In rijke wijken participeren mensen veel meer dan in armere wijken

Een willekeurige straat in de Rotterdamse wijk Feijenoord-Hillesluis.
Een willekeurige straat in de Rotterdamse wijk Feijenoord-Hillesluis. Foto NRC / Peter de Krom

Bewoners van arme buurten helpen elkaar veel minder dan bewoners van rijke wijken. Daardoor zijn de bewoners van arme wijken veel minder goed in staat de zorg die ze nodig hebben zelf te organiseren volgens de principes van de participatiesamenleving.

Dit blijft uit onderzoek in verschillende Rotterdamse wijken van sociologen Godfried Engbersen en Erik Snel van de Erasmus Universiteit dat vandaag wordt gepresenteerd. Zij baseren hun onderzoek op de Rotterdamse Sociale Index waarin de gegevens van 15.000 Rotterdammers zijn opgenomen.

Meer vrijwilligerswerk in Kralingen

In buurten met veel lage inkomens en met een hoge mate van etnische diversiteit komt burgerparticipatie significant minder voor dan in de meer gegoede buurten van de stad, stellen de onderzoekers. Dit geldt voor drie belangrijke vormen van burgerparticipatie: vrijwilligerswerk, buurtparticipatie en mantelzorg.

In het rijke Kralingen wordt meer vrijwilligerswerk verricht, zijn bewoners actiever in de buurt en wordt meer aan mantelzorg gedaan dan in de arme wijken van Rotterdam-Zuid, zoals de Afrikaanderwijk, Bloemhof en Feyenoord. De onderzoekers: “En juist deze arme wijken die veel sociale problemen kennen zijn gebaat bij succesvolle burgerinitiatieven.”

Sociale voorzieningen nodig in armere buurten

De huidige beleidsomslag waarbij de overheid zich terugtrekt en burgers meer voor zichzelf moeten zorgen, is voor rijke Rotterdammers geen groot probleem. In armere buurten hebben de bewoners sociale voorzieningen nodig. Anders zullen de verschillen tussen arm en rijk alleen maar toenemen.