De rooskleurige economie

De voorspellers zijn het eens: 2015 is het eerste jaar dat Nederland daadwerkelijk aan de crisis ontsnapt. Volgend jaar wordt eveneens goed, en wellicht 2017 ook. Investeringen, consumentbestedingen, handel: alles ontwikkelt zich positief. Zelfs de overheidsuitgaven gaan van de handrem. Dat is gunstig, en welkom. Afgezien van een schijnherstel in 2011 is de economie sinds de crisis van 2008 door een zeer diep dal gegaan.

Er zijn ook kanttekeningen. Allereerst moet er voor worden gewaakt dat Nederland niet opnieuw te afhankelijk wordt van ontwikkelingen op de woningmarkt. Die zorgen in tijden van voorspoed voor een extra versnelling, maar versterken ook de val. De opluchting dat de huizenprijzen nu eindelijk herstellen moet geen reden worden om verdere maatregelen af te wijzen die afhankelijkheid van de woningmarkt, en van nog steeds hoge hypotheken, terugdringen.

De langdurige werkloosheid is eveneens een structureel probleem. Deze is vooral het gevolg van de duur van de crisis, die werklozen dermate lang buiten het arbeidsproces heeft gezet dat het moeilijk is om er terug te keren.

Het is bovendien belangrijk onder ogen te zien dat dit herstel erg veel hulp krijgt. Sterk gedaalde olieprijzen en een lage koers van de euro schelen behoorlijk. Maar het is ook het experimentele beleid van de Europese Centrale Bank, die maandelijks voor 60 miljard euro aan staatsleningen opkoopt, dat van grote invloed is. Het houdt de rentes over de gehele linie laag – een verschijnsel waar huizenkopers en de woningmarkt nu van profiteren. Het is te hopen dat dit beleid niet te laat is ingezet, toen het herstel al plaats vond, en dus op termijn een te grote stimulans geeft waar deze al niet meer nodig is.

Daartegenover staat dat de economische vooruitzichten in de opkomende landen, India uitgezonderd, verslechteren. De groei in China vlakt sterk af, de handel tussen zuidelijke landen stagneert en Brazilië stevent af op een recessie. Landen die olie en andere grondstoffen produceren hebben het moeilijk, en zorgen voor een teruglopende vraag in de wereldeconomie. Voor het eerst in tijden, zo stelde de Wereldbank gisteren, zijn de industrielanden weer de trekkers van de wereldeconomie.

Het onderstreept de risico’s van voorspellingen. Zij zijn nodig om een pad te schetsen voor het economische en financiële beleid, maar feilloos zijn ze niet. Op dit moment is optimisme zeker gerechtvaardigd voor de Nederlandse economie. Maar enige voorzichtigheid is geen luxe.