Waarom pinda’s gezond zijn en pindakaas niet

Een handje pinda’s per dag verlaagt de kans om binnen tien jaar te overlijden wel, een boterham met pindakaas doet dat niet.

De vraag is nu hoe dat kan.

Foto Thinkstock, bewerking nrc.next

Een klein handje noten of pinda’s per dag. Dat verlaagt de kans om binnen tien jaar te overlijden met ruim twintig procent, vergeleken met mensen die geen noten eten.

Maar opvallend genoeg heeft pindakaas geen invloed. Een dagelijkse boterham met pindakaas – hoewel dat vrijwel helemaal uit pinda’s bestaand – verlengt het leven niet, maar verkort het ook niet.

Het onderzoek waaruit dit rolt, van onderzoekers van de Universiteit Maastricht, wordt vandaag online gepubliceerd door het International Journal of Epidemiology.

Het is een van de eerste onderzoeken waarin de invloed van noten eten op de sterfte aan alle doodsoorzaken is onderzocht. De eerste onderzoeken naar de gezondheid van noten, in de jaren negentig, keken alleen naar hart- en vaatziekten.

De studie is ook een van de eerste waarin pindakaas, pinda’s en noten zijn uitgesplitst. Noten en pinda’s bevatten per soort wisselende hoeveelheden (gezonde) enkelvoudig of meervoudig onverzadigde vetzuren. En eiwit, vitaminen en mineralen. Ongezond verzadigd vet zit er relatief weinig in. Noten groeien aan bomen. Pinda’s rijpen in de aarde en zijn botanisch gezien peulvruchten, zoals erwten en bonen.

Het onderzoek naar de gezondheid van noten is sterk beïnvloed door subsidies van Amerikaanse notenproducenten, waardoor de (Californische) walnoot altijd veel aandacht kreeg. „Pinda’s zijn echter net zo gezond als noten”, zegt hoogleraar epidemiologie Piet van den Brandt die het onderzoek uitvoerde. „Dat konden we met onze Nederlandse gegevens goed uitzoeken omdat Nederlanders, vergeleken met Zuid-Europeanen, relatief veel pinda’s eten.”

Het effect van noten en pinda’s staat in de belangstelling

Van den Brandt gebruikte de gegevens van de Nederlandse Cohort Studie, waar in 1986 ruim 120.000 55- tot 69-jarigen vragenlijsten voor invulden. Daarna is tien jaar de sterfte bijgehouden. Van den Brandt: „De gezondheid van noten en pinda’s staat opnieuw in de aandacht, vooral na een gerandomiseerd experiment naar het Mediterraan dieet in Spanje, waar mensen die een extra hoeveelheid noten kregen een betere gezondheid hadden. Wij konden onze gegevens goed gebruiken om het effect van noten, pinda’s en pindakaas op de totale sterfte en op aparte doodsoorzaken te bekijken.”

In de Verenigde Staten mogen notenverkopers al sinds 2003 een gezondheidsclaim op hun verpakking zetten: „Dagelijks 43 gram noten, in combinatie met een dieet met veel onverzadigde vetten en weinig cholesterol, verlaagt de kans op een hartziekte”.

Maar veel minder – 10 tot 15 gram per dag – is al genoeg, blijkt uit het Nederlandse onderzoek. „En niet alleen daaruit”, zegt Van den Brandt. „Er zijn het afgelopen half jaar meer studies gepubliceerd waarin bestaand onderzoek werd samengevat. Daar komt de lagere dosis ook uit. Meer noten is niet per se gezonder.”

Het effect op sterfte wordt niet minder als mensen meer noten eten, maar het vlakt af. Van den Brandt: „Zo’n dosis-responsrelatie zien we vaker, bijvoorbeeld bij lichamelijke activiteit en de verlaging van sterfte.”

Maar een dagelijkse boterham met pindakaas (normaal gesmeerd is dat 15 gram) verlengt het leven dus niet. Hoe dat kan? Van den Brandt: „De pindakaas uit de supermarkt bestaat voor 80 tot 85 procent uit pinda’s. Het kan zijn dat de andere ingrediënten het effect tenietdoen. Er worden bijvoorbeeld zout en andere plantaardige oliën aan toegevoegd. En ook wel gehard vet. Vroeger zaten er transvetten in pindakaas en daarvan weten we nu dat dat geen gezonde vetten zijn. We kunnen nu alleen maar speculeren: mogelijk worden daardoor beschermende effecten opgeheven.”