Zat lobbyist Ben Bot fout? Met vage regels is elk oordeel willekeurig

Waarom kunnen oud-politici die lobbyist worden eigenlijk hun toegangspas tot de Kamer behouden? En wat mag een oud-bewindspersoon als hij justitie benadert? Onduidelijke en onvolledige lobbyregelgeving maakt een oordeel over Ben Bot al snel willekeurig, meent Arjen Tillema van Transparency International Nederland.

Als oud-minister van Buitenlandse Zaken lobbyde Ben Bot (77) bij het Nederlandse Openbaar Ministerie voor Ismael A. (45), een Libische vermogensbeheerder die verdacht wordt van het wegsluizen van 28,5 miljoen dollar uit Libische staatsfondsen. Bot probeerde volgens de berichtgeving justitie te bewegen het bevroren vermogen vrij te geven.

Bot werd niet betaald via lobbykantoor Meines Holla & Partners in Den Haag, waar hij partner is. De betaling van de Libiër ging via een eigen bv van de oud-minister. NRC plaatste er eerder deze week kritische stukken over. Bot kon de klus „in beginsel” aannemen, schreef de krant, maar dan wel met „zorgvuldigheid en terughoudendheid”. Toch had het de „voorkeur” indien zijn kantoor, niet hijzelf, de klus had gedaan.

De krant vindt dat Bot „over de schreef” is gegaan. In een eerder hoofdredactioneel commentaar, getiteld ‘Openbare lobby als illusie’, werd het plan van twee Kamerleden het lobbyproces beter te reguleren „illusoir” en „een tot mislukken gedoemde poging het onregelbare te regelen” genoemd. Liever geen nadere regels kennelijk.

De casus-Bot toont echter opnieuw aan dat regelgeving rond lobbyen te vaag is. Zo is er geen eenduidige definitie van lobbyen. Zowel de lobbyist als de overheidsfunctionaris die wordt benaderd als de maatschappij weten niet welke norm geldt, wanneer en voor wie. En vaak is die norm er niet. Dan is een oordeel al snel willekeurig. Dat kan anders.

Lobbyen is het door gesprekken proberen belangrijke beslissingen te beïnvloeden. Dat is een activiteit waar we allemaal regelmatig mee bezig zijn. Beroepsvereniging BVPA spreekt over ‘rechtmatige acties’ om politieke en ambtelijke besluitvorming te beïnvloeden. Dat is een belangrijk onderdeel van het democratische proces.

Vraag is natuurlijk wanneer lobbyen rechtmatig is. In april publiceerde mijn organisatie, Transparency International Nederland, een rapport over het lobbylandschap in Nederland. Een landschap met heel weinig regels, zo bleek. Het rapport bevat aanbevelingen om het lobbyproces in Nederland transparanter, meer integer en beter toegankelijk voor eenieder te maken.

Bijvoorbeeld door personen die lobbyen te verplichten zich in te schrijven als lobbyist en te verplichten zich aan bepaalde regels te houden. Het huidige BVPA-register bevat slechts zo’n 90 lobbyisten, die zich vrijwillig inschrijven en zich daarmee vrijwillig committeren aan de gedragsregels. Een daarvan is dat je duidelijk maakt dat je lobbyt en voor wie, transparantie derhalve. Nu Bot kennelijk opereerde buiten de context van zijn lobbykantoor is de vraag in hoeverre die regels voor hem golden. Dat pleit voor duidelijkere regels.

Ons rapport pleit ook voor specifiekere gedragsregels voor bewindslieden, Kamerleden en ambtenaren en een afkoelperiode na een overstap van politici naar de private sector, de bekende draaideur. Opnieuw kijkend naar de casus-Bot: die is uiteraard mede ingehuurd om zijn verleden als minister. Buiten Defensie en de financiële sector is er weinig tot niets geregeld over onder welke voorwaarden oud-overheidsfunctionarissen kunnen overstappen naar de private sector. Dat brengt mee dat het makkelijk oordelen en veroordelen is als na een overstap iets gebeurt dat wenkbrauwen doet rijzen. Ook dit pleit voor duidelijke(re) regels. Gelukkig heeft minister Dijsselbloem onlangs een begin gemaakt door regelgeving voor te stellen bij een overstap naar de financiële sector.

Met het bovenstaande ben je er nog niet. Zo zou ook bekeken moeten worden of Kamerleden voldoende toegerust zijn om van lobbyisten verkregen informatie te verifiëren. En waarom kunnen oud-politici die lobbyist worden hun toegangspas tot de Kamer behouden? Verder zou vaker in wetgeving in een „lobbyparagraaf” moeten worden aangegeven wie zich met het wetgevingsproces bemoeide. En moet internetconsultatie vaker plaatsvinden zodat eenieder zich zichtbaar met het besluitvormingsproces kan bemoeien.

Best practices uit bijvoorbeeld Canada bewijzen dat zo’n benadering het besluitvormingsproces van politici en ambtenaren inzichtelijker maakt. Tijdens ons drukbezochte congres ‘Lobbyen in Nederland’ was de eensgezindheid onder betrokkenen dat lobbyen beter geregeld kan en moet worden zowel opvallend als hoopgevend.

En ja, dat betekent meer regels. Het is makkelijk en ook populair te zeggen ‘dat meer regels niets oplost’. Onmiskenbaar komt het vaak inderdaad (ook) aan op de persoonlijke integriteit van personen. Niet alles is in regels vast te leggen. Maar te weinig regels geeft onduidelijkheid en maakt het mogelijk het ene moment het een te vinden en morgen het ander.

Nadere maatregelen moeten wel de juiste maat hebben: regels zijn geen doel op zich. Doel is uiteindelijk bij te dragen aan de kwaliteit van onze wetgeving. En aan vertrouwen van de samenleving in het politieke bestel. Het consultatiedocument van de PvdA-Kamerleden Lea Bouwmeester en Astrid Oosenbrug om de ‘open overheid’ ook op het lobbycongres toe te passen, en het recente initiatief van minister Dijsselbloem, zijn goede aanzetten daartoe. Lobbyen moet, om het woord nog maar eens te gebruiken, transparanter. Dat toont ook de casus-Bot aan.