Deze mensen kunnen niet alleen wonen

Bij Cordaan in Noord wonen 23 psychiatrische patiënten. Begeleiding is er altijd. Maar de stad wil bezuinigen. „In m'n eentje wordt het een puinhoop.”

Een vestiging van Cordaan waar mensen beschermd wonen. Er zijn 1.840 plekken voor beschermd wonen in Amsterdam
Een vestiging van Cordaan waar mensen beschermd wonen. Er zijn 1.840 plekken voor beschermd wonen in Amsterdam Foto Mariette Carstens/HH

Als de tanden van de 40-jarige Paul eruit gaan, ergens in augustus, hoeft hij niet in zijn eentje naar de tandarts. Een woonbegeleider gaat met hem mee. Dat is fijn, zegt hij, dan is er iemand om hem te troosten.

Paul – niet zijn echte naam, die houdt hij liever privé – vertelt het in zijn woonruimte: een rommelig kamertje met een eenpersoonsbed, een bureau, een koelkastje en een kast. Overal oude radio’s, die spaart hij.

Paul woont met 22 andere psychiatrische patiënten op een locatie voor beschermd wonen van Cordaan op de Statenjachtstraat in Amsterdam-Noord. 24 uur per dag zijn er woonbegeleiders. Zij helpen bij de dagelijkse dingen – opruimen, schoonmaken, douchen – en zijn er wanneer het even niet goed gaat. Ze organiseren activiteiten en beheren zo nodig geld.

Zonder begeleiding gebeuren er „rotdingen”, zegt Paul. „Het zou één grote puinhoop worden. Als ik alleen ben, ben ik bang dat er iets gebeurt. Zoals een brand. Ik drink ook veel alcohol. Hier helpen ze me het drinken uit te stellen.” Schoonmaken zou hij verzaken: te weinig energie.

Begin dit jaar heeft het rijk een groot deel van de ‘langdurige zorg’ afgestoten naar gemeenten. De AWBZ werd ontmanteld, voortaan moeten patiënten (en kinderen) met psychiatrische problemen bij de gemeente aankloppen voor begeleiding. Vroeger hadden ze er wettelijk recht op, nu zijn ze afhankelijk van de keuzes van de gemeente waar ze wonen: heeft die veel voorzieningen of niet? Alleen echt zware psychiatrisch patiënten mogen nog permanent wonen in een instelling die het rijk betaalt.

Juist nu de gemeenten verantwoordelijk zijn, wil Amsterdam op beschermd wonen bezuinigen, bleek deze maand uit de voorjaarsnota van de coalitie van D66, VVD en SP. Tot en met 2018 moet er 4,4 miljoen van het totale budget van 113,8 miljoen euro af. De gemeente denkt die bezuiniging te halen door minder patiënten tot beschermd wonen toe te laten, en ze sneller zelfstandig te laten wonen.

Het baart begeleider Marthe van der Meer veel zorgen. „Deze mensen kunnen niet zelfstandig wonen. Ze vereenzamen, verwaarlozen zichzelf en hun omgeving. Ze gaan drinken, blowen, of nemen hun medicijnen niet.”

Meer mantelzorg, klinkt het uit Den Haag. Maar voor psychiatrische patiënten is dat geen oplossing, zegt ze: familie is vaak buiten beeld geraakt, vrienden zijn er niet. „Als wij met Kerst niets zouden organiseren, zaten ze hier alleen.” Ook de samenleving toont weinig belangstelling. „In de gehandicaptenzorg zijn veel vrijwilligers, bij ons zie je die nooit”, zegt Van der Meer. „Mensen vinden psychiatrie eng.”

Piet (67) woont tien jaar bij Cordaan in Noord, op een kamer bij Paul op de gang. Hij spaart lp’s en sleutelhangers, aan de muur hangt kunst en een fotocollage. Het gaat lekker, zegt Piet. Hij doet de dingen die gebeuren moeten, heeft er zelfs plezier in. Ooit was dat wel anders.

„Ze zeggen hier dat ik moet douchen. Dat moet nou eenmaal. Als het gedaan is, vind ik het wel prima. Maar soms moeten ze me erdoor helpen.”

De meeste cliënten die beschermd wonen, hebben schizofrenie in combinatie met een verstandelijke beperking. Ze wonen vrijwillig beschermd. Begeleiders kunnen bewoners dus nergens toe verplichten. Zorgen dat ze hun medicijnen innemen, of niet te veel drinken of blowen, is soms lastig. Het vraagt om een goede band met de patiënt. Als het echt misgaat, moet een patiënt weer worden opgenomen in een psychiatrische instelling.

Sommige patiënten komen het liefst hun kamer niet uit. Woonbegeleiders proberen hen te stimuleren mee te doen aan activiteiten zoals knutselen of wandelen. We zitten in de gemeenschappelijke ruimte, zeggen ze dan, als je zin hebt: kom.

Mark (41) komt wel veel buiten: vijf ochtenden per week doet hij productiewerk, waar hij apetrots op is. Hij woont in een nieuw gebouw van Cordaan op de IJdoornlaan, met een eigen woonkamer, slaapkamer en badkamer. Hij houdt het zelf schoon en heeft zijn medicijnen in eigen beheer. 24-uursbegeleiding, maar veel verantwoordelijkheid.

Vroeger woonde hij in het centrum. Vrouw en dochter verlieten hem, hij begon zichzelf te vervuilen. Meldde zich ziek. De coffeeshop zat om de hoek. Tijdens een psychose sprong hij uit het raam. Nu heeft hij epilepsie.

Zijn grote angst is dat het té goed met hem gaat. „Ik denk continu: misschien word ik op mezelf geplaatst.” Dan zou hij weer blowen, te veel geld uitgeven. Bij Cordaan voelt hij zich veilig. „Als ik boodschappen doe, kijk ik naar beneden. Zodra ik hier ben, onder m’n eigen mensen, gaat m’n koppie weer omhoog.”