Bo&Caro

De Van Bommelfabriek run je niet met een hippiementaliteit

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: Een rondleiding door de schoenenfabriek van Van Bommel in Moergestel
Wie: Oud-directeur Frans van Bommel

Op nette, lichtgrijze schoenen drentelt Frans van Bommel door de fabriekshal. Van Bommel schoenen zijn het. Uiteraard. “Ik draag nooit iets anders, nooit”, verklaart Van Bommel beslist. Er zit misschien ook niet veel anders op als je de oud-directeur bent van het beroemde schoenenbedrijf dat al acht generaties van vader op zoon gaat. Dan gaan die schoenen vanzelf in je DNA zitten en loop je, twaalf jaar ná je pensioen, dus nog steeds door de fabriek in Moergestel.

Als enige geen hippie

“Het bedrijf is een soort kind”, zegt van Bommel terwijl hij ter inspectie een rol leer uit een schap trekt. “Je kan er nooit helemaal afscheid van nemen.”
Van Bommel nam het bedrijf in 1979 van zijn vader Jan van Bommel over. Van de vier kinderen was hij de enige die daar interesse voor toonde. “Het waren de jaren zestig, begrijp je? De hippietijd. Ik was zo’n beetje de enige die géén lang haar had en niet in een Volkswagenbusje naar India wilde rijden. Ik ging gewoon werken.”

Inmiddels heeft hij geen officiële inspraak meer in het bedrijf maar geeft nog wel advies aan zijn zoons die de boel nu runnen. “Ze werken hier alle drie omdat ze het willen en kúnnen”, bezweert Van Bommel. “Toen ze nog in de luiers zaten heb ik al bij de notaris laten vast leggen dat ze alleen bij ‘gebleken geschiktheid’ het bedrijf in zouden mogen.” Toevallig genoeg bleken de jongens - Reynier, Pepijn en Floris - heel geschikt om respectievelijk algemeen, commercieel en creatief directeur te worden.

Frans van Bommel legt dingen uit in de Van Bommel schoenenfabriek.

Een foto die is geplaatst door Bo&Caro (@boencaro) op

Moet dat nou

“Kijk! Hier worden de zolen onder de schoenen gezet!”, roept Van Bommel boven het lawaai van de machines uit. Achter hem schiet een man kleine spijkers in een binnenzool, een eindje verderop stikt iemand anders de boel met een gigantische naaimachine alles nog eens extra goed vast. “Aan het stiksel kan je zien dat het goede kwaliteit is”, legt Van Bommel uit. “Maar daar wordt wel steeds minder waarde aan gehecht. De mensen willen liever elk half jaar nieuwe, goedkopere schoenen dan eens in de zoveel tijd een duurder paar dat langer meegaat.”

Omdat ook Van Bommel met de tijd mee moet is het spin off label Floris van Bommel in het leven geroepen. De schoenen zijn “vlotter”, wat wil zeggen dat ze meer op gympen lijken en minder op de klassieke brogues. Van Bommel pakt een  exemplaar met een knalblauwe zool op. “Moet dat nou”, denk ik weleens, geeft hij toe terwijl hij een melancholische blik op zijn eigen Van Bommeltjes werpt. “Maar goed, ik moet met de tijd meegaan, zeggen de jongens.”