Een communistisch kat- en muisspel met cavia’s

‘Nu zou ik, ik zou nu, nu zou ik het liefst mijn hoofd op tafel willen neervlijen en door mijn neusgaten snuiven’, verzucht de bankier Vašek in Cavia’s op proef van de zaterdag in Praag overleden Tsjechische Ludvík Vaculík (1926). Om daar vervolgens vastberaden aan toe te voegen: ‘Ik zal een cavia pakken. Die zal me wel wakker en scherp houden.’ Wat begint als een gedragsstudie naar kleine knaagdieren, ontpopt zich tot een gelaagd en veelzijdig verhaal over totalitarisme.

Cavia’s op proef is het bizarre relaas van Vašek en zijn cavia’s. De roman verscheen al in 1975, maar is nu in een nieuwe vertaling uitgekomen. Het boek gold als een van de eerste Tsjechische werken uit de samizdat-literatuur die na de Praagse Lente voorbij het IJzeren Gordijn wist te glippen.

De verteller, Vašek, werkt voor de Tsjechoslowaakse Staatsbank. Na de verdwijning van zijn kat koopt hij op aanraden van zijn collega Karásek cavia’s.

Gaandeweg raakt hij geobsedeerd door zijn nieuwe huisdieren. Parallel aan de belevenissen van de cavia’s wordt de dagelijkse gang van zaken bij de Staatsbank geschetst, die uiterst merkwaardig is. De bankiers stelen geld, dat vervolgens door de beveiligers geconfisqueerd wordt. Zij geven het echter niet terug aan de bank, waardoor een ‘mysterieuze roulatie’ van geld ontstaat.

Vašek is een nobody, en daarvan is hij zich pijnlijk bewust. ‘Wie onderaan staat, is verdrietig omdat hij iedereens onderdaan is en niemand de zijne. Heeft hij echter één enkel scheppingsproduct onder zich, dan verandert de wereld voor hem.’ Met de cavia’s creëert Vašek een machtspositie voor zichzelf. Hoewel hij zich doorgaans lief en vertederd opstelt tegen de cavia’s, onderwerpt hij ze ook aan sadistische experimenten. Hij is niet de enige die dit doet. Wanneer hij tegen zijn collega Karásek klaagt dat de cavia’s nooit op zijn arm kruipen, antwoordt deze: ‘Zet hem maar eens op een warm fornuis, collega, en steek hem dan uw hand toe.’

Soms wordt zijn eigen wreedheid jegens de cavia’s Vašek teveel en wisselt hij van perspectief: het verhaal wordt dan opeens vanuit de derde persoon vertelt. Vaculík creëert een intrigerend kat- en muisspel waarin zijn personages op verschillende momenten kat of muis zijn, oftewel dader dan wel slachtoffer.

Vaculík heeft een prettige stijl en brengt zijn verhaal met humor en een flinke portie ironie. Doordat hij de lezer in de belevingswereld van Vašek trekt – een maalstroom van informatie en desinformatie, vervreemding en mysterie – is Cavia’s op proef een geslaagde collage van de krankzinnige werkelijkheid. Het boek toont pijnlijk en vilein wat het communistisch systeem met haar burgers deed.