Op een festival moet je er gewoon zo hard mogelijk tegenaan gaan

Muse is een van de headliners van Pinkpop. Zanger Matt Bellamy over spelen op een festival, en het nieuwe, geëngageerde album ‘Drones’. „Als band zijn wij soms ook bang dat de techniek het van ons overneemt.”

Matt Bellamy (l.) van Muse in 2012 foto Andreas Terlaak
Matt Bellamy (l.) van Muse in 2012 foto Andreas Terlaak

‘Festivals zijn wilder dan onze stadionshows”, zegt Matt Bellamy over zijn komst naar Pinkpop. De zanger en gitarist van de Engelse rockband Muse verheugt zich op een zomer met meer dan twintig grote festivaloptredens, van Greenfest in Sint-Petersburg tot Rock In Roma, van Pinkpop tot Fuji Rock in Japan.

„Festivals zijn riskanter, in de zin dat we minder vat hebben op de techniek. Er is geen soundcheck en we zijn afhankelijk van de podiumsituatie die we aantreffen. In een stadion kun je nog eens uitwijken naar een kleiner podium, voor een akoestisch setje of een intiem moment tijdens de show. Bij festivals kun je minder makkelijk terugvallen op een uitgedachte choreografie of nauw getimede videobeelden en special effects.”

Een andere spannende factor is dat het publiek op festivals niet speciaal voor Muse is gekomen, zoals het fanatieke legioen bij hun eigen stadionshows. „Het enige wat we kunnen doen is er zo hard mogelijk tegenaan gaan”, zegt Bellamy. „Ons samenspel wordt losser en de sfeer is er een van alles of niets. Dat we meer fouten maken, vind ik niet per se een nadeel. Als rockmuzikant moet je onverschrokken zijn, anders zit in je het verkeerde vak. Bij een publiek dat ons voor het eerst ziet kunnen we zieltjes winnen.”

Op het podium trekt het trio een kolossale muur van geluid op, die elementen heeft van heavy metal, glamrock en progressieve popmuziek, zoals bands als Genesis, Queen en Pink Floyd die maakten. Muse is een theatrale band die niet terugschrikt voor hoogdravende concepten. „Noem het gerust prog rock”, zegt Bellamy. „Wat wij gemeen hebben met die bands uit de jaren zeventig is dat we de progressie omarmen, en dat we gebruikmaken van de nieuwste technische middelen. De laatste tijd zijn we daar een beetje van teruggekomen, want door alle studiotechniek waren we het gevoel kwijt van muzikanten die elkaar inspireren in de interactie van het moment. We zijn net als vroeger weer in een kringetje gaan staan om samen iets nieuws te creëren.”

Obama

In een Londens hotel doet Matt Bellamy het woord voor medebandleden Chris Wolstenholme (bas) en drummer Dominic Howard, die elders in een filmstudio op een nagebouwd festivalpodium een doorloop van de liveshow voorbereiden. Bellamy is een gedreven verteller, vol zendingsdrang over het hoogdravende concept van het nieuwe, zevende Muse-album Drones.

Moderne oorlogvoering met van grote afstand bestuurbare bommenwerpers heeft grote gevolgen voor de mensheid, vindt hij. „Het Pentagon traint mensen om drones te besturen en bommen te gooien op een abstracte vijand in een ver buitenland. Alsof het een videospelletje is waarbij je zo veel mogelijk punten moet halen. Drone-operators worden geprogrammeerd om hun empathie te laten varen en opdrachten uit te voeren zonder erbij na te denken. Mijn theorie is dat die mensen zelf een soort drones worden: gewetenloze machines die zonder gevaar voor eigen leven kunnen beslissen over leven en dood van anderen. President Obama maakt ’s ochtends voor het ontbijt zijn ‘kill decisions’ en gaat over tot de orde van de dag. Ik vind dat zorgelijk. Het hield me de afgelopen jaren zo bezig dat ik daar teksten over móést schrijven.”

Amen

Met de tien songs van Drones vertelt Bellamy het verhaal van een wereldburger die murw is geslagen door een gebrek aan liefde (Dead Inside) en naarstig op zoek is naar een doel in zijn leven. Een opleidingscommandant van het leger, sterk lijkend op de drilsergeant uit de film Full Metal Jacket, schreeuwt hem toe alle compassie te laten varen en traint hem tot een moordmachine (Psycho). Als een robot volgt de gehersenspoelde militair commando’s op (The Handler), maar komt tot het inzicht dat hij in opstand moet komen (Revolt). Na zijn desertie ontwikkelt hij zich tot een gelouterd persoon die alleen nog het goede wil (The Globalist). Het meerstemmig gezongen titelstuk Drones is een gebed waarin teruggekeken wordt op een voorbije, moorddadige episode in het bestaan van de mensheid, gesymboliseerd door de dwalingen en de bekering van Bellamy’s protagonist. Het verhaal eindigt met een stemmig ‘Amen’.

„Als band gebruiken we de beschikbare techniek”, zegt Bellamy. „Maar we zijn ook huiverig dat de machines op zeker moment de baas over ons worden. Drones symboliseren een eindstation van de technische vooruitgang. Als popmuzikant met een groot en aandachtig publiek heb ik het perfecte podium om dat soort kwesties aan te kaarten.”

Op Drones klinkt Muse agressief, berustend, militant, zwaar op de hand en uiteindelijk gelouterd, in het door de muziek van Ennio Morricone geïnspireerde en grotendeels instrumentale The Globalist.

Meezingen

De meest herkenbare factor in alles wat Muse in de afgelopen vijftien jaar maakte is de indringende, snijdende stem van Matt Bellamy. Songs als Reapers en The Handler neigen naar ouderwetse jarenzeventighardrock, met fel repeterende gitaarriffs en solo’s die niet hadden misstaan op klassieke hardrockalbums van Deep Purple of Black Sabbath. Dat gevoel van ‘back to basics’ dankt Muse voor een belangrijk deel aan de inbreng van producer Robert ‘Mutt’ Lange, veteraan uit de artistieke hoogtijdagen van AC/DC en Def Leppard. „We hebben lang gedacht dat we het zonder producer konden stellen”, zegt Bellamy. „Maar zo’n oude rot kan ons terugfluiten als we het te gecompliceerd maken. Mutt Lange heeft ons bijgebracht hoe je de muziek kunt laten ademen door dingen weg te laten. Als je honderd ideeën hebt voor een song, hoef je ze niet allemaal te gebruiken. Er schijnt meer licht in de muziek als je er gaten in laat vallen.”

Een dag later zullen ze in Later with Jools Holland laten zien dat ze een compacte rockband zijn, die kan knallen met vurig gitaarspel en een robuuste ritmesectie. De setlist van de komende festivalshows is al voor meer dan een kwart gevuld met songs van het nieuwe album, tussen oudere publieksfavorieten als Supermassive Black Hole en Hysteria. Hoe belangrijk is het voor Muse dat een festivalpubliek de nummers al kent en teksten massaal worden meegezongen? „Ik hou er het meest van als we het publiek kunnen verrassen met nieuw materiaal”, zegt Bellamy. „Daar kleeft het risico aan dat de show doodslaat bij een onbekend nummer. Niet alles hoeft voor mij één groot meezingfestijn te zijn. Mijn bandmaten Chris en Dom moedigen me aan om meer interactie met het publiek te zoeken. Dat kan ik niet beloven, want soms ga ik zo op in de muziek dat ik vergeet dat we voor duizenden staan te spelen. Ik ben geen publieksmenner. De muziek moet het werk doen.”