Staatscommissie overbodig voor zelfbewuste Senaat

28 mei 2015 – Er is weer een nieuwe Eerste Kamer uit de hoge hoed gekomen. De NOS deed dinsdag trouw verslag van de verkiezing terwijl de kiezer tien weken geleden naar de stembus was gegaan. Het ritueel zal snel vergeten zijn maar de vraag naar het bestaansrecht van de Senaat suddert nog wel even

28 mei 2015 - Er is weer een nieuwe Eerste Kamer uit de hoge hoed gekomen. De NOS deed dinsdag trouw verslag van de verkiezing terwijl de kiezer tien weken geleden naar de stembus was gegaan. Het ritueel zal snel vergeten zijn maar de vraag naar het bestaansrecht van de Senaat suddert nog wel even voort nu de VVD een staatscommissie wil instellen. Een opportunistisch en dus vrij overbodig plan.

Natuurlijk heeft de Eerste Kamer trekken uit de tijd van pruiken en poeder. De verkiezing door onbekende, net verkozen leden van Provinciale Staten is een overblijfsel uit het revolutiejaar 1848. Vóór die tijd wees de koning de leden aan. Democratisch gezien was het dus een stap vooruit.

De volgende zou kunnen zijn de leden van de Eerste Kamer voortaan direct door de kiezer te laten aanwijzen, zoals oud-senator Kim Putters deze week voorstelde. Maar die stap maakt de spanning tussen de Eerste en de Tweede Kamer alleen maar groter: senatoren zouden politiek even gelegitimeerd zijn als Tweede Kamer-leden. Het gevaar van een kopie.

Een dergelijke directe verkiezing van de Eerste Kamer zou het beste tegelijk met die van de Tweede Kamer kunnen zijn. Als je die verkiezingen namelijk met twee jaar tussenpoos zou houden dan zou de Senaat twee jaar lang een verser kiezersmandaat hebben dan de Tweede Kamer, en dus nog meer gelegitimeerd zijn. Dat is pas goed strijdig met het onomstreden primaat van de Tweede Kamer.

De huidige getrapt democratische wijze van kiezen van de Senaat draagt bij aan het wat bedaagde karakter van de Eerste Kamer. Rol en functie van die één-dag-per-week Kamer komen het beste tot hun recht als de leden zich bewust zijn van wat de Senaat optimaal laat functioneren.

Oud-vice-president van de Raad van State Tjeenk Willink heeft die kenmerken helder opgesomd in zijn Bart Tromplezing van oktober 2013. Die lezing is sowieso de moeite waard voor alle zwaargewichten en partijgetrouwen die op 9 juni de nieuwe Eerste Kamer gaan bevolken. Veel heersende vormen van politiek ongemak worden erin tot hun staatkundige bronnen herleid.

Tjeenk Willink, ook oud-voorzitter van de Eerste Kamer, stelde vast dat die Kamer het beste tot haar recht komt als zij beseft:

- dat er gezien het primaat van de Tweede Kamer goede (rechtsstatelijke) gronden moeten zijn om van een politieke keuze van de Tweede Kamer af te wijken;

- dat er geen conflictenregeling tussen beide Kamers is en het dus zaak is zulke conflicten waar mogelijk te vermijden;

- dat de Eerste Kamer alleen werkelijke invloed heeft als zij als eenheid optreedt;

- dat die eenheid vaak alleen is te bereiken door regelmatig buiten de publiciteit te opereren;

- dat politieke verschillen een gegeven zijn maar dat de leden weinig politieke profilering nodig hebben.

Strijdig met de wetten van de tv maar hierdoor kan de Eerste Kamer bij volle verstand nagaan of wetsontwerpen deugen qua rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Zonder de hele politieke moesjawara te herhalen die leidde tot wetten en beleid.

De oprispingen van ongenoegen die VVD-voormannen Zijlstra (Tweede Kamer) en Hermans (Eerste Kamer) ertoe hebben gebracht het bestaansrecht van de Eerste Kamer ter discussie te stellen en een staatscommissie te verlangen berusten op een ongeduldige kijk op de parlementaire democratie.

Zeker, het is lastig dat de kiezers grote fracties nu zo klein houden, maar het blijft een misverstand dat de meerderheid in de Tweede Kamer zich niets hoeft aan te trekken van gefundeerde bezwaren van andere fracties in beide Kamers. Dát is waar de VVD naar hunkert. Tot zij zelf afhankelijk is van de meerderheid.

Het is ook niet zo dat de Senaat steeds meer een Kamer van Obstructie is. Tijdens het kabinet-Rutte II zijn bijna 500 wetsvoorstellen door de Eerste Kamer behandeld. Daarvan werden slechts vier verworpen. Twee initiatiefwetten. Een ging over de elektronische enkelband, waar geen enkele oppositiepartij in de Senaat voorstemde. De voor de regering hinderlijkste afwijzing was de wet van minister Schippers die uiteindelijk dankzij drie PvdA-tegenstemmers de bestaande mate van vrije artsenkeuze handhaafde.

De Eerste Kamer heeft in eerdere periodes wel meer wetten afgewezen, maar niet extreem veel en in verreweg de meeste gevallen omdat een meerderheid onoverkomelijke wetstechnische of uitvoerbaarheidsbezwaren had.

De paradox is nu dat hoe politiek labieler de Tweede Kamer is, hoe groter de kans dat zij wereldvreemde compromissen in wetten giet, wat des te meer opruimwerk oplevert voor de Eerste Kamer. Dat weet de Tweede Kamer maar al te goed. Men rekent op de kruimeldiefjes aan de overkant. Als ieder zijn rol begrijpt is er helemaal geen Staatscommissie nodig.

email: opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes