De burgemeester bleef nog even in z’n huurhuis

burgemeester van Bussum

De negatieve „beeldvorming” maakte verder functioneren onmogelijk.

Onvermijdelijk en verstandig. Zo noemen fractievoorzitters van de Bussumse gemeenteraad het vertrek van burgemeester Henk Heijman, dat het college juist betreurt. De CDA’er wil de uitkomst van een onderzoek naar zijn woonsituatie en declaraties niet afwachten.

Heijman diende gisteren zijn ontslag in wegens „een stroom negatieve publiciteit”, schrijft hij in een verklaring. De burgemeester had zijn werk al tijdelijk neergelegd, al is hij „ervan overtuigd” dat hij altijd integer heeft gehandeld. De „beeldvorming rond mijn persoon” maakt dat hij verder functioneren onmogelijk acht.

De commissaris van de koning van Noord-Holland stelde het onderzoek vorige maand in, na aandringen van de oppositie. Heijman zou onterecht een vergoeding voor woonlasten hebben gekregen. De Telegraaf meldde dat het om tienduizenden euro’s gaat. Hij werd in de krant ook door een oud-wethouder van Oost Gelre beschuldigd van bedreiging, in hun gezamenlijke tijd daar. De burgemeester ontkende.

Het maakte zijn positie onhoudbaar, al willen de fractievoorzitters in Bussum niets zeggen over wat Heijman ten laste wordt gelegd zolang het onderzoek nog bezig is. „Toch zijn enkele zaken al vast komen te staan”, zegt Alexander Luijten (VVD). „Daaruit blijkt dat hij een bepaalde manier had van het informeren van de raad waar je vraagtekens bij kunt zetten.”

Luijten noemt als voorbeeld de woonsituatie van Heijman. De burgemeester kreeg bij zijn aantreden ontheffing van de eis in Bussum te wonen – vermoedelijk bedoeld om zijn woning in de Achterhoek niet met verlies te hoeven verkopen. Later bleek dat Heijman een huurwoning had. „Dan denk je: dat had ik wel willen weten. Ik weet niet of hij het echt nooit uitgesproken heeft, maar van actief informeren was geen sprake.”

De fractievoorzitters twijfelen over hoe Bussum zal terugkijken op Heijman. Tony van Waveren (PvdA), heeft hem in ieder geval als „heel toegankelijk” ervaren, al is er „heel veel gebeurd”. Luijten noemt de burgemeester „aimabel”. „Ik kon prima met die man uit de voeten. Maar hij is niet meer van onbesproken gedrag. De raad moet zich volwaardig kunnen bezighouden met de fusie [met Naarden en Muiden, per 1 januari], niet met de positie van de burgemeester.”