

Eigenlijk zou ik me vandaag vrolijk maken over deze zin: ‘Een vitale leescultuur is van essentieel belang voor de kennis in onze maatschappij en voor de individuele ontplooiing van mensen,’ aldus het maandag gepresenteerde mission statement van de Staat der Nederlanden aangaande de letteren. ‘Vitale leescultuur’ doet mij denken aan een boek waar vreemde yoghurtachtige schimmels op groeien. En ‘kennis in onze maatschappij’? Hebben we ook kennis buiten de maatschappij? En ontplooien mensen zich ook weleens niet-individueel? Zoals het hier wordt gesteld, lijkt ‘vitale leescultuur’ een ingewikkelde manier om het fenomeen ‘alfabetisme’ te omschrijven. Dat biedt ruimte voor méér verbeteringen: ‘Alfabetisme is goed voor de kennis en de ontplooiing van de mens.’ Maar ja, geen ontplooiing zonder kennis. Verder aangepast: ‘Alfabetisme is goed voor de ontplooiing.’ Dat is een beetje saai. Dan liever: ‘Alfabetisme = ’

Dat was het plan. Tot ik stuitte op een andere zin: ‘In de letterensector dragen tijdschriften bovendien bij aan talenontwikkeling, doordat ze nieuwe schrijvers een podium bieden.’ Al die zinnen moet je twee keer lezen, maar voor deze had ik drie pogingen nodig. Stond hier nu dat literaire tijdschriften, al jaren het favoriete pispaaltje van de ambtelijke hoeders van de ‘vitale leescultuur’, nuttig waren? De tijdschriften die vier jaar geleden hardhandig de cultuurbegroting uitgeknuppeld waren (slechts via een omweg kon het Letterenfonds nog wat geld voor de bladen bijeen schrapen)? Maar nu is alles anders: ‘Ik geef de fondsen in de periode 2017-2020 dan ook weer de mogelijkheid om binnen dit kader tijdschriften te subsidiëren.’ (We zijn zo dankbaar dat we niet opmerken dat literaire tijdschriften dus dienen voor ‘talenontwikkeling’, alsof we aan ruim 6000 wereldtalen niet voldoende hebben.)

De bestuurlijke ommezwaai is vast het gevolg van Das Magazin, dat zichzelf aanprijst als de Linda van de letteren. Als Das Magazin de Linda is (doet u maar niet of u niet weet wie Linda is), wat is Terras dan? De Doeschka Meijsing van de bladenwereld? Hoe dan ook: Terras is een uiterst onhip tijdschrift vol letters (voer voor alfabeten!) met mooie teksten van bijvoorbeeld Nobelprijswinnares Herta Müller, over het sterfbed van een vader: ‘En toen die ziekte het lichaam had opgevreten, toen zijn hoofd zo klein was geworden als een vogelkop en zijn neus zo groot als een snavel en zijn hals zo dun als een kaars.’ Even later, over ‘het levende’ dat uit het lichaam was verdwenen: ‘Dat vloog buiten in februari in de lucht rond.’ Ook staan er schrijvers in Terras die beter zijn dan de meeste Nobelprijswinnaars (Marguerite Duras!) en onbekende grootheden als Julio Ramón Ribeyro: ‘Toen ik tien was, was ik de koning van de dakterrassen en heerste ik vreedzaam over mijn rijk van afgeleefde voorwerpen.’ Ik lees die zin nog eens over. Eigenlijk de beste samenvatting van het Nederlandse cultuurbeleid.