Sinds 1982 geknipt voor festivals

Faith No More

De band uit San Francisco combineert rock met rap en mengt humor met bombast. Na zestien jaar stopte de band in 1998, maar in 2009 gingen ze toch weer op tournee.

Faith No More
Faith No More Foto JIMMY HUBBARD

Is het rock? Ja, maar zanger Mike Patton doet ook aan opera en experimentele stemoefeningen. Is het metal? Ja, maar de band heeft een ontwapenend, sarcastisch gevoel voor humor. Is het rap? Oók, maar de muziek staat bol van grootse, bombastische melodieën. Faith No More uit San Francisco laat zich niet makkelijk in een hokje duwen. Met hun eerste hit We Care A Lot (1988), toen nog met een andere zanger, hekelden ze de quasibetrokken pose van popsterren bij liefdadigheidsevenementen als Live Aid. De wereldhit Epic met Patton was precies dat: een epische rocksong van een band die zich voor de clip nat liet regenen in een filmstudio.

De basis voor Faith No More werd begin jaren tachtig gelegd toen bassist Billy Gould en drummer Mike Bordin een persiflage wilden brengen op de brave rockbands van toen. Mike Patton deed zijn intrede toen zijn voorganger Chuck Mosley was ontslagen, nadat die tijdens een belangrijk promotieconcert in slaap was gevallen. Met zijn lange haar en atletische verschijning werd Patton de lieveling van het MTV-tijdperk. Het album The Real Thing (1989) was het begin van een succesperiode, al werd de band van commerciële zelfmoord beticht toen ze op de opvolger Angel Dust de muzikale koers radicaal omgooiden.

Faith No More hield zich volstrekt niet aan de wetten van de alternative metal die ze zelf hadden uitgevonden. Live speelden ze een zwoele versie van The Commodores’ Easy en in interviews gaven ze hoog op over de invloed van de Britse new wavebands Killing Joke en Siouxsie & The Banshees. Patton was te ongedurig voor het rocksterrenbestaan; hij knipte zijn dreads af en begon experimentele nevenprojecten met klassieke en avant-gardemuzikanten. Zijn oude band Mr. Bungle bleef hij erbij doen. In 1998 verliet hij Faith No More en leek het afgelopen met de pioniers van de Amerikaanse alternatieve metal.

Totdat ze in 2009 begonnen aan The Second Coming, de tournee die voorafging aan het dit voorjaar verschenen nieuwe album Sol Invinctus. Dat heeft alle kenmerken van ‘klassieke’ Faith No More, met grootse en meeslepende songs die geknipt zijn voor de festivalpodia. De opgewonden funkmetal van Superhero en Separation Anxiety maken volop gebruik van Pattons onstuitbare vermogen om drama te creëren met een stem die moeiteloos overschakelt van vloeiende zingzegteksten op grommende zangmelodieën. Zijn macabere parlando in Black Friday en Motherfucker voegt een sfeer van horror toe aan songs over moedermoord en verraad in de liefde. Maar er zijn ook tedere momenten, zoals de accordeon in Rise Of The Fall en de gregoriaanse zang van het titelnummer.

De nieuwe artistieke injectie van Sol Invictus was een voorwaarde voor Mike Patton om weer op tournee te gaan, want stilstaan bij beproefde wapenfeiten interesseert hem niet. Op recente setlijsten komen Epic en Midlife Crisis nog wel voor maar heeft het nieuwe materiaal voorrang. Oefen alvast maar voor Pinkpop: „Get the motherfucker on the phone!”