Ding Jinhao was hier

Vandaag staat een 23-jarige Nederlander voor de rechter in Maleisië omdat hij naakt poseerde op een heilige berg. De Nederlandse ambassade staat hem bij. Hoe ver gaat de hulp van de ambassade?

Foto Thinkstock, bewerking nrc next

Wat moet een ambassademedewerker in Londen antwoorden als een Nederlandse toerist vraagt: „Ik ben mijn 75-jarige dementerende moeder kwijtgeraakt in de Primark op Oxford Street. Vindt u dat ik nu wel de bus in moet gaan, terug naar Nederland?”

Gestrande landgenoten, bestolen landgenoten, opgepakte landgenoten. Overal krijgen Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland mee te maken. Het is de andere zijde van het diplomatieke bestaan. Nog altijd bestaat het hardnekkige beeld van de diplomaat als de onberispelijk geklede man of vrouw die zich in hoofdsteden binnen de terzake doende circuits beweegt. Gesprekje hier, receptie daar. Dat werk.

Maar er is ook de diplomaat als hulpverlener die geacht wordt landgenoten in problemen te helpen. Zoals de Nederlandse toerist in Maleisië die zich op 30 mei naakt liet fotograferen op de heilige berg Kinabalu op Borneo. Zes dagen later vond op die plek een aardbeving plaats waarbij zeker achttien mensen omkwamen. De Nederlander werd opgepakt en kreeg hulp van de ambassade. Want die moet klaarstaan voor in problemen geraakte Nederlanders, dag en nacht.

De ambassade wil heel graag helpen

Het is een kant van het vak waar Buitenlandse Zaken de afgelopen jaren steeds meer op is gaan letten omdat dit het imago van het ministerie rechtstreeks raakt. Klagende of ontevreden burgers vormen via (sociale) media een toenemende macht. Nu er al tv-programma’s bestaan over Nederlanders in buitenlandse gevangenissen en hun behandeling, is het risico op imagoschade voor het ministerie nog verder toegenomen.

Assistentie moet juist het visitekaartje van Buitenlandse Zaken worden. „Consulaire zaken vormen bij uitstek een herkenbare verbinding met het Nederlandse volk en kunnen als zodanig worden benut om deze en andere taken van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het voetlicht te brengen”, aldus een rapport uit 2013 over modernisering van de diplomatie.

De algemene lijn is dat Nederlanders die zich melden zo veel mogelijk worden geholpen. Maar het hoeft niet. Want de Nederlandse wet kent geen afdwingbaar recht op consulaire bijstand. Desondanks zal, zoals een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken het uitdrukt, de ambassade mensen bijstaan „binnen de kaders die mogelijk zijn”.

Maar verwacht geen hulp voor alles

De hulpvraag is volgens Buitenlandse Zaken de laatste jaren ongeveer constant. Wel is de aard van de vraag aan het veranderen. Met de opkomst van de pinautomaat zijn vragen over geld afgenomen. Maar omdat tegenwoordig bijna iedereen dankzij mobieltjes bereikbaar is, zijn er vaker vragen over mensen die mogelijk vermist zijn omdat de telefoon niet wordt beantwoord.

Wat kan de reislustige Nederlander in het buitenland verwachten als die met justitie in aanraking komt? „Als een vriend of familielid in het buitenland is gearresteerd kan de ambassade u helpen juridische hulp te zoeken”, is te lezen op de site van het ministerie. Die kan bestaan uit het zoeken van een advocaat of het regelen van een tolk. Maar op de site staat ook nadrukkelijk wat de ambassade niet doet. Zo wordt er niet betaald voor een advocaat en stelt de ambassade zich niet garant voor een borgsom. Ook staat er als disclaimer dat de ambassade er niet voor kan zorgen dat iemand vrijkomt. En tevens kan „geen voorkeursbehandeling” worden gegarandeerd.

Nederlanders die in de cel zitten worden overigens financieel niet geheel in de steek gelaten. Gedetineerden buiten de Europese Unie krijgen 30 euro per maand om zaken zoals shampoo en tandpasta aan te schaffen.