De boodschap is hard, maar onvermijdelijk

Scheepsbouwer IHC gaat vijfhonderd vaste werknemers ontslaan, en ook bijna alle flexibele krachten moeten weg. Dat het slecht gaat met het bedrijf, ligt voor een groot deel aan de lage olieprijs. De werknemers zijn er niet echt sentimenteel over.

Deze sleephopperzuiger van IHC zuigt zand, klei, slib en grind vab de waterbodem. Foto Erik-Jan Ouwerkerk
Deze sleephopperzuiger van IHC zuigt zand, klei, slib en grind vab de waterbodem. Foto Erik-Jan Ouwerkerk

„Nee, nee, Landvást, daar moet je zijn, niet Landlúst”, zegt de woordvoerder door de telefoon. „In deze regio is het woord ‘lust’ niet echt op z’n plek.”

Maar het woord ‘vast’ vandaag ook niet. In zalencentrum Landvast in Alblasserdam legt bestuursvoorzitter Bram Roelse van scheepsbouwer IHC de verslaggevers uit waarom hij die ochtend, in de kantine op het hoofdkantoor in Sliedrecht, heeft verteld dat hij vijfhonderd mensen gaat ontslaan. Een zesde van de vaste krachten moet eruit, voor het einde van het jaar. Roelse is geen sentimenteel man – scheepsbouwers zijn doorgaans rationele binnenvetters, zegt hij – toch vindt hij zijn boodschap „wel hard”. Maar, zegt hij meteen, „onvermijdelijk”.

IHC bouwt (behalve op zondag, dat willen ze hier in de regio niet) met 3.300 man schepen en maritieme apparatuur voor baggeraars en oliebedrijven. Het is de olieprijs die het bedrijf acuut in nood brengt, zegt Roelse.

Reken maar mee: olie kost nu per vat zo’n 65 dollar. Bij zo’n lage prijs is het voor oliebedrijven niet meer rendabel om lastige olievelden op zee te exploiteren. Dus bestellen die bedrijven minder schepen en minder apparatuur bij IHC. Roelse: „We hebben nog werk tot begin volgend jaar. We moeten echt op werk jagen. En we hebben nu opdrachten tegen zo’n lage prijs aangenomen, dat we ze niet eens in Nederland kunnen laten uitvoeren. Dat is te duur.”

Pas als de olieprijs weer boven de 70 dollar komt, verwacht IHC dat de vraag vanuit de offshore-industrie weer wat aantrekt, maar de vooruitzichten zijn slecht. Daarom gaan er nu mensen uit, sluiten twee van de vier „hellingen” in Nederland waar boten worden gemaakt en zoekt het bedrijf een werf in een buitenland waar arbeid goedkoper is en de klanten dichterbij zitten. Zuur ja, maar, zegt Roelse, „dit bedrijf kent al sinds de zeventiende eeuw ups en downs.”

Dertig jaar in dienst

Het personeel wist al een tijd dat het niet goed ging met IHC. „Dit wordt wel een andere zomer dan vorig jaar”, zegt projectmanager Leroy, net zo onsentimenteel. Hij verwacht nog maanden onzekerheid, want pas als er een sociaal plan is, wordt bekend wie er wegmoet.

Leroy, 29, werkte zich via de avondschool op van metaalwerker tot projectmanager. Hij snapt de keuze van zijn baas wel, „puur economisch bekeken”. IHC heeft het lang op dezelfde manier gedaan, terwijl de wereld snel veranderde. Andere scheepsbouwers zoals Dam „Nu worden we ingehaald.”

Maar het wringt wel. Bij IHC werken sommigen al dertig, veertig jaar, zegt Leroy. „Het zijn harde mannen, maar dit doet wel wat met ze. Voor hen, en ook voor mezelf, wíl ik het niet snappen.” Net als Marry van der Stel van FNV Metaal: „Ik snap de noodzaak nog niet. Ik weet alleen: dit is een hele diepe ingreep.”

En 1.127 flexibele krachten gaan eruit

Het blijft niet bij die vijfhonderd. Voor het einde van het jaar moet ook vrijwel de hele ‘flexibele schil’ van IHC zijn verdwenen: de flexwerkers, de oproepkrachten, de arbeidsmigranten uit Polen en Roemenië, 1.127 in totaal.

Bij woonverhuurdienst HomeFlex om de hoek bij de werf verwachten ze toch niet minder huizen te verhuren.

Binnenkort loopt een grote klus van IHC af: zes pijpenleggers voor het Braziliaanse Petrobras ter waarde van 1 miljard euro. Planner Gerard van Houweling verwacht wel dat hij het zal merken als die mensen vertrekken, HomeFlex regelt ook woonruimte voor tijdelijke ijzerwerkers en lassers van IHC. Maar op werven waar andere schepen worden gebouwd, bij Damen en Oceano en Holland Shipyards, is wel genoeg werk. „De vraag naar woonruimte is nu hoog, wij groeien juist.”

Luxe megajachten verkopen prima

Met de hele scheepsbouwsector gaat het niet slecht, zegt Peter Zoeteman van brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology. „Offshore is goed voor een derde van de omzet van de hele sector. Dat wordt nu hard geraakt. Maar de omzet van de hele scheepsbouw en maritieme toeleveranciers is in 2014 gestegen van 6,4 miljard naar 7,5 miljard euro.”

Er is wel werk voor scheepsbouwers in Nederland, als het maar ingewikkeld werk is.  Luxe megajachten verkopen prima, zeker nu de euro zo laag staat. Net als speciale schepen voor windmolenparken, de marine en de kustvaart. Export van complexe apparatuur gaat goed. En het werk komt altíjd in golven. Maar die vijfhonderd man bij IHC, daar schrikt Zoeteman toch van. „Dat valt tegen.”