Een ongewenste alleingang

De wil was er volop toen de Duitse minister van Defensie De Maizière en zijn Nederlandse collega Hennis-Plasschaert op 28 mei 2013 in Berlijn hun intentieverklaring tekenden om de defensiesamenwerking tussen beide landen verder te intensiveren. Het waren elf pagina’s vol goede bedoelingen en puntsgewijs opgesomde concrete voornemens.

Er was al de al sinds 1995 bestaande samenwerking van het eerste Duits-Nederlandse legerkorps in Munster. Die zou verder worden verdiept. De elfde luchtmobiele brigade van Nederland moest volgens de intentieverklaring opgaan in de Division Schnelle Kräfte die in Duitsland werd opgericht. Voorts gingen de onderzeebootdiensten van beide landen toenadering tot elkaar zoeken.

En dan was er nog de samenwerking van de ‘Grondgebonden Lucht- en Raketverdediging’. Duitsland en Nederland beschikken beide als enige Europese NAVO-landen over het geavanceerde Amerikaanse Patriot-luchtafweersysteem. Het is mede hierom dat momenteel zowel Duitse als Nederlandse militairen in Turkije met Patriot-installaties zijn gelegerd om het land te verdedigen tegen Syrische raketten. Over de Patriots spraken Duitsland en Nederland in 2013 af dat „beoogd” werd de samenwerking „verder te intensiveren om uiteindelijk te komen tot een geïntegreerd stafelement dat alle Duitse en Nederlandse grondgebonden lucht- en raket verdedigingseenheden aanstuurt”.

Minister Hennis schreef aan de Tweede Kamer dat de integratie van de Patriots voordelen opleverde op het gebied van opleiding en training en tevens de gezamenlijke inzet kon vergemakkelijken. Dat de ene Patriot niet de andere is, ervaren Duitsland en Nederland nu in Turkije. In naam gaat het om hetzelfde systeem, maar bijvoorbeeld de software is op onderdelen verschillend.

Zeker op het terrein van materieel is samenwerking een kwestie van lange termijn. De investeringsplannen van defensie plus vervolgens de levensduur van het aangeschafte materieel bestrijken vaak decennia. Maar er moet wel ergens een begin worden gemaakt. Des te vreemder is het dan ook dat Nederland als gevolg van het besluit van de Duitse regering om voor een ander luchtafweersysteem te kiezen op den duur als enige in Europa met de Patriot komt te zitten.

Op het moment dat Duitsland volop bezig was met een alternatief besloot Nederland met een investeringsplan de levensduur van de Patriot tot 2040 te verlengen. Elk land heeft altijd zo zijn eigen plausibele redenen voor de gemaakte keuzes. Maar op deze manier worden alle afspraken over samenwerking wel uiterst ongeloofwaardig.

Correcties en aanvullingen

Patriots

In Een ongewenste alleingang (12/6, p. 2) werd gesteld dat Nederlandse Patriots samen met Duitse in Turkije zijn gestationeerd. De Nederlandse missie is echter eind januari overgenomen door Spanje, dat ook over Patriot-luchtafweerraketten beschikt. Griekenland is het vierde Europese NAVO-land met dit type luchtverdediging.