Een nogal brave Turkse tijdreis

Op papier bood Resonating Universes een boeiende tijdreis door de Turkse muziek: Ottomaanse melodieën vóór de pauze, elektronische experiment erna. Helaas bleef het tweedelige programma steken in goede bedoelingen.

De reis begon bij de çeng, een uitgestorven Turkse harp die harpiste Sirin Pancaroglu op basis van Ottomaanse miniaturen en teksten heeft laten nabouwen. Het kwetsbare, snel ontstemmende instrument heeft een mooi diepe, soms wat wispelturige klank. Samen met zanger Bora Uymaz, die subtiele ritmes sloeg op een grote tamboerijn, speelde Pancaroglu traditionele Ottomaanse stukken. Uymaz zong prachtig met een fluwelen bariton en pakte uit in een paar virtuoze arabesken. Maar zelfs wanneer het bedachtzame tempo plaatsmaakte voor energieke stukken bleef het geheel nogal braaf.

Na de pauze ging het er heel anders aan toe in Resonating Universes van componist Erdem Helvacioglu (1975), dat hij samen met Pancaroglu creëerde toen Istanbul in 2010 Culturele Hoofdstad van Europa was. Resoneren deed het zeker. Pancaroglu speelde hier behalve çeng ook concertharp en elektrische harp, terwijl Helvacioglu de stevige (live)elektronica bediende. De achtdelige soundscape wilde het complete klankspectrum van de harp benutten, waartoe vooraf allerlei buitenissige harpgeluiden waren opgenomen. Maar het leek alsof men onder invloed van die encyclopedische idée fixe het componeren was vergeten.

De interactie tussen live-harp en de veelal bombastische elektronica bleef oppervlakkig; momenten zoals het intrigerende Feldman-achtige duet in deel 7 waren schaars.