Toch wel reden voor een feest

TivoliVredenburg viert zaterdag de eerste verjaardag. De nieuwbouw kampt sinds de opening met technische en financiële problemen. Gemeenteraadsleden hebben twijfels bij hulp van de gemeente. Maar er is ook succes: zo kwamen er al 700.000 bezoekers.

De grote zaal van TivoliVredenburg na de verbouwing.
De grote zaal van TivoliVredenburg na de verbouwing. Foto Maarten hartman

Het had ook écht mis kunnen gaan. Als de plafondplaat in de Grote Zaal van het Utrechtse TivoliVredenburg een uur eerder naar beneden was gestort, hadden er doden kunnen vallen. De ongeveer duizend bezoekers van de vergadering van Funda waren net weg. Twee technici waren nog op het podium aan het werk toen het gebeurde.

Dinsdagmiddag 21 april kwam een driehoekige plaat van ongeveer 3 à 4 vierkante meter naar beneden. Meer dan duizend kilo. TivoliVredenburg-directeur Frans Vreeke schrikt er nog wel eens van wakker. „Als zo’n ding van 30 meter naar beneden komt, dat heeft een kracht... We dachten: we hebben een heel nieuw gebouw waar van alles mis kan gaan, gelukkig hebben we die oude zaal nog waar niets aan hoeft te gebeuren.”

De Grote Zaal ging een maand dicht. „We hebben wekenlang met bezoekers moeten bellen over de veranderingen in het programma”, zegt Vreeke.

De plafondplaat-kwestie was het zoveelste probleem waarmee TivoliVredenburg, dat zaterdag met het festival Wij zijn 1 zijn eerste verjaardag viert, werd geconfronteerd. Eigenlijk had het complex met vijf zalen, gebouwd rond de in 1979 opgeleverde Grote Zaal van architect Herman Hertzberger, al in 2013 open moeten gaan. De bouwkosten liepen op tot 150 miljoen, terwijl er 97 miljoen was geraamd. En toen het complex eenmaal werd opgeleverd, bleken er twee geluidslekken te zijn: één van de jazz-zaal Cloud Nine naar de kamermuziekzaal Hertz, en één van popzaal Ronda naar de Hertz.

Vooral het laatste bleek problematisch voor TivoliVredenburg, dat zoveel mogelijk gelijktijdig wil programmeren. Bastonen uit de Ronda, waar de grote bands staan die voor de grootste omzet zorgen, trilden door in de hoger gelegen Hertz. Het geluid lekt door vier pilaren die de twee zalen met elkaar verbinden. Die worden nu doorgezaagd en voorzien van dempers. Het probleem moet eind juli verholpen zijn.

Wie nu door het gebouw loopt, ziet: TivoliVredenburg is work in progress. Er wordt nog volop geëxperimenteerd met de plaatsing van barren en garderobes, met de entree. En wie de Grote Zaal betreedt, ziet blinkende nieuwe schroeven in het plafond. Alle platen zijn inmiddels vervangen. Vermoedelijk heeft er tijdens de verbouwing iemand op de plaat gelopen, waardoor ze losraakte en uiteindelijk viel.

Vreeke verwacht dat alle „kinderziektes” nu wel zijn weggewerkt. Dat denkt ook Margriet van Kraats, hoofdprogrammeur en ex-directeur van Tivoli. „Bij de ingebruikname wisten we: we moeten alles zelf uitvinden, we zijn geen kopie van iets wat al bestaat.” Of de boel is onderschat? Programmeur klassiek Peter Tra denkt van wel. „We dachten dat we een paar lampjes op moesten hangen, en klaar. We werden af en toe knettergek van alle looproutes. We konden nooit stilzitten.”

Knettergek werden ze soms ook in de Utrechtse gemeenteraad. De gemeente is eigenaar van het gebouw en verhuurt de locatie aan de stichting TivoliVredenburg. Met de gebreken die het pand bleek te hebben, kwamen ook de extra kosten. Er was nog eens 3,1 miljoen nodig om alle aanpassingen te financieren.

Niet alleen het gebouw zelf is een zorgenkind, ook de exploitatie kan beter, vinden de oppositiepartijen. Vorig jaar oktober vroeg de directie van TivoliVredenburg de gemeente om extra geld. Het muziekpaleis voorzag een exploitatietekort van 2,5 miljoen in 2015 en een structureel tekort van 1,1 miljoen vanaf 2016.

Uit de voorjaarsnota bleek in mei dat de gemeente Utrecht de tekorten gaat opvullen. Een beslissing waar lang niet alle raadsleden blij mee waren. „De gemeente zou een vangnet moeten zijn, een laatste redmiddel als het echt niet anders kan. Niet een soort pinautomaat waar je altijd geld vandaan kunt halen”, zegt Marleen Haage, fractievoorzitter van de PvdA.

De meeste kritiek vanuit de raad is gericht op het vermeende gebrek aan commercieel inzicht van TivoliVredenburg. Haage: „Overdag staat het gebouw vaak leeg terwijl er ook congressen kunnen plaatsvinden.” Directeur Vreeke vindt dat ‘zijn toko’ het juist goed doet. „We hebben een commerciële verhuur van 1,5 miljoen per jaar. Als we meer commercieel willen ondernemen, moeten we snijden in de eigen programmering, dat willen we niet. Echt, er gebeurt hier elke dag wel iets.”

Ook de VVD en het CDA vinden dat ondernemerschap ontbreekt. Toch konden zij weinig anders dan meegaan met het beleid van het college. Het project-TivoliVredenburg lijkt too big to fail. „We kunnen het niet failliet laten gaan, dus als het echt niet anders kan moet de gemeente bijbetalen”, zegt CDA-fractievoorzitter Sander van Waveren. „Maar dan wil ik wel zeker weten dat er alles aan gedaan is om de tekorten zelf op te vangen.”

Ondanks de tegenslagen is er inderdaad reden voor feest. Er kwamen tot nu toe al bijna 700.000 bezoekers, terwijl op een half miljoen werd ingezet. Het fusieproces tussen het klassieke Vredenburg, een gemeentelijke instelling, en de onafhankelijke popzaal Tivoli verliep aanvankelijk stroef. Inmiddels is iedereen enthousiast over de samenwerking. „We leren echt van elkaar”, zegt programmeur Tra. „Een voorbeeld is onze serie Pieces of Tomorrow, waarin we Tivoli-publiek naar een klassiek concert lokken.” Het adressenbestand van Tivoli werd ervoor aangesproken. Tijdens ‘Pieces’ zit de zaal vol twintigers die naar klassiek luisteren – met een biertje in de hand.

Ook de nieuwe zalen oogstten lof. Hertz bleek een akoestisch wonder, de Ronda is minstens zo intiem als de oude Tivoli aan de Oudegracht. Er waren meer dan duizend concerten. En het muziekpaleis trekt nu artiesten die voorheen Utrecht links lieten liggen, zoals Morrissey en D’Angelo. Peter Tra: „De grootste uitdaging was dat we een merk moesten laden dat van Frans Bauer tot Reinbert de Leeuw reikt, en dat toch geloofwaardig is. Dat is ons gelukt. Ik denk dat dat de belangrijkste sprong is die we dit jaar hebben gemaakt.”