Dat lotingssysteem verpest schooltijd van mijn zoon

Schaf het af, Amsterdam. Verbeter impopulaire middelbare scholen, betoogt Dorothé Duijves.

Een middelbare school zoeken wij met zorg uit voor onze zoon. De plek waarvan we hopen dat hij zich er thuisvoelt, er interesses ontwikkelt en vriendschappen smeedt. Wie tilt hier niet zwaar aan? Maar dit jaar is er in Amsterdam een nieuw toewijzingssysteem ingevoerd door de schoolbesturen (vereniging OSVO): het Deferred Acceptance-algoritme. Onze schoolkeuze hangt nu af van de tombolaprijzenpot.

Het systeem zou nu eerlijker zijn. Achtstegroepers moeten een top 6 tot 10 van scholen invullen. In de keuzegids staat ‘dat zoveel mogelijk leerlingen terecht komen op een school waar ze graag naartoe willen’ en dat ‘je echte voorkeuren kunt opgeven zonder dat je rekening hoeft te houden met kans op uitloting’. De bedenkers van het algoritme hebben de Nobelprijs gewonnen, vertrouwenwekkend. Maar er is een vertaalslag gemaakt naar de Amsterdamse situatie.

We bezoeken wel tien scholen, maar mijn zoon blijft bij zijn mening: ‘ik wil naar het Geert Groote College (GGCA-VWO)’. Hij voelt zich er thuis. Het is een antroposofische school waar zijn oudere broer het erg naar zijn zin heeft. De menselijke maat telt er. Leraren schrijven er over iedere leerling een persoonlijk verslag. Het GGCA is niet voor niets zeer populair, net als scholen die vernieuwend onderwijs bieden, bijvoorbeeld het Hyperion. Maar er zijn te weinig klassen voor het grote aantal aanmeldingen.

De centrale matching is goed gelukt, doet het OSVO ons geloven, nog voor de ouders bericht zijn, via een Parool-artikel op basis van een persbericht. Maar als wij de grote witte envelop openmaken blijkt dat voor ons niet te gelden: mijn zoon moet naar een school die op de 5e plaats van zijn voorkeurslijst staat, als vulsel, hooguit om te voorkomen dat hij op de meest ongewenste school zou raken. Onze tombolaprijs ligt op 50 minuten fietsafstand; wij wonen in Noord, de school is diep in Zuid. Afstand speelt geen rol bij de toewijzing. Verder gaat het om een sportklas; mijn zoon vindt sport ‘wel leuk’, maar meer ook niet. Drie vriendjes uit de klas die het Geert Groote College mede door onze enthousiaste verhalen ‘wel leuk’ vonden, zijn er wel aangenomen.

De ‘matching’ blijkt niet alleen voor ons een mislukking. Het OSVO-persbericht meldt dat er 1950 van de 7500 kinderen niet op hun eerste keuze terecht zijn gekomen. Dat zijn 65 volle klassen teleurgestelde kinderen in plaats van de circa 538 van vorig jaar, gesteld dat de getallen kloppen. Wanhopige en boze verhalen worden onder Amsterdamse ouders uitgewisseld. Wat veel voorkomt: Pietje heeft school x op de 1ste plaats staan, maar Klaasje moet erheen terwijl school x bij hem op 4de plaats staat. In de klas van een vriendje van mijn zoon zitten tien kinderen die beter af zouden zijn door onderling te ruilen. Een klasgenootje gaat naar het GGCA, haar 4de keuze. Ik bied de plek van mijn zoon aan op het forum van de VSA (Vrije Schoolkeuze Amsterdam), maar niemand wil ruilen. Sterker, ruilen is verboden door OSVO.

Bijna 2000 schoolkinderen zijn de dupe van een slecht werkend, oneerlijk systeem en worden geacht deze verregaande bemoeienis te slikken als proefkonijn? Wat de wethouder van Onderwijs en het OSVO te doen staat is de brokken bijeen rapen en met grote zorgvuldigheid zoveel mogelijk kinderen alsnog op de school van hun eerste keuze plaatsen. Op de ouderwetse manier, geen prijswinnende methodes alstublieft. Klasje hier en daar erbij en klaar.

Maar... dan blijven de zwakke broeders onder de middelbare scholen te dunbevolkt. Was de toewijzingstombola daar misschien voor georganiseerd? Er kan beter worden ingezet op kwaliteit en vernieuwing. Minder presterende scholen worden echt niet beter als ze verzekerd zijn van een leerlingenquotum.