Ook in Teheran heeft vrijheid vier wielen

Het was even een verrassing, begin dit jaar op het Filmfestival Berlijn. Het breed lachende gezicht van regisseur Jafar Panahi achter het stuur van een taxi die een film lang door Teheran reed. Panahi kreeg immers in 2010 zes jaar gevangenisstraf, later omgezet in huisarrest, en een filmverbod voor twintig jaar omdat hij een documentaire zou hebben willen maken over de controversiële herverkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad in 2009. En nu zat hij daar als een vorst op de chauffeursstoel. Weliswaar bepaalden zijn ‘passagiers’ waar hij heen ging, maar er was geen twijfel mogelijk: Panahi was terug, soeverein en in topvorm. Hij bepaalde welke afslag hij nam, wanneer er werd geremd of gas gegeven. Hier was een man die de touwtjes weer in handen had.

Het met een Gouden Beer bekroonde Taxi Teheran is overigens al de derde film die Panahi sinds zijn filmverbod voltooide en het land uit liet smokkelen. Want het filmbloed kruipt waar het niet gaan kan. This is not a Film ging in 2011 in première op het Filmfestival Cannes, in 2013 gevolgd door Closed Curtain op de Berlinale. Ter gelegenheid van de première van Taxi Teheran zijn deze films tijdelijk in het Eye Filmmuseum in Amsterdam te zien.

Taxi Teheran is ogenschijnlijk, en oneerbiedig gezegd, een speciale aflevering van het tv-programma Taxi, waarin de regisseur zich voordoet als taxichauffeur en passagiers oppikt die hij met weinig woorden, en meestal zonder er iets voor te hoeven doen, ‘bekentenissen’ ontlokt. Het levert geestige conversaties op over geloof, religie en politiek, al die dingen waar men buiten het veilige omhulsel van de auto en het gevoel van tijdelijkheid van de ontmoeting waarschijnlijk niet zo snel met onbekenden over zou praten.

Maar de mensen die bij Panahi instappen zijn geen vreemden. Sommigen zijn vrienden, anderen acteurs of personages die uit zijn andere films zijn weggelopen. Een glansrol is weggelegd voor zijn nichtje dat voor school een ‘distribueerbare film’ moet maken. Zoals in zoveel Iraanse films vertegenwoordigt het kind de stem van de rede, zich luidkeels afvragend wat dat in hemelsnaam is: een ‘distribueerbare film’ en zo en passant het hele censuursysteem bekritiserend én haar oom, die haar veel te zwijgzaam is.

Dat Panahi een taxi heeft gekozen, is geen toeval. De auto is in de Iraanse film een van de populairste decors. Zoals in The Circle, waarin Panahi de achtergestelde positie van vrouwen in Iran aan de orde stelt.

Er zit een hele sociologie achter die auto in de Iraanse film. Toon mij uw vervoermiddel en ik zal u zeggen tot welke klasse u behoort. Alleen de nieuwe middenklasse kan zich een nieuwe auto veroorloven. De gedeelde taxi is een graadje hoger dan de bus. De voorruit wordt een filmdoek, het venster op de wereld. Maar de filmmaker bepaalt wat we daar doorheen zien: armoede, straatleven, chaos. Hij hoeft het niet met zoveel woorden te benoemen, dus geen censor die het al op voorhand uit het scenario kan schrappen.

Wie zijn eigen vervoermiddel heeft, is alleen onderworpen aan de horizon. Taxi Teheran herinnert ons er daarenboven nog eens aan dat ook films en dromen zulke bevrijdende vehikels kunnen zijn voor de geestkracht van de mens. In de laatste scène van de film strooit hij niet alleen zand in de ogen van de Iraanse censor, maar scherpt ook de blik van de westerse toeschouwer die de alomtegenwoordigheid van camera’s en beelden misschien wel te veel voor lief neemt.