Cashewmelk wint het van kapsalon

De Van Woustraat verandert. Oude pizzeria’s en kapsalons maken plaats voor hippe tenten als Marqt en Stach. Met bijbehorende (huur)tarieven.

Jonas Kooyman

Olivier Middendorp

Op een recente vrijdagochtend wordt er in de Van Woustraat een moeilijke beslissing genomen. Een blonde vrouw in yogabroek tuurt naar een wand met flesjes, in alle kleuren van de regenboog. De sapjes kosten 6,50 euro per stuk, met namen als ‘force of nature’ en ingrediënten als cashewmelk. Achter de toonbank van de winkel, een strak ingericht hoekpand, staat een meisje met een ‘green queen’ T-shirt. Op de bank wacht een soapactrice op haar acai bowl.

De opening van ‘JuiceBrothers’ staat niet op zichzelf. Er is iets aan de hand in de Van Woustraat. Tot tien jaar geleden was dit een sjofele verkeersader, waar je vooral doorhéén reed, om vanuit het verlengde van de Utrechtsestraat via de Oude en dan de Nieuwe Pijp in de Rivierenbuurt of op de A2 uit te komen. Louche belzaken, shishabars en ouderwetse buurtwinkels bepaalden het straatbeeld. Dat verandert. Het begon met (horeca)zaken als Hutspot, Firma Pekelhaaring en de Spaghetteria. Maar de laatste twaalf maanden accelereert de veryupping: biosupers Landmarkt en Marqt openden, ontbijtketen het Vlaamsch Broodhuys, granolawinkel De Graanschuur, biologische wijnwinkel Wine & Roses, burgerbar Geflipt en De Turk, die naast delicatessen ook het populaire Duitse Fritz-Cola verkoopt.

Voor jongeren is centrum te duur

„Je kon er vergif op innemen dat de Van Wou aan de beurt was”, zegt Jos Gadet, hoofdplanoloog bij de Dienst Ruimtelijke Ordening. Daarmee bedoelt hij de opwaardering van de buurt. „Steeds meer jonge hoogopgeleiden en creatieven trekken naar de stad. Deze voorhoede kan de binnenstad niet betalen, maar wil wel dicht bij de ‘leuke’ stad wonen. Hierna volgen de jonge gezinnen, dat is nu in de straat aan de hand. Dit alles gaat gepaard met een flinke investeringsgolf, in de winkels, de woningen en de horeca.”

De relatief late ‘gentrification’ (een ander woord voor opwaardering) van de straat – vergeleken met andere delen van de buurt – heeft volgens Gadet te maken met de bouw van het gebied. „Het 19de-eeuwse weefsel van De Pijp is het populairste. De Van Woustraat ligt op de grens tussen dat deel en het deel dat in de jaren 1920-1940 is gebouwd. Nu de 19de-eeuwse gordel ‘vol’ is zijn de wijken van de 20ste eeuw aan de beurt.”

25 panden van één eigenaar

De winkels in de straat spelen in op de nieuwe buurtbewoners. Een interessante spil in deze verandering is Vondel Onroerend Goed bv, die 25 winkels in de straat verhuurt. Sinds een jaar kiest dit bedrijf voor huurders die zich op een jong publiek richten. „Met één pand denk je: ik verhuur aan de hoogste bieder. Maar als je bijna dertig panden hebt kun je de straat een bepaalde richting op duwen”, zegt Valerie Sandmann van het bedrijf, dat onder andere verhuurt aan een sneakerwinkel, een burgerbar en een lifestylezaak. Met „gunstige voorwaarden” (op de details wil ze niet ingaan) proberen ze nieuwe ondernemers te trekken.

Vondel O.G. verhuurt al twintig jaar in de straat, dus ook aan zaken van de ‘oude’ Van Wou, zoals een sigarenboer en een stomerij. Volgens Sandmann lukt het niet alle ondernemers om aansluiting te vinden bij het nieuwe publiek. „Sommige ondernemers gooien de handdoek in de ring. Wij leggen de lat nu hoger, bijvoorbeeld door een huurverhoging”, zegt Sandmann.

De gemiddelde winkelhuur ligt al een aantal jaren hetzelfde, tussen de 150 en 300 euro per vierkante meter per jaar, zegt de winkelstraatmanager. Maar dat komt waarschijnlijk omdat de hele straat meetelt, ook het minder populaire zuidelijke deel. In het noordelijke deel is te zien dat makelaar Burgemeester een winkelpand aanbiedt voor 420 euro per vierkante meter.

Een brood voor 3 euro

Niet iedereen is positief over de nieuwe, gelikte versie van de straat. „De chique winkels staan de hele dag leeg. Het is maar een kleine groep die hun aanbod kan betalen”, zegt Kaan Yer van de Warme Bakker, sinds 1937 in de straat. Bij hem kost een witbrood 1,80 euro; bij het hippe, biologische Marqt 3 euro. Yer heeft zijn aanbod wel deels op deze nieuwe bewoners afgestemd door bijvoorbeeld Speltbrood te verkopen. „De straat wordt minder divers. Wat moeten we met zoveel supermarkten?” zegt hij, verwijzend naar de nieuwe biomarkten verderop.

Yer beschrijft de straat als „een dorp, iedereen kent elkaar”. En juist dat dreigt verloren te gaan, zegt hij, nu de straat veryupt waar je bijstaat. Door de populariteit en daaropvolgende huurverhogingen „bestaat het gevaar dat een bepaald soort winkeltjes (...) worden verdrongen door ketens”, schrijft een bezorgde buurtbewoner op de Facebook-groep van de straat. „Hoe kunnen wij deze ontwikkeling voorkomen?”

Ook Anouk de Koning van de Radboud Universiteit voorziet een doorzetting van de ‘gentrificatie’. Zij deed anderhalf jaar onderzoek naar deze ontwikkeling in de Diamantbuurt, pal naast het zuidelijke deel van de Van Woustraat. „Dit gebied is door de gemeente aangewezen als prioriteitsgebied voor de verkoop van sociale huurwoningen. Dat gebeurt nu al vijf jaar. De buurt staat op nummer twee van meest verkochte sociale huurwoningen.” In de Oude Pijp was dit al sinds de jaren negentig aan de gang: daar ging het sneller, omdat er minder woningcorporaties zitten en er meer particulier bezit is. „Zodra sociale huurders vertrekken, kan hun woning verkocht worden of de vrije markt op”, zegt De Koning. „Die nieuwe prijzen kunnen de oorspronkelijke bewoners niet of nauwelijks betalen.”

Volgens De Koning is het sinds 2008 gemeentebeleid om de centrumring aantrekkelijk te maken voor ‘nieuwe stedelingen’, yuppen. De gemeente definieert die nieuwe stedelingen als ‘personen van autochtone of westerse herkomst, tussen de 18 en 55 jaar, die buiten Amsterdam zijn opgegroeid’. De Koning: „De Oude Pijp was een smeltkroes. Maar dat is nu heel snel veranderd.”

Ook winkelstraatmanager van de Van Woustraat, John Bardoel, ziet deze veranderingen. „Het volkse van de straat, dat is steeds meer een niche aan het worden”, zegt hij. Bardoel verwacht dat het proces nog lang niet ten einde is. In 2017 openen twee haltes van de Noord/Zuidlijn in de Ferdinand Bolstraat, parallel aan de Van Wou. Dat zal voor nog meer bezoekers zorgen. In dat jaar wordt de straat ook heringericht, met langzamer verkeer en eventueel bredere trottoirs.

Het zuidelijke deel lift niet mee

Toch is niet de hele straat een succesverhaal. Het zuidelijke gedeelte, in de Diamantbuurt, met de 20ste-eeuwse architectuur, lift voorlopig nog niet mee op het succes. Hoewel dit slechts eenderde van de straat is, staat de helft van het aantal lege winkels van de Van Wou in dit gedeelte. Het oogt grauw, de reuring van het noordelijke gedeelte ontbreekt. Tot een aantal jaar geleden was er een jeugdbende actief. Volgens Bardoel zijn ondernemers die hem bellen alleen geïnteresseerd in het gedeelte bij de Stadhouderskade of Ceintuurbaan.

Laatst nog had hij een buurtbewoner aan de lijn, een oudere vrouw. „Ze was boos dat er weer een supermarkt bij was gekomen”, vertelt Bardoel. „Ze zei: de winkels waar ik kom hebben het lastig. Ze was erdoor geraakt dat het vertrouwde verdwijnt. Dat zeggen meer mensen: het moet onze buurt blijven. Dan denk ik: de oude zaken geven de buurt kleur. Maar de bewoners en ondernemers veranderen.”