Van Rijns zorgblunders slechts het topje van de ijsberg

Elk probleem wordt in Den Haag met een nieuwe wet ‘opgelost’. Debacles zoals die met het pgb ontstaan omdat stelselwijzigingen te haastig doorgevoerd worden. In het bedrijfsleven trekken ze daar geld voor uit, in Den Haag denken ze dat het direct geld oplevert, schrijft zorgverlener Jan Windey.

Na het zesde Kamerdebat over het persoonsgebonden budget (pgb) en een diepe buiging van staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) is het stof een beetje neergedaald. Maar als we geen lessen trekken is het wachten op het volgende debacle.

Sinds de hervorming van het zorgstelsel in 2015 zijn de horrorverhalen niet van de lucht. Urine die over de schoenen loopt, nauwelijks huishoudelijke hulp, psychiatrische patiënten die op straat rondzwerven en chaos bij de uitbetaling van pgb-gelden door de Sociale Verzekeringsbank.

Het rijk maakte per 1 januari 2015 miljoenen over naar gemeenten. Het idee van ‘zorg dichterbij de burger’ was leuk bedacht, maar de meeste gemeenten schrokken zich een hoedje toen ze inventariseerden welke zorg er allemaal binnen hun grenzen afspeelde. Gemeenteraad en wethouders werden verantwoordelijk. De plicht om de zorgmiljoenen van het rijk allemaal aan zorg te besteden, verdween: naar believen mocht er ook een deel voor lantaarnpalen gereserveerd worden.

Sommigen gemeenten maakten totaal nieuw beleid en kortten de zorg met soms wel veertig procent. Een van de redenen: veel zorgvragers bleken helemaal niet in de eigen gemeente te wonen. Middeleeuwse taferelen als het ‘ophalen van de brug’ lonkten. De keuzevrijheid van de zorgklant legde al snel het loodje. Gemeenten stortten zich op eigen inkoopbeleid en zorgregistratie. Het ‘keukentafelgesprek’ deed zijn intrede. Wmo-ambtenaren en wijkteams moesten alles overnemen. ,,Kan je koken”, vroeg de ambtenaar dan aan een verstandelijk gehandicapte. Zei deze persoon ‘ja’ dan werden er weer een aantal uren persoonlijke begeleiding geschrapt. Had zo’n ambtenaar doorgevraagd, dan wist hij dat de gehandicapte met koken een ‘omelet bakken’ bedoelde.

Gemeenten kwamen er al snel achter dat het indiceren en verantwoorden van zorg complexer was dan gedacht. In plaats van in de overgangsperiode van zo’n megatransitie in de zorg gebruik te maken van bestaande beproefde methodes, vloog men externe adviseurs, inkoopbureaus en adviesbureaus in.

Ik ben ervan overtuigd dat een onderzoeksjournalist met de Wet openbaarheid bestuur in de hand, tientallen miljoenen euro’s boven water haalt, die uitgegeven zijn aan externe adviesbureaus. Geld dat in principe ten goede zou moeten komen aan de zorg. Nog maar te zwijgen over de niet werkende financiële verantwoording van de Wmo-zorg, die veel gemeenten bij de organisatie Stipter hebben ondergebracht. Volgens mij ligt hier een groter debacle op de loer dan het niet of onvolledig uitbetalen van het pgb.

Veel van de huidige problemen in de zorg zijn ontstaan omdat men teveel, te snel en te onzorgvuldig te werk gaat bij het invoeren van de grootste stelselwijziging in decennia. Men wil niet alleen de zorg betaalbaarder en dichtbij de burger vorm geven, maar ook alle weeffouten uit het verleden tegelijk oplossen. Als beleidsmakers dan ook nog slecht luisteren naar patiëntenverenigingen, ict-deskundigen en zorginstellingen moet je als staatssecretaris en Tweede Kamer niet raar opkijken als er van alles verkeerd gaat. De politiek wil naast de transitie in de zorg de pgb-fraude oplossen, de dure zorginfrastructuur aanpakken, de sociale werkplaatsen sluiten en de Wajong en bijstand vervangen door de Participatiewet. Daar komt ook bij dat de kwaliteit omhoog moet en controle en regelgeving strenger worden. De veranderingen in de zorg zouden niet alleen over geld moeten gaan, maar vooral over cultuurverandering van zowel burgers, zorgverleners als politici.

In het bedrijfsleven trekken ze, om zo’n verandering te realiseren, miljoenen uit. Politici denken dat ze dit vorm kunnen geven met minder geld, nieuwe wetten en meer controle. Wat we nodig hebben is innovatie, minder regels en vertrouwen. Als we niet snel leren van de pgb-ellende en deze analyseren, verwacht ik dat we de komende jaren afstevenen op de ene parlementaire enquête na de andere, waarbij het Fyra-dossier zal verbleken. Mijn advies aan Van Rijn; stel een kleine adviesgroep samen van zorgvragers en aanbieders, gemeentebestuurders en patiëntenbelangengroepen; luister en neem de adviezen serieus.

Velen geloven in de broodnodige veranderingen. Gebeurt dit niet dan gaat de transitie grote vertraging oplopen met veel extra kosten. Dit zou ik betreuren omdat we daarmee geen recht doen aan de essentie van de veranderingen: zorg dichtbij mensen georganiseerd met eigen regie en keuzevrijheid voor de burgers en betaalbaar voor de komende decennia.