Geven we hiermee onze opsporing in Europese handen?

De Kamer debatteert deze week over de vraag of er een Europees Openbaar Ministerie moet komen en hoe dan.

Als Tweede Kamerlid was Ard van der Steur twee jaar geleden glashelder en nogal kritisch over de plannen voor een Europees Openbaar Ministerie. Als ‘rapporteur’ van de Tweede Kamer meldde hij Brussel toen dat Nederland er geen voorstander van was als een Europese instantie zich zou gaan bemoeien met nationale rechtszaken.

Nu het voorstel opnieuw ter discussie staat, is Van der Steur minister van Justitie en is hij een stuk minder uitgesproken. Het plan uit Brussel is óók afgezwakt, maar de Kamer is nog steeds kritisch, inclusief zijn eigen VVD.

Vandaag debatteert de Tweede Kamer, net als gisteren, over de plannen voor zo’n Europees Openbaar Ministerie (EOM). Komende maandag en dinsdag spreekt Van der Steur erover met zijn Europese justitiecollega’s.

Het EOM moet één grensoverschrijdende organisatie worden die fraude met EU-subsidies gaat vervolgen. Vorig jaar ontdekte het Europees fraude-opsporingsbureau OLAF voor 901 miljoen euro aan subsidiefraude. Volgens eurocommissaris Vera Jourová (Justitie) is het een groot probleem dat de EU die zaken niet zelf voor de rechter kan brengen, maar ze slechts kan voordragen aan nationale OM’s. Zij gaan gemiddeld slechts in de helft van de voorgedragen zaken tot vervolging over.

Het EOM moet in meer zaken gaan vervolgen. In de praktijk gebeurt dat wel door nationale officieren van justitie, bij een nationale rechter. Maar zij opereren onder leiding van het Europese OM.

Toen de Europese Commissie dit voorstel twee jaar geleden presenteerde, was Nederland aanjager van de oppositie ertegen. Samen met tien andere nationale parlementen trok de Tweede Kamer een ‘gele kaart’ tegen de Europese inmenging in nationale strafzaken, waardoor de commissie haar plan moest heroverwegen.

In de nieuwe plannen leidt niet langer één Europese hoofdofficier van justitie de onderzoeken. Dat wordt gedaan door gedelegeerde officieren van justitie uit alle lidstaten. Ook mogen nationale OM’s zelf EU-subsidiefraude blijven opsporen – dat zou eerst een exclusieve bevoegdheid van het EOM worden. Wel zou het EOM voorrang krijgen als beide OM’s dezelfde zaak willen vervolgen.

De meeste landen zijn positief over de nieuwe plannen. Minister Van der Steur schreef de Kamer vorige week dat hij niet direct zijn steun uitspreekt, maar dat hij wel „actief” mee wil blijven onderhandelen. Maar de kritiek van veel Nederlandse Kamerleden is fundamenteel. Strafrecht is een nationale bevoegdheid, zeggen zij.

Alleen D66 en PvdA spraken zich gisteren in het Kamerdebat positief uit over het EOM. Coalitiepartij VVD vindt dat het EOM pas in actie mag komen „bij evident wanpresteren” van een nationaal OM, zei Foort van Oosten. SP en ChristenUnie vragen zich vooral af of het EOM nodig is. Kan OLAF niet gewoon beter samenwerken met de lidstaten? De SP vreest dat het niet bij het EOM blijft, maar dat het de weg opent naar een Europees strafrechtstelsel.

Intussen staat Nederland steeds eenzamer in deze kritiek en lijkt de komst van het EOM onvermijdelijk. Het Europees Parlement steunde het voorstel al en ook de meeste lidstaten zijn positief.

Er wordt zelfs al gespeculeerd over een vestigingsplaats. Maakt Den Haag een kans, de stad waar ook Europol en Eurojust al gevestigd zijn?

Eurocommissaris Jourová zegt nog geen voorkeur te hebben. „Ik wil de efficiëntste en goedkoopste locatie. Maar die beslissing is aan de regeringsleiders.”