Belgische mode zonder context

Een ‘catwalk’ met vroege ontwerpen van tientallen Belgische ontwerpers, op The Belgians
Een ‘catwalk’ met vroege ontwerpen van tientallen Belgische ontwerpers, op The Belgians

Als je het hebt over Nederlandse mode, kom je snel bij België uit. Een nog kleiner land, met tot in de jaren tachtig geen uitgesproken modecultuur. Hoe kan het dat ons buurland zich de afgelopen 25 jaar heeft ontwikkeld tot een echt modeland, en Nederland, alle inspanningen van de overheid ten spijt, niet? Zeker, wij hebben Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Lucas Ossendrijver (verantwoordelijk de mannenlijn van Lanvin), maar de Belgische ontwerpers zijn internationaal succesvoller. Bovendien staan er vanuit België meer namen op die de aandacht trekken, zoals recentelijk het label Vetements en Anthony Vaccarello.

Dat het succes in België niet vanzelfsprekend wordt gevonden, blijkt uit de titel van een expositie: The Belgians – an unexpected fashion story – in Brussel, niet in Antwerpen, centrum van de Belgische mode. De expositie gaat ook verder dan de beroemde Antwerpse Zes (Dries Van Noten, Walter Van Beirendonck, Dirk Van Saene, Dirk Bikkembergs, Marina Yee en Ann Demeulemeester), de legendarische en invloedrijke Martin Margiela, en de opvolgers van deze zeven pioniers. Ook Diane von Furstenberg, in Brussel geboren maar al tientallen jaren in de VS wonend, maakt deel uit van de tentoonstelling, net als Natan, het keurige damesmerk van Edouard Vermeulen dat geliefd is bij het Nederlandse koningshuis.

De tentoonstelling begint veelbelovend, met een tableau met surrealistische ontwerpen van onder meer Martin Margiela en tassenmerk Delvaux (een klassieke tas met de tekst ‘Ceci n’est pas un Delvaux’ erop ), gevolgd door een catwalk met vroege ontwerpen van tientallen Belgische ontwerpers. Vooraan staan stukken van in de jaren zestig en zeventig lokaal bekende namen als Ann Saelens.

Maar de expositie zakt snel in in. Er zijn opstellingen met mode van onder meer Walter Van Beirendonck, Ann Demeulemeester en Martin Margiela, er is studentenwerk, ontwerpen die zijn gemaakt voor opera en dans, en er is een zaaltje eco-ontwerpers. Van de grootste sterren – Dries Van Noten, Raf Simons (Dior) en Kris van Assche (Dior Homme) – staan een aantal feestelijke stukken bij elkaar. Het geheel eindigt met nieuwe ontwerpen van de jongste generatie.

Van alles dus een beetje, maar bijna nergens gaat de expositie de diepte in. Het lijkt of aan de keuze van de kleding niet genoeg aandacht is besteed, en dat voor de scenografie niet voldoende tijd en of geld beschikbaar was. Meer context in de vorm van bijvoorbeeld videobeelden en fotografie, had ook geen kwaad gekund, en ook de zaalteksten zijn wel erg summier.

Ronduit ondoordacht zijn de zwarte verhogingen waarop veel poppen staan, en waar je gemakkelijk lelijk over struikelt, zoals Diane von Furstenberg tijdens de opening overkwam.

Wie Belgische mode in al haar glorie wil zien, doet er beter aan naar Antwerpen te gaan, waar nog nog tot 19 juli een prachtige tentoonstelling van Dries Van Noten te zien is.