Elke maand wat geld, of in één keer een auto

Lang gold Nederland als pensioenwalhalla. Nergens waren pensioenen beter geregeld. Dat is niet meer zo, mede door de komst van vele flexwerkers zonder pensioenverzekering. Wat kan Nederland van andere landen leren om dat te verbeteren?

Britten mogen vanaf hun 55ste hun hele pensioen in één keer opnemen. „Als ze een Lamborghini aanschaffen, is dat hun eigen keuze”, zei de Britse staatssecretaris van pensioenen, Steve Webb.
Britten mogen vanaf hun 55ste hun hele pensioen in één keer opnemen. „Als ze een Lamborghini aanschaffen, is dat hun eigen keuze”, zei de Britse staatssecretaris van pensioenen, Steve Webb. © Automobili Lamborghini

Als de Britten hun pensioen ineens willen verbrassen, lig ik daar niet wakker van, zei de staatssecretaris van pensioenen Steve Webb vorig jaar provocerend. „Als mensen een Lamborghini aanschaffen en terugvallen op hun staatspensioen, dan is de overheid niet zo bezorgd en dan is het hun eigen keuze”, aldus Webb, een echte Liberaal-Democraat.

De Lamborghini-quote haalde alle Britse media, die er vaak nog even de kosten van het nieuwste model Huracán bijzetten (ruim 260.000 euro). Sinds april mogen de Britten vanaf hun 55ste dan ook hun hele pensioen in één keer opnemen, als ze dat willen. Mensen die hun hele leven hard hebben gewerkt en vlijtig hebben gespaard, mogen zelf beslissen over hun pensioen, is de gedachte.

Ook Nederlanders moeten wat meer keuzevrijheid over hun pensioen krijgen, bepleit pensioendenktank Netspar in een internationaal vergelijkend onderzoek dat vandaag verschijnt. De conclusie wordt ondersteund door een rapport van het Centraal Planbureau (CPB) dat ook vandaag wordt gepubliceerd. Beide onderzoeken dienen als advies voor het kabinet, dat deze maand een ruwe koers uitzet voor de hervorming van het pensioenstelsel.

„Nederland staat nog altijd op nummer drie in de wereldranglijst van beste pensioensystemen, maar we krijgen puntenaftrek, omdat Nederlanders weinig zeggenschap hebben over hun eigen pensioen”, zegt Marcel Lever, programmaleider bij het CPB en co-auteur van beide onderzoeken. Samen met Eduard Ponds, Ryanne Cox en Manuel García-Huitrón vergeleek hij het Nederlandse stelsel met dat van landen als Australië, Denemarken en Zweden, Chili, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en enkele Aziatische landen.

Conclusie: „Nederland is echt een buitenbeentje”, zegt Ponds, bijzonder hoogleraar economie van collectieve pensioenen aan de Universiteit van Tilburg. We zijn de absolute wereldkampioen met een nationale pensioenpot van circa 180 procent van het bruto binnenlands product, wat neerkomt op zo’n 1.100 miljard euro.

Echt Hollands is ook de verplichte pensioenopbouw voor alle werknemers en een levenslange uitkering. Maar tegelijkertijd is het Nederlandse stelsel een tikkeltje schizofreen: alles is gericht op zekerheid en helemaal dichtgetimmerd, terwijl vrijwel niets is geregeld voor de groeiende groep van ruim 800.000 zzp’ers.

Lang gold het Nederlandse pensioenstelsel als voorbeeldig. Dit is wat Nederland, volgens de onderzoekers van Netspar, kan leren van het buitenland:

Pensioengeld vrij opnemen

Geef Nederlanders de mogelijkheid om een deel van hun opgebouwde pensioen ineens op te nemen, zeggen de Netspar-onderzoekers. Lever: „Bijvoorbeeld om de hypotheek mee af te lossen, een slaapkamer op de begane grond te laten bouwen of om ongedekte zorg van te betalen. Het kan al in veel andere landen.”

De Denen laten bijvoorbeeld 15 procent ineens uitkeren en de Zwitsers mogen een kwart direct opsouperen. Australiërs, Nieuw-Zeelanders en veel Amerikanen mogen zelfs hun hele pensioen opnemen. En in Maleisië en Singapore mogen ook werkenden al hun pensioengeld opnemen als ze van baan wisselen of voor hun huis, zorg of scholing.

Maar je moet mensen wel tegen zichzelf beschermen, zeggen Ponds en Lever. De vrije opname zou beperkt kunnen worden tot 10 à 20 procent: denk aan 25.000 tot 50.000 euro voor een gepensioneerde met een modaal inkomen. Wie zichzelf eenmalig trakteert, krijgt daarna bijvoorbeeld per maand een lagere uitkering.

Het schrikbeeld is dat kortzichtige bejaarden hun oudedagsvoorziening er ineens doorheen zullen jagen. Maar Australiërs, Denen en Zweden die hun aanvullende pensioen zelfs helemaal verbrassen, raken niet direct aan de bedelstaf. Ze hebben nog altijd hun staatspensioen, dat wordt aangepast op basis van hun inkomen en vermogen.

Nederlanders zouden ook meer ruimte moeten krijgen om zelf hun pensioenpremie te verlagen of te verhogen. Klinkt simpel, maar dat kan alleen met afschaffing van de ‘doorsneepremie’, het vaste percentage van het loon dat iedere Nederlander afdraagt voor een vaste pensioenopbouw. En dat heeft weer grote gevolgen voor de solidariteit tussen jong en oud in het pensioenstelsel.

Een handvol keuzepakketten

De meeste werknemers in Nederland bouwen verplicht pensioen op via hun cao en hebben niets te kiezen. De vraag is of ze dat wel willen, concludeerde het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) vorig jaar.

Als je aan Nederlanders vraagt of ze zélf de premie, de beleggingsrisico’s en hun pensioenregeling willen bepalen, antwoordt 65 procent ‘ja’. Maar als je aan hen vraagt of ze het belangrijk vinden dat dit automatisch wordt geregeld, zegt ook 80 procent ‘ja’.

Verder is het de vraag of ze voldoende financiële kennis hebben om zelf verantwoorde keuzes te kunnen maken. Ponds: „De meeste mensen vinden het heel moeilijk om door de tijd heen te rekenen. Om nu beslissingen te nemen die pas over twintig jaar effect hebben.”

Een oplossing is, volgens de auteurs, het aanbieden van een paar keuzepakketten. Wie niet kiest, komt automatisch terecht in een standaardregeling. „Defaults noemen ze dat in de VS, waar keuzepakketten echt een zegetocht maken”, zegt Ponds. „Zo ontsla je mensen van de verantwoordelijkheid om het hele pensioenveld te overzien. Het feit dat veel mensen niet kiezen, is toch in hun voordeel te gebruiken.”

Mensen die wél kunnen kiezen uit beleggingsmixen, bijvoorbeeld voor een ‘groen pensioen’, maken daar weinig gebruik van, tonen de cijfers. In Australië ‘kiest’ 50 procent van de bevolking voor de standaardregeling en in Zweden zelfs 70 tot 99 procent. Dat is uiteindelijk goedkoper voor iedereen, want hoe meer keuze, hoe hoger de beleggingskosten.

Verplichte deelname voor zzp’ers

Het is een gevoelig onderwerp in de polder, waar het kabinet een goede oplossing voor moet vinden: wat doen we met al die kleine zelfstandigen die geen sociale zekerheid en pensioen opbouwen? Werkgevers, zoals uitzendkoepel ABU, willen de inzet van flexwerkers stimuleren door hen een spaarplicht op te leggen. De (meeste) vakbonden willen de flexibilisering van de arbeidsmarkt juist tegengaan en de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) niet verder formaliseren.

Ten eerste moeten pensioenen in cao’s een zaak voor de overheid, werkgevers en vakbonden blijven, vinden de Netspar-onderzoekers. De regie van de sociale partners over de pensioenen bespaart kosten, houdt de consumptie op peil en voorkomt armoede. En: werknemers zonder cao én kleine zelfstandigen zouden ook pensioen moeten opbouwen.

Lever: „Er is geen reden om de groeiende groep zzp’ers uit het pensioenstelsel te houden. Zelfstandigen lijken nu wel goedkoper, maar dat is vaak omdat ze geen pensioenpremie doorberekenen aan opdrachtgevers om concurrerend te blijven. Zo komt het pensioenstelsel uiteindelijk onder druk te staan.”

Ponds: „Straks krijgen we spanningen tussen de haves en have nots. We hebben al btw: belasting toegevoegde waarde. Waarom gaan we niet over op ‘ptw’: pensioen toegevoegde waarde? Je kunt zzp‘ers verplichten om een bepaald percentage op hun uurloon te leggen. Een eenvoudige manier om te sparen voor je oude dag, naar rato van je inkomen.”

Voor zzp’ers en werknemers zonder cao kan de overheid een standaardfonds oprichten, zoals de Britse National Employment Savings Trust (NEST) uit 2012. Die is bedoeld voor werkgevers die zelf geen pensioenregeling aan werknemers of opdrachtnemers aanbieden.

De minimumpremie in deze Britse regeling is met 8 procent van het loon laag (gebruikelijk is 20 procent), waarvan de werkgever 3 procentpunt betaalt. Bij de oprichting werd gerekend op 5 to 8 miljoen nieuwe pensioenspaarders. Ruwe schattingen komen nu al uit op 11 miljoen.